De sociale mobiliteit in de steden is een zeer complex gegeven. Van de immigranten uit andere landen komt de overgrote meerderheid in steden terecht, meestal niet in de duurste buurten. Zodra ze zich een plek onder de zon en een gewaarborgd inkomen hebben verworven, gaan velen van hen op zoek naar een grotere en betere woning. Heel wat van die mensen zwermen ook uit van de binnenstad naar de verder gelegen districten.
Maar er zijn ook heel andere bewegingen. Zoals die van oudere Antwerpenaars, die na decennia met hun gezin in de rand te hebben gewoond, het laatste deel van hun leven opnieuw in de stad willen doorbrengen. Daar zijn de afstanden kleiner en de medische en sociale voorzieningen dichter in de buurt. Of die van bemiddelde Vlamingen en Nederlanders op leeftijd, die met de aankoop van een dure loft op het Eilandje hun laatste levensdroom willen waarmake
n.Misschien wel de allerbelangrijkste trend die blijkt uit het rapport ‘Verhuisbewegingen in 2010’ is die van de jongeren. Steeds meer jongeren ontdekken de stad als student, blijven na hun studie plakken, komen dan op het idee om een gezin te stichten en stellen vast dat hun budget niet toereikend is voor een gezinswoning in de stad. Zij zoeken een alternatief in de rand en werken mee het fenomeen van de witte stadsvlucht in de hand.
Het is niet zo eenvoudig voor de stad om met al die complexe verhuisbewegingen een adequaat woonbeleid uit te stippelen. In de stad is het aantal eenpersoonsen eenoudergezinnen groot, met een grote vraag naar kleine wooneenheden als gevolg. De projectontwikkelaars spelen daar graag op in, want zij willen de oppervlakte in hun portefeuille uiteraard zo lucratief mogelijk verzilveren. Maar zo blijft er nauwelijks een aanbod aan betaalbare gezinswoningen over.
In elk geval wijzen de 100.000 verhuizingen in 2010 op een grote sociale dynamiek. En aangezien het globale saldo - ondanks de witte stadsvlucht - de eerstkomende jaren positief blijft, zal de stad nog heel wat nieuwe woningen moeten bouwen, zowel in de stad als in de districten.
Lex Moolenaar



Reacties