Dat er in dit economische klimaat veel potentieel is voor partijen die zich positioneren links van de traditionele sociaaldemocratie, blijkt onder meer in Nederland. Daar is de Socialistische Partij (SP) van Emile Roemer volgens de peilingen nog nét niet even groot als de liberale VVD van premier Mark Rutte.
Zowel de PVDA als de SP zet zich fors af tegen het politieke en economische establishment. Beide partijen willen een einde maken aan het neoliberale klimaat, dat destijds werd ingezet door de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher. Het bedrijfsleven en de financiële sector kregen vrij spel, de rol van de overheid werd in de VS en de EU tot een minimum beperkt. Dat ging lang goed, tot het systeem in 2008 crashte en de overheden de gevolgen wel moesten verhalen op de burgers.
In zulke tijden keren de mensen zich af van de traditionele politieke families en kiezen ze voor partijen die verandering beloven. Die partijen kunnen zich zowel ver links als rechts van het centrum bevinden. In Nederland scoren de linkse SP en de rechtse PVV van Geert Wilders in de jongste peiling samen maar liefst 47% van de stemmen. In Vlaanderen kanaliseert het verzet tegen de gevestigde orde zich voorlopig nog exclusief aan de rechterzijde: N-VA, Vlaams Belang en LDD oogsten volgens de peilingen samen 45%.
SP-boegbeeld Emile Roemer, op dit moment de populairste politicus van Nederland, voorspelt vandaag in uw krant dat “eerlijk links” ook in Vlaanderen gaat doorbreken. De kiemen van zo’n beweging zijn voorlopig vooral in Antwerpen zichtbaar. Ex-sp.a’er Erik De Bruyn lijkt met zijn partij Rood! nog geen potten te kunnen breken. Maar de PVDA van Peter Mertens heeft met de vestigingen van Geneeskunde voor het Volk in districten zoals Deurne en Hoboken sterke lokale antennes. Dat kan zich in oktober vertalen in het eerste electorale succes.
Door Lex Moolenaar

