De Raad van State heeft juridisch-technisch ongetwijfeld het juiste oordeel geveld. Maar als je de evolutie van het dossier bekijkt, dan rijst toch wel de vraag waar we mee bezig zijn. Laat me het verhaal van de Lotto Arena even in een notendop samenvatten.
De stad wil een sporthal bouwen en dient een bouwaanvraag in. Uit het bijbehorend openbaar onderzoek blijkt dat de buurt zich grote zorgen maakt over parkeeroverlast. Het stadsbestuur trekt zich die bekommernis aan, stelt een mobiliteitsplan op met zogenaamde minder-hindermaatregelen, voegt die aan het dossier toe en krijgt een bouwvergunning.
Vervolgens stapt een buurtbewoner naar de Raad van State, die de vergunning voor de allang operationele Lotto Arena schorst met dit argument: het mobiliteitsplan maakte nog geen deel uit van het dossier ten tijde van het openbaar onderzoek, bijgevolg was het ingediende dossier niet het originele en dus onwettig.
Deze logica zal juridisch wel waterdicht zijn, maar veel kafkaiaanser kan je het niet verzinnen. Het stadsbestuur wordt gestraft omdat ze de inplanting van de Arena makkelijker verteerbaar wou maken voor de buurt. Als het géén mobiliteitsplan had opgesteld, dan had de buurt op haar kin kunnen kloppen, maar dan was er voor de Raad van State geen vuiltje aan de lucht geweest. Is dat geen schrijnende illustratie van de kloof tussen de geest en de letter van de wet?
We willen het nog niet eens hebben over het feit dat het hoogste bestuursrechtelijke college van dit land een bouwvergunning schorst van een bouwwerk dat er al tweeënhalf jaar staat. Dat vinden we in België allang normaal. Maar we ergeren ons wel aan procedures die juridische beslissingen mogelijk maken waarvan iedereen op zijn klompen aanvoelt dat ze het rechtsgevoel niet dienen.
Het stadsbestuur moet nu zelf op zoek in de jungle van wetten en regeltjes om de zaak weer vlot te trekken. En dat terwijl burgemeester Janssens veel beter met de buurt kan gaan praten om samen naar oplossingen te zoeken.
door Lex MOOLENAAR



Reacties