Onze baby is veranderd. Zus Martine zei het al. Een beetje tot mijn verbazing, want de evolutie ging blijkbaar sluipend en zo hadden we het niet gemerkt. Maar nu is er geen ontkennen meer aan: de handjes beginnen te grijpen – nog in het ijle, maar toch gerichter – en vooral: de oogjes beginnen te zoeken.
Wat een boeleke na een paar maanden voor de hele wereld zo vertederend maakt, is zijn blik: grote karbonkelkijkers, op zoek naar een reactie van eender wat of wie. Die speurende blik begint zich bij Daan af te tekenen.
Ons drinkend, slapend, knorrend superlarfje - dat af en toe eens knipperde, de oogjes hoogstens op een spleetje - begint een kindje te worden dat zich richt op wat buiten hem omgaat. Nog even en lichtjes, bewegingen en kleuren zullen hem boeien. Nu al beweegt het mondje mee met die zoekende blik, als was het vol verbazing. En als een zon breekt af en toe dat lachje door: alle boeken zeggen dat dit niets met een échte glimlach heeft te maken, dat het een soort reflex is. Maar voor papa en mama is zo’n grimas als een diamant: er is contact!




Reacties