We leven in de eeuw van de steden. Vorig jaar leefde voor het eerst meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad, en dat aandeel neemt elk jaar toe. Antwerpen heeft onlangs officieel de kaap van een half miljoen inwoners overschreden. Het is de verwachting dat daar tegen 2050 (volgens een ander scenario zelfs 2030) nog eens 100.000 inwoners bijkomen.
Volgens geleerden is de verstedelijking op zich helemaal geen slecht nieuws. Steden bevorderen de sociale mobiliteit en kunnen zo een remedie tegen armoede zijn. Ze zijn ook poelen van creativiteit en innovatie. Paradoxaal genoeg zijn ze ook goed voor het milieu, omdat mensen die dicht bij elkaar wonen, minder energie verbruiken. En ze remmen de bevolkingsgroei af, omdat stedelingen kiezen voor minder grote gezinnen.
Tot zover de voorzijde van de medaille. Volgens het Federaal Planbureau zullen er tegen 2060 ongeveer 2,5 miljoen inwoners van België bijkomen. Die willen allemaal hun plek onder de zon. Het wordt dus een enorme uitdaging om al die mensen te huisvesten en om te zorgen voor alle nodige voorzieningen.
Het Antwerpse stadsbestuur is daar al een aantal jaren mee bezig. Grote projecten van stadsontwikkeling zoals het Militair Hospitaal, Regatta, de Cadixwijk en Nieuw Zuid zijn daarvan goede voorbeelden. Maar er zal nog veel meer nodig zijn, en de stad groeit stilaan dicht. In de volgende legislatuur moet de stadsvernieuwing ook een vlucht nemen in de districten. We vernemen graag van de verschillende politieke partijen hoe zij dat zien.
Een cruciale vraag is hoe Antwerpen in de toekomst wil omgaan met hoogbouw. Dat is namelijk de meest voor de hand liggende oplossing voor het probleem van de steeds schaarser wordende beschikbare ruimte. Hoogbouw vergroot het woningaanbod en kan zo de vastgoedprijzen drukken. De nieuwe buurt die aan het verrijzen is tussen de Leien en Park Spoor Noord, lijkt een voorbeeld te worden van hoe kwalitatieve hoogbouw kan samengaan met leefbaarheid.
door Lex Moolenaar

