Iedereen is het erover eens dat de aanpak van jonge criminelen faalt. Met tien jeugdrechters in het arrondissement Antwerpen is het onmogelijk om kort op de bal te spelen. Alleen jonge criminelen die zware feiten plegen, riskeren een straf. Jongeren die ‘lichtere’ feiten plegen, blijven buiten schot. Zij voelen zich dan ook vogelvrij. Dat bleek uit het incident van begin april. Beide jonge daders hadden al een waslijst van feiten achter hun naam. Als de jeugdrechter al maatregelen oplegt, dan is er bijna niemand om de uitvoering hiervan te controleren.
Er is een schrijnend tekort aan consulenten van de jeugdrechtbank. Als het fout loopt met de jongere, dan zit het meestal ook al fout binnen het gezin. In Antwerpen zijn er 45 consulenten. Elke consulent volgt tachtig jongeren en hun gezin, terwijl dertig dossiers het meest werkbaar is. Ook de hulpverlening steekt de hand in eigen boezem. De aanpak is gericht op autochtone jongeren, terwijl tachtig procent van de jonge daders van allochtone afkomst is. Een veertienjarige die uit het oorlogsgebied in Afghanistan komt, zal je echt niet tot andere inzichten brengen door hem een briefje te laten schrijven naar het slachtoffer waarin hij zegt dat hij spijt heeft. Hier is een aangepaste methodiek nodig.
Ook de afstemming en de uitwisseling van informatie binnen de hulpverlening hangen soms met haken en ogen aan elkaar. De hulpverleningsorganisaties moeten hun heilig huisje van het beroepsgeheim in vraag durven te stellen. In Antwerpen zijn de instrumenten rond jeugdcriminaliteit aanwezig. Alleen draaien ze niet op volle kracht door het gebrek aan middelen. Bij incidenten lopen politici elkaar voor de voeten om als eerste te verklaren dat er dringend iets aan moet gebeuren. Ze zouden er beter voor zorgen dat al wie actie tegen jongerencriminaliteit onderneemt, zijn of haar werk ook ten volle kan uitoefenen.
door Sacha Van Wiele



Reacties