Afgelopen weekend en de twee komende weken kunnen de Antwerpenaren en bezoekers alvast de sfeer proeven van het museum van de Red Star Line in de Montevideostraat, dat op 27 september 2013 zijn deuren opent. Het RSL Festival is een groot succes, en dat verwondert ons niet.
Zeker in het jaar waarin de ondergang van de Titanic een eeuw oud is, spreekt een museum dat de sfeer van die periode oproept tot de verbeelding.
Maar een Antwerps museum over de migratie van toen en nu is sowieso een ijzersterk idee. Het is gekiemd in gesprekken tussen de schepenen Philip Heylen en Ludo Van Campenhout, tijdens hun gezamenlijke dienstreizen naar New York.
Daarna ging Heylen er met onverdroten ijver mee aan de slag. Terwijl hij waakte over een optimale uitvoering van het MAS, het geesteskind van zijn voorganger Eric Antonis, stond hij zelf liefdevol aan de wieg van het RSL.
Migratie was honderd jaar geleden een brandend actueel onderwerp, en dat is het anno 2012 nog steeds. Het RSL is bovendien een schitterend instrument voor de citymarketing van Antwerpen, want het zal de aandacht trekken van de talloze nazaten van de landverhuizers die in het begin van de vorige eeuw hun geluk gingen zoeken in de nieuwe wereld aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.
Het was oorspronkelijk de bedoeling dat het RSL-museum nog deze legislatuur klaar zou zijn. Als dat was gelukt, dan zou Heylen zijn stad in één bewindsperiode twee nieuwe musea hebben geschonken.
Welke andere schepen heeft dat ooit gepresteerd?
Dat is dus niet gelukt. Maar we gaan ervan uit dat Heylen volgend jaar bij de opening uitgebreid in de bloemen zal worden gezet, of hij dan nog cultuurschepen zal zijn of niet.
Daarover valt het verdict na de verkiezingen van 14 oktober. CD&V, de partij van Philip Heylen, trekt daarheen op een gezamenlijke lijst met de sp.a van burgemeester Patrick Janssens, met het argument dat beide partijen de voorbije zes jaar uitstekend hebben samengewerkt.
Toch gaat CD&V apart campagne voeren, met de accenten die ze zelf wil leggen in een eventuele volgende legislatuur.
Cultuur is zo’n accent. Uiteraard zijn er in die vijver rimpels geweest, zoals rond de sluiting van bibliotheken en rond het Ballet van Vlaanderen. Maar tegelijk heeft Philip Heylen de stad met het MAS en het RSL waardevolle landmarks gegeven.
Een geboorde tunnel onder de Antwerpse
binnenstad, zes kilometer
lang en met tunnelmonden aan de
Collegelaan in Borgerhout (bij de
E313) en aan de Charles De Costerlaan op
Linkeroever (bij de E34). Het lijkt het ei van
Columbus en het doet denken aan de manier
waarop het centrum van Madrid is ondertunneld.
Het idee zat tussen de 129 reacties in
het openbaar onderzoek van de Oosterweel
en het is ingediend door een privépersoon,
van wie de overheid de naam niet mag prijsgeven.
Blijkbaar is het geen toogfantasie,
want de Vlaamse administratie heeft het
ondergebracht bij de acht projecten die verder
worden bestudeerd.
Toch moeten we meteen een punt op de i
zetten. Dit openbaar onderzoek wordt gevoerd
omdat de wettelijke procedures dat nu
eenmaal voorschrijven. Het is ook de enige
manier waarop een actiegroep zoals stRatengeneraal
de overheid kan verplichten om zijn
Meccano-plan op de agenda te zetten.
Maar de Vlaamse regering heeft haar beslissing
allang genomen: de mobiliteitsknoop
wordt ontward met een tunnelcomplex
op het BAM-tracé. In dat compromis
hebben de regeringspartijen CD&V, N-VA en
sp.a elkaar gevonden. En dus is dat tot aan
de verkiezingen van 2014 het enige scenario
waaraan wordt gewerkt.
De regering verhult nauwelijks dat ze het
openbaar onderzoek eigenlijk maar een
schijnvertoning vindt. Zo heeft ze onlangs
een bouwvergunning uitgereikt voor de nieuwe
gevangenis in Beveren, die pal bovenop
het tracé van de Meccano ligt. Dat komt behoorlijk
schaamteloos over, al zal ik de laatste
zijn om te bestrijden dat het probleem van
de capaciteit van onze gevangenissen met bekwame
spoed moet worden opgelost.
Is het niet kafkaiaans dat een team van deskundigen
nu een hoop studiewerk krijgt dat
straks bij Kris Peeters op zolder belandt? Misschien
niet. Want na de verkiezingen kan er
een nieuwe coalitie komen, die anders naar
de dingen kijkt. En als dat niet het geval is,
dan gebeurt het nog een verkiezing later misschien
wel. En dan komt goed studiemateriaal
van pas.
Het dossier van de Oosterweel is een eindeloze
sage die ons afwisselend kwaad, droevig
en onverschillig maakt. Maar gelukkig zit er
af en toe ook wel eens een smakelijke krent
in de grijze brij. Een tunnel onder de stad ...
We willen de bedenker graag ontmoeten om
meer te vernemen.
Wouter Van Besien kiest voor een tweede plaats op de lijst voor de gemeenteraad bij de komende verkiezingen, na lijsttrekker Meyrem Almaci. Daarmee komt de voorzitter van Groen terug op zijn aanvankelijke keuze om de lijst te trekken in zijn eigen district Borgerhout, waar hij districtsvoorzitter is. De keuze van Van Besien is een verhaal met een dubbele bodem. Zijn officiële motivering is dat Groen de komende jaren alles wil inzetten op de overkapping van de Antwerpse Ring en dat de gemeenteraad daarvoor een beter forum is dan de districtsraad. Dat is ook zo.
Om die ambitie waar te maken, mikt Groen op 14 oktober op 10 à 15%. Een score van 10% lijkt me realistisch, 15% is ambitieus. Maar als het lukt, is er een reële kans dat de partij kan toetreden tot een centrumlinkse coalitie waarin ze voldoende gewicht in de schaal kan leggen. Daarvoor moet dan wel de sterkst mogelijke ploeg op het veld worden gezet. Inclusief nationaal voorzitter Van Besien.
Ook de verschillende profielen van Van Besien en Almaci worden aangehaald. Zij is beslagen op het gebied van economie en diversiteit, hij heeft bestuurservaring en kent de Antwerpse politiek door en door. Ook dat is allemaal waar, want Van Besien heeft in de eerste jaren van deze eeuw nog in het stadhuis gewerkt als kabinetsmedewerker van schepen Erwin Pairon.
Tot zover de officiële versie. Maar Groen heeft vast nog andere redenen om zijn voorzitter in te zetten voor de stad. Nu Bart De Wever de N-VA-lijst trekt, dreigt de verkiezing louter een duel te worden tussen hem en Patrick Janssens, waarbij de andere partijen net als in 2006 in het niets wegzinken. Een goede reden om nog een extra nationaal kanon in te zetten. Bovendien heeft Van Besien veel goodwill geoogst voor zijn constructieve houding tijdens de regeringsonderhandelingen.
Dat leidt ons tot nog een ander niet-uitgesproken argument. Als het tot coalitiegesprekken komt met Patrick Janssens of Bart De Wever, dan lijkt Van Besien de beste keuze om eventueel de tweede schepen te worden naast Almaci. De rustige partijvoorzitter en het vurige Kamerlid accorderen als yin en yang.
En dus valt Freya Piryns andermaal uit de boot, nadat zij ook al was gepasseerd voor het lijsttrekkerschap. Dat is de prijs die ze moet betalen voor de harde oppositie tegen Janssens die ze zes jaar heeft gevoerd in de gemeenteraad.
De BAM (Beheersmaatschappij
Antwerpen Mobiel) heeft aan
de bureaus Grontmij en
Witteveen+Bos opdracht gegeven
om de definitieve studie te maken
voor het ontwerp van de Oosterweelverbinding.
Het gaat om het gedeelte op de
rechteroever, bestaande uit de zogenaamde
Oosterweelknoop voor de ontsluiting
van de haven, het tunnelcomplex
dat de Lange Wapper vervangt en de
beruchte paperclip die het geheel moet
aansluiten op de Ring.
Het contract tussen BAM en Grontmij
loopt over zes jaar: twee jaar voor de studie,
vier jaar voor om een bouwconsortium
aan te stellen en het voorbereidende
traject te starten. Maar als in de momenteel
lopende MER-procedure zou blijken
dat het Meccano-plan of een ander alternatief
beter is, dan kan volgens BAM het
contract worden stopgezet.
Wat heeft deze zoveelste episode in de
Oosterweelsoap nu eigenlijk precies te betekenen?
Kort door de bocht: dat de politici
de eerstkomende twee jaar geen ruzie
hoeven te maken over Oosterweel. Het
compromis van de tunnels op het BAM-tracé
ligt vanaf nu op de tekentafels, het moeilijke
dossier wordt zo mooi over de verkiezingen
van 2012 én 2014 getild. De oppositie
en de actiegroepen laten het daar natuurlijk
niet bij. Volgens Dirk Van Mechelen
(Open Vld) is het dossier morsdood. Ook
Christian Leysen van het collectief Forum
2020 vraagt zich af of de Vlaamse regering
nog wel in haar eigen Masterplan 2020 gelooft.
Volgens Leysen is de vraag om advies
die de regering heeft gesteld aan de Europese
Commissie, een poging om tijd te kopen
en om de hete aardappel van enorme
schadeclaims van het aannemersconsortium
Noriant door te schuiven naar Europa.
Forum 2020 noemt Oosterweel met enige
zin voor pathos ‘het verdriet van Vlaanderen’.
De pogingen die sinds het begin
van deze eeuw zijn ondernomen om
de Antwerpse mobiliteitsknoop te ontwarren,
zijn inderdaad geen schoolvoorbeeld
van krachtdadig beleid en transparante
communicatie. Als de geschiedenis
van het Masterplan een rode draad heeft,
dan is het wel dat niets zeker is in dit dossier.
Begin deze eeuw beslisten politici dat
de Lange Wapper er zou komen. Tien jaar
later beslisten andere politici dat de brug
zou worden vervangen door tunnels. Vandaag,
26 april 2012, is het de bedoeling dat
het voorbereidende traject van de Oosterweel
in 2018 klaar zal zijn. Ik neem de vrijheid
om daar ernstig aan te twijfelen.
Het nieuwe voetbalstadion voor
Antwerpen zakt met de dag dieper
weg in het moeras. In het
N-VA-programma las ik dit
weekend dat het stadion er alleen kan
komen als Beerschot en Antwerp op korte
termijn tot een akkoord komen. Is dat niet
het geval, dan kan de inbreng van 50 miljoen
euro door de stad en het Havenbedrijf
beter in andere projecten worden geïnvesteerd,
vindt de N-VA.
Het is natuurlijk nog lang niet zeker dat
de partij van Bart De Wever na de verkiezingen
van 14 oktober in de volgende coalitie
belandt, laat staan dat ze daarin het
overwicht heeft. Maar het is toch opmerkelijk
dat uitgerekend de partij van schepen
van Sport Ludo Van Campenhout, die
samen met Patrick Janssens aan de wieg
stond van het plan voor een nieuw stadion,
nu het begin van een bocht maakt.
Een akkoord op korte termijn tussen de
clubs lijkt uitgesloten. Beerschot-voorzitter
Patrick Vanoppen heeft bij herhaling
verklaard dat hij het project van de
stad niet ziet zitten. Bovendien is de verhouding
tussen de clubbesturen de jongste
maanden dermate vertroebeld dat het
twijfelachtig lijkt of ze zelfs maar samen
aan één tafel willen gaan zitten.
Ook politiek beginnen de muren van het
stadion in te storten nog voordat de eerste
steen is gelegd. De sp.a van burgemeester
Janssens zwijgt er al maanden in alle talen
over. Bij zijn lijstpartner CD&V was havenschepen
Marc Van Peel bereid om met
het Gemeentelijk Havenbedrijf mee te investeren,
maar helemaal van harte is dat
nooit geweest. Van Peel leek met die financiële
inbreng vooral Janssens een plezier
te willen doen.
En Open Vld? Toen de liberalen Van
Campenhout nog in hun rangen hadden,
verdedigde de partij de stadionplannen.
Sinds zijn overstap naar de N-VA stelt ze er
vooral uiterst kritische vragen over in de
gemeenteraad. Datzelfde geldt trouwens
voor de oppositiepartij Vlaams Belang. En
voor Groen behoort een nieuw stadion absoluut
niet tot de prioriteiten.
Zo dreigt opnieuw te gebeuren wat we
in de tweede helft van de jaren negentig
al eens hebben meegemaakt: het lukt
niet om in Antwerpen alle neuzen in één
richting te krijgen voor een groot voetbalproject.
Het heeft geen zin om daarvoor
schuldigen aan te wijzen, en het zou ook
niet correct zijn. Om het in politieke termen
uit te drukken: het gemeenschappelijk
draagvlak is er gewoon niet. En dat is
een zeer spijtige vaststelling.
Filip Dewinter die bereid zou zijn
om terug te treden als lijsttrekker
in Antwerpen, als dat de weg baant
voor een samenwerking met de
N-VA? Geloof het maar niet. De VB-kopman
zou zo’n uitspraak - maandag op
Radio 1 - nooit hebben gedaan als er ook
maar een schijn van kans was dat De
Wever & co op dat aanbod zouden ingaan.
De N-VA heeft al een aantal keren duidelijk
gesteld dat ze niet samenwerkt met het
VB. Niet in Antwerpen en ook nergens anders.
Dat ligt niet aan de persoon van Dewinter,
al heeft De Wever al vele jaren een
viscerale afkeer van zijn rivaal die duidelijk
op zijn gezicht te lezen staat. Nee, het
zijn sommige harde standpunten van het
VB en vooral het mensbeeld van die partij,
die van moslims de zondebok wil maken
voor alles wat fout loopt in onze samenleving,
waarvan de N-VA zich nadrukkelijk
wil distantiëren.
De komende maanden zal Dewinter de
N-VA op alle mogelijke manieren blijven
bestoken. Zijn rivaal in de campagne is ditmaal
niet Patrick Janssens, maar wel Bart
De Wever. Samen strijden ze in de arena
om de gunst van de rechtse kiezer. Dewinter
weet dat hij een groot deel van zijn 33
procent van de stemmen in 2006 zal verliezen
aan de N-VA. Maar in de rechtse vijver
zwemmen nog heel wat twijfelende
vissen rond. Als hij erin slaagt om die kiezers
duidelijk te maken dat hij het enige
échte alternatief voor Janssens is, dan kan
hij de schade beperken.
Logisch dat De Wever niet ingaat op de
provocaties van het VB. Het zou onverstandig
van hem zijn om mee te werken
aan de pogingen van Dewinter om zichzelf
toch nog een rol van betekenis toe te
meten in deze campagne. De Wever heeft
er alle baat bij dat de Antwerpse verkiezingen
een rechtstreeks duel tussen hem en
de zittende burgemeester worden.
Voor die laatste geldt trouwens hetzelfde.
Nu de teerling is geworpen, kent hij
zijn tegenstander en kan hij zijn strategie
afstemmen op het grote duel. Een campagne
tegen een andere N-VA-lijsttrekker
was veel moeilijker geweest. Nu Janssens
weet dat het gaat tussen hem en De Wever,
hoeft hij zich van alle andere lijsttrekkers
veel minder aan te trekken, al kan Meyrem
Almaci van Groen nog wel een bedreiging
vormen in de strijd om de gunst van de allochtone
kiezer.
De volgende die aan zet komt, is Annemie
Turtelboom. Open Vld zal heel creatief
moeten zijn om haar partij op de kaart
te zetten in deze campagne.
Bart De Wever heeft een duidelijke uitspraak gedaan over de verkiezingen van oktober: hij vraagt aan de kiezer om zes jaar burgemeester van Antwerpen te mogen worden. Over zijn ambities in 2014 is hij minder duidelijk, maar daarover hoeft hij zich ook nog niet uit te spreken. Hij blijft tot 2014 voorzitter van de N-VA. Ik ben benieuwd hoe hij die functie zal combineren met het burgemeesterschap, als het hem lukt om de sjerp te bemachtigen.
De lokale verkiezingen worden dus een rechtstreeks duel tussen De Wever en Patrick Janssens. Dat is sneu voor alle andere partijen, want die dreigen net als in 2006 tussen wal en schip te belanden. Maar voor de Antwerpenaar is het pure winst om te mogen kiezen tussen twee politici die naar Belgische normen behoren tot de absolute top.
Het programma waarmee de N-VA naar de verkiezingen trekt, staat niet bol van de grote verrassingen. De partij legt wel andere accenten op het gebied van mobiliteit, veiligheid, sociaal beleid en stedelijk onderwijs. De grootste verschillen situeren zich in de mobiliteit, zowel op het vlak van de bereikbaarheid van de stad als in de manier waarop het verkeer in de stad moet worden georganiseerd. Zo wil de N-VA een streep zetten onder het STOP-principe, dat de volgorde van prioriteiten aanbracht: Stappers, Trappers, Openbaar vervoer en dan pas Personenwagens. Merkwaardig genoeg behoorde dit principe de voorbije jaren tot de bevoegdheden van uitgerekend de huidige N-VA’er Ludo Van Campenhout.
Het kan verkeren.
In elk geval gaat de N-VA met een zeer Obama-getinte change-campagne naar de Antwerpse kiezer. De slogan ‘De kracht van verandering’ krijgt - met een knipoog naar de financiële crisis en naar de stralende A - een invulling op maat. “We willen voor de stad een Triple A: Antwerpen Anders Aanpakken”, zegt congresvoorzitter Koen Kennis.
Slotsom: het worden eens te meer kanseliersverkiezingen.
De kans is groot dat de kiezers van allochtone origine - een derde van het totale aantal - de doorslag geven. Volgens Bart De Wever zijn die ingekapseld door sp.a en Groen. Dat is de verklaring die hij nu al klaar houdt voor het geval hij het onderspit zou delven. Maar hij heeft nog bijna een half jaar om de allochtone kiezer te overtuigen.
Wat er ook gebeurt, dit wordt het weekend van Bart De Wever. Niet omdat het fel vermagerde boegbeeld van de N-VA zondag voor het eerst deelneemt aan de Ten Miles in Antwerpen. Wel omdat Bart De Wever zaterdagmiddag in diezelfde stad eindelijk bekendmaakt welke rol hij bij de gemeenteraadsverkiezingen gaat spelen. Doet-ie-het of doet-iehet- niet? Het is een vraag die al maanden onderwerp van gesprek is in politieke middens en ver daarbuiten.
Als Bart De Wever straks bekendmaakt dat hij de lijst voor N-VA trekt en voluit voor de Antwerpse burgemeesterssjerp gaat, weten we het meteen zeker. Dan zal de strijd tussen De Wever en huidig burgemeester Patrick Janssens snediger en boeiender worden dan ooit tevoren.
Als Bart De Wever ervoor kiest om een andere rol te spelen in Antwerpen en voor de Vlaamse verkiezingen van 2014 gaat, krijgen we een heel ander verhaal. Wie trekt dan de lijst voor de N-VA en zal Bart De Wever bereid en in staat zijn om in de schaduw van zijn lijsttrekker naar de verkiezingen te trekken?
Het zijn vragen die de afgelopen maanden zonder enige twijfel meerdere keren gesteld zijn in het partijhoofdkwartier van de N-VA. Het feit dat het zolang heeft moeten duren voor die partij met een antwoord komt, zegt genoeg. Vooral voor Bart De Wever zelf moet de keuze moeilijk geweest zijn. Kiest hij voor datgene waar zijn hart echt ligt: Vlaanderen? Of wordt het toch ‘t Stad?
Daartussen is er weinig of niets. Wedden op twee paarden is politiek een riskante onderneming en zou bovendien intellectueel oneerlijk zijn tegenover de Antwerpenaar. Bart De Wever en zijn entourage zijn slim genoeg om dat zelf te bedenken.
Een stad zoals Antwerpen heeft iemand nodig die voor 100 procent en meer gaat voor zijn of haar stad. Voor een periode van minstens zes jaar en niet gehinderd door allerlei besognes op politiek hogere niveaus. Voor minder hoeft het niet. We hopen dat Bart De Wever en met hem alle andere kandidaten met de ambitie om een leidinggevende rol in Antwerpen te spelen, dat zeer goed beseffen.
Wat de keuze van N-VA zaterdag ook zal zijn, de strijd om het Schoon Verdiep barst dit weekend in alle hevigheid los. Reken maar dat bij de andere partijen met meer dan gewone belangstelling uitgekeken wordt naar de speech van Bart De Wever.
De Unie van Turkse Verenigingen
komt met een opmerkelijk initiatief.
Ze heeft de documentaire
De weg naar het geluk laten
maken, waarin koppels van Turkse origine
getuigen welke moeilijkheden ze
hebben ondervonden door de immigratie
van een van beide partners in België. De
Unie wil de film vertonen in zoveel mogelijk
scholen en verenigingen.
Het probleem van de importhuwelijken
is bekend. Jonge mannen en vrouwen uit
Turkije ervaren vaak grote aanpassingsproblemen
in ons land. Ze hebben hier
weinig aan hun opleiding in het land van
herkomst, spreken niet goed Nederlands
en vinden moeilijk een job. Velen worden
afhankelijk van hun schoonfamilie.
Dat alles leidt tot spanningen en vaak tot
een relatiebreuk. Van de huwelijken binnen
de Turkse gemeenschap in Vlaanderen
loopt 12% binnen de tien jaar op de
klippen, en dat zijn overwegend huwelijken
met een importpartner.
Vandaar deze nieuwe documentaire,
die jongeren tussen 16 en 25 jaar wijst op
de grote uitdagingen die hun te wachten
staan als ze in Turkije een partner willen
zoeken. Ik vind de film een uitstekend initiatief.
Veel jongeren van allochtone origine
zijn beter af met een partner die hier
is opgegroeid. Dat die partner wordt gezocht
in de gemeenschap met dezelfde
roots, is geen probleem. Als de tijd nu nog
niet rijp is voor interculturele huwelijken,
dan zal die tijd nog wel eens komen.
De Turkse gemeenschap is in beweging.
Zo nemen tradities zoals huwelijken tussen
neven en nichten af en sterft het koppelen
door ouders en grootouders, ooms
en tantes stilaan uit. Jonge Vlaamse Turken
nemen steeds meer hun lot in eigen
handen. De familie blijft belangrijk, maar
ze willen hun eigen beslissingen nemen.
En dat is een trend die perfect past in onze
westerse samenleving.
Toch neemt het aantal importhuwelijken
slechts geleidelijk af. Vroeger werden
veel jongeren uitgehuwelijkt, tegenwoordig
vinden ze vaak een partner in Turkije
omdat sociale media zoals Facebook de
afstand tussen dat land en België kleiner
hebben gemaakt dan ooit tevoren.
Ik hoop dat initiatieven zoals De weg
naar het geluk navolging krijgen en dat de
documentaire ook in Turkije wordt vertoond,
zodat daar minder importpartners
totaal verkeerde verwachtingen koesteren
over België, het land van melk en honing.
Want om een importrelatie te laten
slagen, is veel meer nodig dan liefde.
Provinciegouverneur Cathy Berx
zweert bij een open communicatie
met de burger, en dat siert
haar. Gisteren ontving ze enkele
journalisten voor een informeel gesprek
over een aantal dossiers waaraan de provincie
werkt. De rode draad door dat verhaal
is het in kaart brengen van lokale
behoeften en het streven naar meer
samenwerking tussen de steden en
gemeenten. In die zin is de provincie geleidelijk
geëvolueerd van voogd tot coach.
Vooral dankzij de Wodca-controles is
het genoegzaam bekend dat de provincie
hoog inzet op verkeersveiligheid. Maar
daarnaast speelt ze ook een belangrijke
rol in het uittekenen van een gezonde toekomst
voor de diamantsector. Onder impuls
van de gouverneur werkt ze bovendien
aan een strategie voor het hoger onderwijs,
waarbij het de bedoeling is om
Antwerpen een unieke positie te bezorgen
door te focussen op de combinatie van cultuur,
wetenschap en handel.
Interessant is ook de screening die de
provincie maakt van de intergemeentelijke
samenwerkingsverbanden. Zo blijkt
elke gemeente er gemiddeld liefst 98 te
hebben. Kan die jungle niet wat efficiënter
worden ingericht, vraagt het provincie
bestuur zich af. Veel burgemeesters stonden
aanvankelijk achterdochtig tegenover
deze vermeende bemoeienis, maar
inmiddels is de sfeer fel verbeterd. Dat bewijst
het nut van de oefening.
Toch staan al deze activiteiten de jongste
jaren in de schaduw van dat ene dossier
dat een diepe kloof heeft gevormd tussen
de stad Antwerpen en de rest van de
provincie: de mobiliteit. Cathy Berx kreeg
van minister Hilde Crevits het verzoek om
een draagvlak te zoeken voor de ondertunneling
van de R11, de inmiddels beruchte
gewestweg tussen Wommelgem
en Wilrijk. En dat was makkelijker gezegd
dan gedaan, zo is inmiddels gebleken.
Het streefbeeld voor de R11 zou in juni
2011 aan de minister worden bezorgd. Inmiddels
zijn we bijna een jaar verder, en
het ziet er niet naar uit dat het verhoopte
draagvlak er snel komt. Volgens mij zal het
er zelfs nooit komen. De onenigheid tussen
de besturen van stad en rand, milieubewegingen
en actiegroepen met uiteenlopende
belangen is gewoon veel te groot.
Maar Cathy Berx is niet het type dat
moegestreden de handdoek in de ring
werpt. Ze blijft ervoor gaan, al vroeg ze
zich gisteren wel luidop af hoe groot een
draagvlak moet zijn alvorens er een politieke
beslissing kan worden genomen.