Een van die middelen is de verlaging van de minimumleeftijd voor het uitreiken van GAS-sancties (Gemeentelijke Administratieve Sancties) van 16 naar 14 jaar. Voor sommige burgemeesters mag dat zelfs 12 jaar worden. Jenneke Christiaens en Els Dumortier, twee criminologen van de VUB, uiten zware kritiek op deze verlaging. Zij vinden GAS-sancties niet het juiste antwoord op kleine criminaliteit en overlast. Er kan beter worden geïnvesteerd in meer buurtwerking en samenlevingsopbouw.
Naar mijn bescheiden mening zitten de twee criminologen in een ivoren toren. Om te beginnen is er de voorbije decennia in steden als Antwerpen al heel wat ingezet op preventie. Maar het is natuurlijk nooit genoeg. En als je vaststelt dat steeds jongere kinderen zich bezondigen aan steeds driester wangedrag en bovendien worden gebruikt door de georganiseerde misdaad omdat kinderen nu eenmaal minder snel worden gestraft, dan dringt een repressief luik zich op. Ook als het gerecht niet de middelen heeft om in te grijpen bij gebrek aan een jeugdsanctierecht.
GAS-boetes moeten in veel gevallen worden betaald door de ouders. Is het denkbaar dat zij zich zo meer bewust worden van het wangedrag van hun kinderen en zelf meer sociale controle gaan uitoefenen? Volgens de VUB-criminologen bestaat er geen onafhankelijk onderzoek naar de praktijk van de GAS-sancties. Wat houdt hen tegen om dat zelf uit te voeren? Zij zijn per slot van rekening de onderzoekers, toch?
Het VUB-duo betoogt: is het de verantwoordelijkheid van de overlast-kinderen dat er een tekort is aan scholen, sociale woningen en vrije ruimte, een groeiende kloof tussen arm en rijk, een intolerante samenleving? Nee, natuurlijk niet. Maar geeft dat die jongeren dan het recht om ongestraft andere mensen te terroriseren? Ik denk het niet.
Lex Moolenaar Senior writer gvabrieven@concentra.be

