Na vier weken begint Daan ook écht te bestaan: mijn calvarie van kinderbijslag, ziekenfonds, ziekenhuisbalie, gemeentehuis, groeps- en hospitalisatieverzekering heeft het eindpunt bereikt. Ongelooflijk hoe wild zo'n molen begint te draaien eens baby begint te kraaien. En eens mama hoopt een paar maanden op kosten van de maatschappij thuis te mogen blijven. Het kost mij wekelijks een paar uur paperasserij en een gedwongen zelfstudie ambtenarees, de taal met haar eigen wetten van onlogica. Deze ochtend nog: de groepsverzekering van het bedrijf voorziet voor mama een aanvullende premie eens de mutualiteit het ‘dossier van arbeidsonderbreking’ (in deze levensmomenten worden mensen plots dossiers) heeft goedgekeurd. Van die goedkeuring, zo meldt ons een vreselijk ingewikkeld schrijven, moet de privé-verzekeraar eerst even een bewijs hebben. Anders geen centen. De mutualiteit geeft dat bewijs pas vrij als er de eerste keer een bedrag is gestort, zo beantwoordt ze mijn telefoontje. Terwijl de verzekering graag alle formulieren snel heeft om hààr ‘dossier’ rond te maken. Tegenspraak dus. Even bellen naar de verzekering, dan maar. ‘Aha meneer, hoe lang is uw vrouw al ziek? Wat, het gaat om een bevalling? Stuur ons gewoon een kopie van de geboorteakte, dan hebben wij voldoende.’ Blijkbaar was het te veel gevraagd om dat simpel achterpoortje even op de brief te vermelden. Grrrr!




Reacties