Dirk Becquart, de Belgische directeur
Ontwikkeling van de haven
van Marseille, heeft twijfels over de
toekomst van Antwerpen als
wereldhaven. Becquart voorspelt een zware
concurrentie- en prijzenslag tussen de
havens van Noordwest-Europa. De grote
internationale rederijen kijken allemaal uit
naar alternatieven en kiezen steeds meer
voor kusthavens, zegt hij.
Antwerpen kampt met het probleem van
de beperkte diepgang van de Schelde en de
dito ruimte voor de uitbreiding van de haven.
Daardoor zou het schaakmat kunnen worden
gezet door Rotterdam. Maar, zo geeft Becquart
toe, Antwerpen is wel wereldwijd bekend
als een sterk merk.
De sombere voorspellingen van een kenner
mogen nooit worden genegeerd. Toch vind ik ze enigszins verbazend. De haven heeft in
2011 een heel behoorlijk jaar neergezet, zo
concludeer ik uit het Jaarverslag. De kwaliteit
van de havenactiviteiten is bovendien dik
in de verf gezet door verscheidene internationale
onderscheidingen.
Er wordt ook zeer toekomstgericht aan de
haven gewerkt. De Vlaamse regering heeft op
27 april het ruimtelijk uitvoeringsplan goedgekeurd
dat de havenuitbreiding met 1500
hectare in de toekomst mogelijk maakt. Er is
ook veel aandacht voor duurzaamheid, een
kwaliteit die voor grote rederijen steeds meer
een kernwaarde wordt.
Antwerpen heeft bovendien belangrijke
stappen gezet om zijn positie als wereldhaven
te versterken. Zo zijn we met voorsprong
de belangrijkste haven voor Turkije, het land
dat de draaischijf vormt voor de handel tussen Rusland, het Midden-Oosten, Centraal-
Azië, het Verre Oosten en Europa. En vers van
de pers: gisteren kondigde het Havenbedrijf
aan dat zijn dochter Port of Antwerp International
25 miljoen euro investeert in een strategische
alliantie met Essar Ports Limited, de
tweede private havenoperator van India. Dat
huwelijk zal ongetwijfeld extra trafiek vanuit
een enorme groeimarkt genereren.
Zo slecht lijkt de toekomst er dus echt niet
uit te zien. Maar uiteraard blijft waakzaamheid
geboden. Het probleem met Nederland
over de Hedwigepolder moet worden opgelost,
net als het slepende dossier van de onvoldoende
flexibele havenarbeid. Bovendien
moeten het Havenbedrijf en de privébedrijven
de komende jaren liefst vierduizend jobs
ingevuld krijgen. Kortom, er zijn grote uitdagingen,
maar ook grote opportuniteiten.
Een Albanees probeert enkele cafés
rond de Grote Markt af te persen
volgens het aloude maffiarecept
van de racketeering: uitbaters
moeten een bedrag betalen in ruil waarvoor
ze worden beschermd tegen wandaden
gepleegd door de figuren aan wie ze
dat bedrag betalen. Gaat het in dit geval
om één weerzinwekkende crimineel of
om een bende? Dat is nog niet duidelijk.
Een jaar of vijftien geleden oefende
de Albanese gangsterbende van Viktor
Hoxha een ware terreur uit in Antwerpen.
Hoxha domineerde het portiersmilieu
en deed ook aan racketeering op grote
schaal. Wie hem iets in de weg legde,
werd zwaar toegetakeld en in enkele gevallen
gewoon koelbloedig afgeslacht.
Ooit zat ik op een avond in een restaurant
op Linkeroever, toen er een telefoontje
binnenkwam waardoor alle personeelsleden
meteen lijkbleek werden. Even
later viel de bende van Hoxha binnen. De
gangsters namen het restaurant over, bedienden
zichzelf en gingen aan alle tafels
vriendelijk een praatje maken met de
klanten. Maar aan het personeel was goed
te zien dat er achter die vriendelijkheid allerlei
andere praktijken verscholen zaten.
De bende van Hoxha, die resideerde op
het Falconplein, is destijds uit Antwerpen
verdreven door een geraffineerd beleid
van fiscale controles en boetes. Dat
was een enorm succes voor de overheid
en een van de eerste voorbeelden van wat
er mogelijk is als de politie, het parket en
het stadsbestuur de krachten bundelen.
De Albanezen werden het op de duur dermate
beu dat ze de wijk namen naar Luik.
Maar dat betekent niet dat Antwerpen
voorgoed verlost is van de maffiapraktijken.
Enkele jaren geleden circuleerden er
nog verhalen over racketeering in horecazaken
op de De Keyserlei. Een stuk of zes
obscure figuren kwamen dan ‘s ochtends
een etablissement binnen, gingen elk aan
een andere tafel zitten, bestelden een koffie
en bleven vervolgens de hele dag zitten.
Totdat de uitbater zwichtte en ermee
instemde om regelmatig een bedrag te betalen
in ruil voor ‘bescherming’.
De maffia - of het nu om Albanezen gaat
of om anderen - mag nooit meer de kans
krijgen om zich in Antwerpen te vestigen.
Het verhaal over de cafés rond de Grote
Markt is misschien te reduceren tot een
geïsoleerd geval, maar ik hoop wel dat politie
en parket de zaak grondig zullen bestuderen.
Als er echt iets loos zou zijn, dan
lijkt het me cruciaal om de zaak in de kiem
te smoren.
Maandag hield minister-president Kris Peeters een interessante toespraak ter gelegenheid van de CD&V-Kandidatendag in Geel. In de aanloop naar de lokale verkiezingen wil Kris samen met Hilde, Jo en Joke (de Cd&V-ministers Crevits, Vandeurzen en Schauvliege) een betrouwbare partner zijn van de 308 Vlaamse gemeenten, waar zijn partij nu nog 167 burgemeesters en meer dan 1000 schepenen heeft.
Slechts enkele keren had Peeters het in zijn speech over de steden. Hij wees erop dat de Vlaamse regering via het Gemeente- en Stedenfonds jaarlijks 2,13 miljard euro investeert. Hij had het ook over steun aan stadsvernieuwingsprojecten. Daarbij noemde hij de ontwikkeling van de voormalige Brepolssite in Turnhout als voorbeeld. En nadat hij mobiliteit een topprioriteit van de regering had genoemd, illustreerde hij dat met het voorbeeld van de Noord-Zuidverbinding in de Kempen.
Antwerpen kwam in de toespraak van de minister-president niet voor. Al jaren valt het ons op dat Peeters liever niet te veel te maken krijgt met de stad. Elke week houdt zijn kabinet ons op de hoogte van zijn bezoek aan weer eens een melk- of pluimveebedrijf ergens ten velde - ik wist niet dat Vlaanderen er zo veel had. Maar in de stad valt hij nauwelijks te bespeuren. Hetzelfde geldt trouwens voor Jo, Joke en in mindere mate ook voor Hilde.
Beschouwt CD&V Antwerpen meer als een kankerplek in Vlaanderen dan als de motor van de economie en het hart van de culturele en sociale vernieuwing? Of heeft de partij de stad opgegeven omdat ze er electoraal - net als Open Vld - een kleine partij is geworden? Het antwoord ligt bij Peeters en de zijnen. Maar het is jammer dat zij zo weinig belangstelling hebben voor de verdienstelijke realisaties van de Antwerpse CD&V-schepenen Philip Heylen en Marc Van Peel.
Kris Peeters zei aan het einde van zijn toespraak nog iets heel belangrijks. Volgens hem moeten politieke keuzes worden gemaakt op het niveau dat zo dicht mogelijk bij de burger ligt: het lokale. Steden en gemeenten zijn zelf juist geplaatst om te bepalen wat voor hun inwoners het beste is, aldus de minister-president, die er nog aan toevoegde dat zijn Vlaamse regering vertrouwt op het lokaal gezond verstand. We zullen hem daaraan herinneren wanneer na de verkiezingen opnieuw de discussies losbarsten over de Antwerpse mobiliteit.
Het was me de week wel in de Antwerpse politiek. Het voorstel van Patrick Janssens om het budget voor het nieuwe stadion te gebruiken om nieuwe scholen te bouwen, zwol aan tot een hevige rel. Bart De Wever deed een alternatief voorstel en kondigde aan dat hij dat desnoods zou doordrukken in de gemeenteraad. Maar uiteindelijk werd binnen het college een compromis gevonden en keerde de rust weer. Zo gaat dat in de politiek.
In elk geval is de sfeer momenteel strak gespannen, vooral tussen sp.a/CD&V en N-VA. In het niemandsland tussen de beide kampen bevindt zich schepen van Financiën Luc Bungeneers. Die wordt geadviseerd door Wilfried De Goeyse, een uitstekende kabinetschef van uitgesproken N-VA-signatuur die nog onder Hugo Schiltz heeft gediend. Ook achter de schermen zijn de verhaallijnen complex.
Hoe zit het trouwens met Bungeneers? In het begin van de week leek hij nog bereid tot een strijd op leven en dood om zijn tweede plaats op de lijst te bemachtigen.Maar naarmate de zon de kop opstak en de dagen vorderden, leek hij steeds meer te berusten. Het ziet ernaar uit dat de uittredende schepen straks niet meer op de lijst van Open Vld voor de gemeenteraad voorkomt.
De tweede plaats lijkt gereserveerd voor strafpleiter Kris Luyckx. Dat betekent overigens niet dat Bungeneers de politiek verlaat. In het watervalsysteem van de Antwerpse politiek krijgen veel gedegradeerde veteranen een tweede leven in de districten. Bungeneers is behoorlijk populair in Merksem. Zijn partij hoopt dat hij bereid is om daar de lijst voor de districtsraad te trekken, en daar lijkt hij na zijn verloren strijd wel oren naar te hebben.
Als dat gebeurt, dan zou er in Merksem wel eens een voorakkoord kunnen komen tussen Open Vld en N-VA. Dat zou dan weer een nieuwe diersoort zijn in de jungle van de districten, waar de kartelvorming welig tiert. In Merksem, Deurne, Hoboken en Borgerhout wordt er onderhandeld over een kartel sp.a-Groen, in Berchem is het al gevormd. In het district Antwerpen komt er wellicht een lijst sp.a/ CD&V naar het model van de stad, maar die mag van de betrokkenen absoluut geen kartel of stadslijst worden genoemd. En in het polderdistrict doen sp.a, CD&V en Open Vld een triootje. Voor de kiezer is deze wirwar van afspraken nauwelijks te overzien. Maar daar hebben de heren en dames politici geen boodschap aan.
Als er één idee is waar in Antwerpen alle politieke partijen achter staan, dan is het wel de overkapping van de Ring. Die biedt namelijk twee enorme voordelen. Enerzijds wordt de Antwerpenaar een grote hoeveelheid milieu- en geluidshinder bespaard, anderzijds komt op het dak van de Ring heel veel ruimte vrij om nieuwe stadsdelen te ontwikkelen.
Als we het daar met z’n allen over eens zijn, luidt de vraag: is het wel haalbaar? Daarop gaf Jaak Polen, de projectleider van het Masterplan 2020, antwoord: ja, het kan. Waarop Patrick Janssens eerder deze week in uw krant voorstelde om in de volgende legislatuur te beginnen aan de delen van de Ring bij Antwerp Expo, het Rivierenhof en het Sportpaleis.
Maar zo eenvoudig is het niet. Europa staat overkapping alleen toe op trajecten zonder op- en afritten, om gevaarlijke ondergrondse weefbewegingen te voorkomen. Op de Antwerpse Ring volgt de ene op- en afrit de andere in stel tempo op. Vanuit die optiek zou van de drie door Janssens voorgestelde sites alleen Antwerp Expo kunnen worden overkapt.
Tenzij... tenzij je de hele Ring afwaardeert tot een stedelijke weg die niet bestemd is voor doorgaand internationaal transport. In dat geval stelt Europa geen voorwaarden en doe je wat je wil. Maar de keerzijde van die medaille is natuurlijk wel dat de huidige plannen voor een brede Ring - inclusief Oosterweelverbinding en de beruchte paperclip met liefst 19 rijvakken - moeten worden geschrapt.
De actiegroep stRaten-generaal is ervan overtuigd dat de overheid na de verkiezingen van oktober nieuwe bochten in het dossier gaat nemen. Een negatieve beslissing van Europa zal de regering een goed argument geven om Noriant, het bouwconsortium achter Oosterweel, wandelen te sturen. En uit het milieueffectrapport-onderzoek zal blijken dat de paperclip een even groot monster voor de stad is als de Lange Wapper, en dat er beter serieus kan worden gekeken naar de Meccano-variant van stRaten-generaal, die het internationaal verkeer in grote bogen rond de stad leidt.
Nemen de actievoerders hun wensen voor werkelijkheid? Vijf jaar geleden zou ik nog geneigd zijn geweest om bevestigend te antwoorden. Nu doe ik dat niet meer. Het zou best wel eens kunnen dat de Oosterweel vroeg of laat technisch, financieel en ruimtelijk letterlijk door de grond zakt.
Lex Moolenaar Senior writer gvabrieven@concentra.be
Patrick Janssens is deze week opvallend aanwezig in de media. Na een optreden bij ATV en interviews in drie kranten was hij dinsdagavond te gast bij Reyers Laat op Canvas. Aan tafel zat onder meer ook Guillaume Van der Stighelen, ex-reclamemaker en columnist van ons stadsmagazine CittA. En die deed een opmerkelijke uitspraak. “Mijn aanvoelen is dat de meerderheid van de Antwerpenaars een andere burgemeester wil”, zei hij. Waarmee hij - al dan niet bedoeld - de perceptie kweekte dat de meeste Antwerpse burgers ontevreden zouden zijn over het reilen en zeilen in hun stad.
Ik weet niet waarop Guillaume zich precies baseert, maar ik lees de politieke barometer in de stad heel anders. Zolang als ik meedraai, is de tevredenheid bij de Antwerpse bevolking over het stadsbestuur en de burgemeester zelden of nooit zo groot geweest. Het moet geleden zijn van de roemrijke jaren onder Lode Craeybeckx, toen Antwerpen nog maar aan het prille begin stond van de metamorfose van een vredig provinciestadje in een multiculturele smeltkroes.
Pas na de dood van Craeybeckx begon de ontevredenheid van de Antwerpenaar toe te nemen. De socialistische partij verloor de voeling met een aanzienlijk deel van haar achterban, wat resulteerde in een aantal Zwarte Zondagen vanaf de jaren tachtig. En die evolutie kwam pas tot stilstand bij de vorige verkiezingen in 2006, toen uitgerekend Patrick Janssens het VB in de touwen sloeg.
Nee, Antwerpen is niet ontevreden over zijn bestuur of zijn burgemeester, Antwerpen zit met een luxeprobleem. In de persoon van Bart De Wever is een tegenkandidaat opgestaan die vertrouwen wekt, die in heel Vlaanderen - en dus ook in Antwerpen - de populariteitspolls aanvoert en die beweert dat hij de stad beter kan besturen dan Janssens. Of dat ook daadwerkelijk het geval is, zal nog moeten blijken. Want afgezien van de ministers Geert Bourgeois en Philippe Muyters in de huidige Vlaamse regering, kan de N-VA nog niet veel bestuurservaring voorleggen.
De keuze tussen Janssens of De Wever als burgemeester lijkt me een grote democratische weelde voor de Antwerpenaar, die overigens daarnaast ook nog kan kiezen voor andere sterke lijsttrekkers zoals Meyrem Almaci, Annemie Turtelboom en Filip Dewinter. Nogmaals: een luxeprobleem, dat volgens mij weinig of niets te maken heeft met ontevredenheid.
De affaire rond schepen van Financiën en Dierenwelzijn Luc Bungeneers nadert haar einde. Gisteren verstreek het ultimatum dat het partijbestuur van Open Vld hem had gesteld om alsnog de plaats van lijstduwer te aanvaarden. Na de middag liet Bungeneers via een persbericht weten dat hij de tweede plaats op de lijst blijft eisen. Logisch gevolg is nu dat het lijstvormingscomité een lijst maakt zonder de naam Bungeneers erop.
Vervolgens wordt het de vraag of Bungeneers nog wel deel wil blijven uitmaken van Open Vld. Hij kan voor die partij perfect de resterende vijf maanden van de legislatuur volmaken om na de verkiezingen in de schaduw te verdwijnen en de laatste jaren van zijn professionele loopbaan te slijten in het bedrijfsleven. In dat geval kan hij terugblikken op een periode van twaalf jaar als schepen, waarin hij de financiën van de stad saneerde en erin slaagde om elk jaar een begroting in evenwicht te presenteren.
Maar Bungeneers zou ook kunnen besluiten om uit Open Vld te stappen. Misschien bestaat nog de mogelijkheid om op de valreep toe te treden tot de N-VA. Dat lijkt op dit moment nog de enige zet om zijn kansen op een verlenging van zijn schepenmandaat met zes jaar gaaf te houden. Want die verlenging is wel wat hij altijd voor ogen heeft gehad.
Als Bungeneers zijn partij verlaat, dan ontstaat een vreemde situatie binnen het Antwerpse college. Want Open Vld, dat de legislatuur startte met de schepenen Bungeneers en Ludo Van Campenhout, is dan niet langer vertegenwoordigd in de uitvoerende macht en telt nog slechts drie zitjes in de gemeenteraad. Met het verlies van gewicht door de overstap van Van Campenhout kon Open Vld nog net vrede nemen. Maar is de partij ook bereid om nog een tweede keer in het stof te bijten?
In elk geval begint bij Open Vld stilaan de rook op het slagveld weer op te trekken. Kris Luyckx krijgt wellicht de tweede plaats, oudgediende Claude Marinower wordt lijstduwer. En Annemie Turtelboom maakte een einde aan de speculaties over haar eigen toekomst door in een mail aan de bestuursleden te schrijven: “Als we de volgende jaren de omslag willen maken, dan moet eenieder zijn particuliere belangen opzijzetten voor het partijbelang. Ik heb dat zelf gedaan door te verhuizen naar deze prachtige stad.”
De kogel is dus door de kerk, er is geen weg terug meer voor Annemie.
Patrick Janssens heeft op zijn eerste officiële werkdag na zijn hernia-operatie meteen de aankondiging van een extra gemeenteraad op zijn boterham gekregen. Die komt er op verzoek van het VB, dat de burgemeester en ook schepen van Sport Ludo Van Campenhout wil interpelleren over de plannen voor het nieuwe voetbalstadion. Met zowel sp.a als N-VA in het vizier slaat het VB mooi twee vliegen in één klap.
Aanleiding voor de commotie is het voorstel van Janssens om de 25 miljoen euro voor het stadion in te houden en in plaats daarvan te investeren in extra scholen en kinderopvang. Die piste opende hij dit weekend zonder voorafgaand overleg binnen de meerderheid. Zelfs Van Campenhout wist nergens van. Het geeft eens te meer aan dat er van de oude tandem ‘Sjors en Sjimmie’ niets meer over is.
De meerderheid hangt vijf maanden voor de verkiezingen als los zand aan elkaar, concludeert Filip Dewinter. En met die opmerking heeft hij zeker een punt. Want hoewel Janssens beweert dat hij zijn campagne ten vroegste eind augustus start, zijn alle partijen al duidelijk in verkiezingsmodus. En in zo’n sfeer is maar heel weinig nodig voor het ontketenen van een nieuwe rel.
Een extra gemeenteraad over het stadion dus. We kijken ernaar uit. Gezien de huidige verhoudingen tussen Antwerp en Beerschot, hun respectieve besturen en de supporters mag het hele plan van ons gerust in de koelkast. Daar komt de eerstvolgende jaren toch niets meer van.
Het lijkt een wijze keuze om de locatie op Petroleum Zuid voorlopig nog geen nieuwe bestemming te geven. Die is namelijk al goedgekeurd door de Vlaamse overheid, zodat bij een eventuele nieuwe poging in de toekomst om het project alsnog te realiseren niet al te veel problemen moeten worden verwacht. In afwachting kan het terrein dienstdoen als parking en als nieuwe thuishaven voor de Sinksenfoor. Dat creëert meteen de ruimte om in de volgende legislatuur iets moois te doen met de Zuiderdokken.
Maar het geld, dat kan voorlopig beter aan iets anders worden besteed. Aan nieuwe scholen, zoals burgemeester Janssens voorstelt. Of misschien heeft Bart De Wever of Filip Dewinter een beter idee. Ik hoop dat de extra gemeenteraad zich niet beperkt tot een scheldtirade, maar dat de partijen van meerderheid en oppositie bereid zijn om samen te zoeken naar de best mogelijke afwikkeling van dit dossier.
Patrick Janssens heeft na het herstel van zijn hernia-operatie zijn rentree niet gemist. In Wakker op zondag op ATV zei hij dat de 25 miljoen euro die was gereserveerd voor het nieuwe voetbalstadion, gezien de huidige stand van zaken beter kan worden vrijgemaakt voor extra scholen en kinderopvang. Enkele uren later volgde de reactie van de N-VA. Janssens zou met deze uitspraak het bestuursakkoord schenden. Bovendien ziet Bart De Wever het stadion en de scholen niet als een of/of-, maar als een en/en-verhaal. En ten slotte vindt hij dat Janssens wel erg laat wakker wordt met zijn bekommernis om de scholen.
Allereerst het stadion. Heeft het nog zin om een beslissing daarover uit te stellen, nu Beerschot bij monde van voorzitter Patrick Vanoppen herhaaldelijk heeft gesteld dat de club niet in dat project wil stappen? Ik denk het niet. Als het stadion in de koelkast wordt gelegd en de fondsen een andere bestemming krijgen, dan moet daarover uiteraard eerst in het college worden beslist. Maar waarom zou Janssens niet alvast een voorzet mogen geven?
Dat de 25 miljoen euro zou worden geïnvesteerd in scholen en kinderopvang, lijkt me een nobele intentie. Op dat domein heeft de stad momenteel een grote behoefte, waaraan Vlaanderen slechts gedeeltelijk kan of wil voldoen. Wie zou het de stad kwalijk kunnen nemen dat ze een extra eigen bijdrage levert?
De kritiek van De Wever dat de sp.a laat wakker is geworden, vinden we heel klein. De N-VA maakt al zes jaar deel uit van het stadsbestuur en de partij heeft dus alle gelegenheid gehad om als wekker te fungeren. Maar eigenlijk was dat niet nodig. Sp.aschepen van Onderwijs Robert Voorhamme loopt al sinds het begin van deze eeuw met een megafoon rond om te waarschuwen voor de huidige capaciteitsproblemen. Daarvan getuigen heel wat artikels die zijn gepubliceerd in deze krant. Met de geboortecijfers in de hand voorspelde Voorhamme dat er vanaf 2010 een groot probleem in het basisonderwijs zou ontstaan. En dat zes jaar later een soortgelijk probleem zich zou voordoen in het secundair onderwijs.
De N-VA moet nu dus niet de zwartepiet van zich wegschuiven. Ze zou beter een structurele oplossing zoeken voor het probleem in de schoot van de Vlaamse regering en van het stadsbestuur, waarvan ze tot nader order zelf deel uitmaakt.
Honderdduizend verhuisbewegingen in één jaar op een bevolking van een half miljoen inwoners: dat is een getal waar we toch wel even van staan te kijken. In 2010 kwamen 35.000 mensen de stad binnen, 25.000 stroomden uit en 45.000 verhuisden binnen de stad.
De sociale mobiliteit in de steden is een zeer complex gegeven. Van de immigranten uit andere landen komt de overgrote meerderheid in steden terecht, meestal niet in de duurste buurten. Zodra ze zich een plek onder de zon en een gewaarborgd inkomen hebben verworven, gaan velen van hen op zoek naar een grotere en betere woning. Heel wat van die mensen zwermen ook uit van de binnenstad naar de verder gelegen districten.
Maar er zijn ook heel andere bewegingen. Zoals die van oudere Antwerpenaars, die na decennia met hun gezin in de rand te hebben gewoond, het laatste deel van hun leven opnieuw in de stad willen doorbrengen. Daar zijn de afstanden kleiner en de medische en sociale voorzieningen dichter in de buurt. Of die van bemiddelde Vlamingen en Nederlanders op leeftijd, die met de aankoop van een dure loft op het Eilandje hun laatste levensdroom willen waarmake
n.
Misschien wel de allerbelangrijkste trend die blijkt uit het rapport ‘Verhuisbewegingen in 2010’ is die van de jongeren. Steeds meer jongeren ontdekken de stad als student, blijven na hun studie plakken, komen dan op het idee om een gezin te stichten en stellen vast dat hun budget niet toereikend is voor een gezinswoning in de stad. Zij zoeken een alternatief in de rand en werken mee het fenomeen van de witte stadsvlucht in de hand.
Het is niet zo eenvoudig voor de stad om met al die complexe verhuisbewegingen een adequaat woonbeleid uit te stippelen. In de stad is het aantal eenpersoonsen eenoudergezinnen groot, met een grote vraag naar kleine wooneenheden als gevolg. De projectontwikkelaars spelen daar graag op in, want zij willen de oppervlakte in hun portefeuille uiteraard zo lucratief mogelijk verzilveren. Maar zo blijft er nauwelijks een aanbod aan betaalbare gezinswoningen over.
In elk geval wijzen de 100.000 verhuizingen in 2010 op een grote sociale dynamiek. En aangezien het globale saldo - ondanks de witte stadsvlucht - de eerstkomende jaren positief blijft, zal de stad nog heel wat nieuwe woningen moeten bouwen, zowel in de stad als in de districten.