Het OCMW heeft de voorbije jaren enorm veel inspanningen gedaan om mensen met een leefloon te activeren en hun een normale rol in de samenleving te bezorgen. N-VA-Kamerlid Zuhal Demir noemt dat een goednieuwsshow van voormalig OCMW-voorzitter en huidig minister van Werk Monica De Coninck (sp.a).
Demir gebruikt het argument dat het aantal werklozen van allochtone origine de voorbije jaren is gestegen. En dat klopt, maar het heeft niets te maken met het activeringsbeleid. Om de overvloedige instroom van nieuwkomers af te remmen, moeten de federale wetten - of nog beter: de Europese regels - worden aangepast. Op lokaal niveau kan je alleen maar proberen om de ongewenste effecten van die wankele wetten zo goed mogelijk om te zetten in positieve energie.
Terwijl de wetten worden gemaakt in de ivoren torens van de parlementen, worden de OCMW-raden geconfronteerd met de dagelijkse realiteit van de individuele dossiers. Ze krijgen mensen voor zich die echt steun nodig hebben, maar ook mensen die misbruik proberen te maken van allerlei mazen in de wet.
Vanuit die ervaring is in het Antwerpse OCMW de voor-wat-hoort-wat-doctrine ontstaan, die het solidariteitsprincipe weer redelijke proporties wil geven. En vanuit die dagelijkse praktijk is de Gentse OCMW-voorzitter Geert Versnick (Open Vld) wellicht ook gekomen tot zijn omstreden voorstel om een deel van het leefloon af te nemen van ouders die hun kinderen niet naar de kleuterschool sturen.
De OCMW’s hebben anno 2012 een dubbele verantwoordelijkheid. Enerzijds moeten ze steeds toenemende behoeften lenigen, anderzijds moeten ze de tering naar de nering zetten om te vermijden dat de inwoners van de steden en gemeenten de rekening krijgen gepresenteerd. Daarvoor hebben ze stokken achter de deur nodig als ultieme middelen om misbruiken te bestraffen, in afwachting van betere wetten.
door Lex Moolenaar



Reacties