Want dat de ruimte in Vlaanderen bijzonder schaars is, zal ondertussen iedereen wel weten. Het is dus de kunst om daar efficiënt mee om te gaan. Anders dreigt Vlaanderen over een aantal jaren volledig volgebouwd te zijn met gebouwen en wegen en is een van de meest welvarende delen van de wereld niet langer meer leefbaar.
Steeds vaker kiezen burgers er spontaan voor om de schaarse ruimte met elkaar te delen. In Antwerpen worden in toenemende mate muurtjes gesloopt en tuinen gedeeld. Het bevordert het sociaal contact met de buren. Maar dergelijke ingrepen zijn er toch vooral gekomen omdat het steeds meer woekeren met ruimte wordt. Zeker in een stad als Antwerpen.
Toch ook wel opmerkelijk is dat 64% van de Vlamingen vindt dat er in 2050 niet meer aandacht naar auto’s dan naar zwakke weggebruikers mag gaan bij de heraanleg van straten. Een meerderheid vindt zelfs dat de stadscentra autovrij moeten zijn tegen 2050 en liefst nog iets vroeger. Dat is, hoe zullen we zeggen, redelijk on-Vlaams.
Als er een ding kan worden geleerd uit dergelijke enquêtes, is het wel dat Vlamingen vaak minder conservatief zijn als het over hun leefomgeving gaat dan dat veel politici denken. Niet elke maatregel die de automobilisten een stukje minder vrijheid geeft, wordt op hoon en verontwaardiging onthaald.
Het is uitgerekend die angst voor de ‘boze kiezer’ die politici er van weerhoudt om ogenschijnlijk onpopulaire maatregelen zoals autoluwe straten, zones 30 en extra ruimte voor fietsers in te voeren. In het nog niet zo verre verleden was dat schering en inslag. Maar ook nu hebben veel politici hun koudwatervrees nog altijd niet overwonnen. Ten onrechte. In Antwerpen blijkt dat het weren van auto’s in sommige delen van de stad niet tot opstanden leidt en dat zelfs middenstanders steeds meer vragende partij zijn om hun straat autovrij te maken. Dat is ooit anders geweest.
Door Patrick Van de Perre

