De meeste burgemeesters van de kleinere gemeenten zetten uiteraard meteen hun stekels op. Volgens hen is kleinschaligheid juist een troef, want de lokale bestuurders staan veel dichter bij hun inwoners. Hoe groter de gemeente, des te bureaucratischer de administratie, voeren zij aan. En sommigen spreken ook tegen dat schaalvergroting tot besparingen leidt.
Uit een vergelijking met Nederland blijkt dat een gemeente daar gemiddeld 37.500 inwoners herbergt. In Vlaanderen telt bijna een derde van de gemeenten minder dan 10.000 inwoners. Dat verschil heeft een aantal consequenties, zoals bijvoorbeeld het nuchtere feit dat er bij ons bijna drie keer zoveel schepenen en gemeenteraadsleden rondlopen als in Nederland.
Dat aantal mag van ons best wat omlaag om te snoeien in het bedrag van de zitpenningen, want lang niet al die raadsleden zijn onmisbaar voor onze democratie. In 2011 hadden zeven op de tien Vlaamse gemeenten een tekort op hun begroting. De komende jaren worden financieel niet rooskleuriger, want naar dividenden van de Gemeentelijke Holding kunnen de lokale besturen fluiten, de pensioenlasten nemen toe door de vergrijzing en door de interne staatshervorming krijgen ze er nog een berg extra werk bij.
In de Antwerpse regio zou de suggestie van Voka leiden tot fusies van gemeenten zoals bijvoorbeeld Boechout en Hove. Of Wommelgem en Borsbeek. Van Hemiksem, Schelle en Niel zou ook één gemeente kunnen worden gemaakt. Is dat een goed idee? Daarvoor moet de specifieke situatie van elke gemeente eerst goed worden bekeken.
Wat ons betreft kan er beter worden gewerkt aan de formule van een stadsgewest. Daarin kan elke gemeente haar eigen identiteit behouden, terwijl de bovenlokale kwesties door de koepel worden aangepakt. In Noord-Frankrijk is dat een groot succes gebleken. Amsterdam, Utrecht en Almere zijn er nu ook mee bezig. Wanneer ontdekt ook Vlaanderen dit concept, dat bij uitstek geschikt is voor de 21ste eeuw van de verstedelijking?
door Lex Moolenaar



Reacties