Deze cijfers - die gisteren aanleiding gaven tot een communiqué van Vlaams Belang - zijn op zich niet verwonderlijk, want ze vormen een echo van de trends die we al een aantal jaren in de geboortecijfers zien. Antwerpen wordt bevolkt door steeds meer moslimgezinnen en die brengen gemiddeld meer kinderen voort dan niet-moslimgezinnen, vandaar.
Maar vanuit het perspectief van het VB moet die evolutie uiteraard heel anders worden bekeken. Filip Dewinter vindt dat de situatie “langzaam maar zeker dramatisch wordt” en eist doortastende maatregelen: een onmiddellijke immigratiestop en een omvorming van alle concentratiescholen tot inburgeringsscholen.
Ik wil daarbij enkele bedenkingen maken. Eén: ik weet niet hoe Filip Dewinter zich zo’n immigratiestop voorstelt, maar ze past niet in het geheel van federale wetten en Europese regels waartoe ons land zich heeft verbonden. Bovendien is de meerderheid van de kinderen uit moslimgezinnen in onze scholen in dit land geboren en getogen.
Twee: alle stedelijke scholen zijn nu al per definitie inburgeringsscholen, waar de leerlingen worden opgeleid voor een leven binnen de wetten en zeden van dit land en met een neutraal, niet aan een bepaalde levensbeschouwing gebonden pedagogisch project. Daarin verschillen ze nu juist van katholieke, joodse of islamitische scholen, die wél opereren vanuit één religieuze context.
Als Dewinter bedoelt dat de stedelijke scholen geen fundamentele toegevingen mogen doen aan de wensen van de groeiende moslimpopulatie, dan heeft hij gelijk. Het mag bijvoorbeeld niet zo zijn dat de evolutieleer van Darwin niet meer wordt onderwezen omdat de moslimleerlingen dat niet willen.
Overigens leert de ervaring dat die moslimleerlingen - met uitzondering van een beperkt aantal extreme gevallen - het helemaal niet moeilijk hebben met de normen en waarden die in het stedelijk onderwijs worden gehanteerd. Ze doen gewoon vrolijk mee aan het gemengd turnen en aan schoolfuiven (als er een theekraampje staat). Alleen praten ze daar niet over met hun vaak conservatieve ouders.
Door Lex Moolenaar

