De Konijnenpijp werd op 10 september 1933 plechtig ingehuldigd door koning Albert I en koningin Elisabeth. Dat ging gepaard met een groot feest. Meteen was vergeven en vergeten dat voor de bouw van de tunnel de Brouwersvliet was gedempt en dat er een brouwerij en verscheidene pakhuizen waren gesloopt.
De tunnel was ontworpen voor een piekcapaciteit van duizend voertuigen per uur in elke richting. In die tijd leek dat meer dan voldoende. Maar dertig jaar later was het verkeer dermate toegenomen dat de bouw van de nieuwe, grotere Kennedytunnel nodig werd. En nog eens dertig jaar later begon het Vlaams Agentschap Wegen en Verkeer de eerste plannen te maken voor de Oosterweelverbinding.
Naarmate de jaren verstreken, werd de Konijnenpijp steeds minder geschikt voor het verkeersgeweld. Daarom is het een vanzelfsprekende keuze om de bejaarde tunnel in de toekomst alleen nog te gebruiken voor lokaal verkeer. Zodra de Charles De Costerlaan op Linkeroever wordt geknipt en het dus onmogelijk wordt om via de Waaslandtunnel naar de E34 richting kust te rijden, verliest de koker zijn waarde als sluipweg voor voertuigen die van de Ring wegglippen en een alternatief zoeken door de stad, waar ze helemaal niets te zoeken hebben.
Ook vrachtwagens doen dat, tot onze ergernis en afgrijzen. Gemiddeld worden elke dag zes chauffeurs geverbaliseerd omdat ze proberen om het verbod om de Konijnenpijp te gebruiken aan hun laars te lappen. Ik hoop dat ze streng worden beboet, want ze moeten beseffen welk risico ze nemen en welke verpletterende verantwoordelijkheid ze daarmee dragen.
Stel u voor wat er gebeurt als een vrachtwagen in die benauwde Waaslandtunnel kantelt en in brand vliegt. Dat kan alleen maar leiden tot een gruwelijk inferno, een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Antwerpen. Dat mag nooit gebeuren.
Maar laten we ons geen zorgen maken: in de toekomst mogen vrachtwagens de Schelde alleen nog kruisen via de Oosterweelverbinding. Als die er ooit komt.
Door Lex Moolenaar



Reacties