Vanaf maandag beginnen de scholen
nieuwe leerlingen in te schrijven
voor het volgend schooljaar. En dus
slaat op vele plaatsen de strijd om
de plaatsen in de meest populaire scholen
weer toe. De komende dagen zullen op een
aantal locaties in de stad de vele wachtenden
files vormen die herinneren aan de rijen voor
de bakkers in de donkerste dagen van de Sovjet-
Unie.
De waanzin wordt elk jaar meer verbijsterend.
In Antwerpen is dinsdagavond voor
de Arthurschool in Borgerhout de allereerste
wachtende vader gesignaleerd. Hij begon
aan een marathon van vijf dagen en zes nachten
in miezerig weer, waarin hij hopelijk af en
toe wordt afgelost. Ouders die bereid zijn om
hun hele krokusvakantie op te offeren voor
een schoolinschrijving, moeten wel heel erg
veel van hun kinderen houden, denk je dan.
Maar daarmee is het goede nieuws ook op.
Ook al gezien: een vrouw die haar mobilhome
voor een schoolpoort heeft geparkeerd.
Vorig jaar bleek iemand zelfs een student
te hebben ingehuurd om voor hem in
de rij te gaan staan. De schooldirecties zien
deze hysterie aan en nemen allerlei maatregelen
om de overspoeling van al die hardcore
fans minder gênant te laten verlopen.
De ene school maakt van haar gymzaal in de nacht
van zondag op maandag een soort tijdelijk
asielcentrum, een andere start om middernacht
al met de inschrijvingen. Barmhartige
gestes, maar het verandert niets aan de enige
diagnose die wij kunnen stellen: deze massapsychose
moet stoppen, alles is beter dan
dit, desnoods moeten de inschrijvingen maar
worden bepaald via lottrekking.
De Vlaamse regering heeft in het verleden
al enkele vernieuwingen ingevoerd die
een gunstig effect moesten oogsten: broers
en zussen van schoolgaande kinderen mogen
tegenwoordig al vanaf januari worden
ingeschreven, kinderen die vallen onder het
GOK-decreet (Gelijke Onderwijskansen)
vanaf februari. Maar daarmee is de zaak duidelijk
nog niet opgelost.
De Antwerpse schepen van Onderwijs Robert
Voorhamme zou ook graag voorrang
verlenen aan kinderen die in de buurt van
een school wonen. De scholen hebben dit
voorstel afgewezen en ik had er ook niet echt
een goed gevoel bij omdat zo’n maatregel de
kloof tussen ’witte’ en ’zwarte’ scholen zeker
niet smaller maakt. Maar alles is beter dan
het huidige mensonterende systeem, waarvan
vooral arme en alleenstaande ouders de
dupe zijn.
door Lex MOOLENAAR
Wat verlangt de jeugd van de
overheid? Dat wilde de Antwerpse
schepen van Jeugd
Leen Verbist (sp.a) graag
weten, en dus liet ze het bureau Trendwolves
een enquête uitvoeren onder jongeren tussen
16 en 25 jaar.
De resultaten van het onderzoek wijzen
overduidelijk in één bepaalde richting: de
jongeren van nu willen vooral niet worden
betutteld. Ze vinden het fantastisch als de
overheid hun de ruimte geeft om hun vrije
tijd in te vullen zoals zij dat zelf graag willen.
Geef ze plaatsen waar ze in alle vrijheid kunnen
skaten, repeteren met hun bandje of op
een podium staan om zich op de een of andere
manier uit te leven. En geef ze vooral ook
voldoende groen om gewoon te ’chillen’, om
samen met hun vrienden even te ontsnappen
aan de stress die deze samenleving onmiskenbaar
ook voor jongeren genereert.
De boodschap aan de politici is duidelijk:
de behoefte aan georganiseerd vertier is
klein, de vraag naar nog meer sport- of toneelverenigingen
quasi nihil. De jonge mensen
van nu willen vooral meer infrastructuur
waar ze hun creatieve talenten zélf kunnen
ontdekken en ontplooien.
Een mooie illustratie daarvan is het succes
van de Scheld’apen, een jongerengemeenschap
die bij wijze van spreken begon met
twee tenten in de open ruimte van Petroleum
Zuid.
De conclusies van het Trendwolves-onderzoek
stroken met de veranderende tijdgeest
zoals die in 2007 door socioloog Fons
Van Dyck is beschreven in zijn boek Het merk
mens. Het tijdperk van angst en cocooning is
voorbij, de nieuwe generatie staat weer open
voor de samenleving. Maar de jongeren van
2009 zijn niet meer bereid om achter om het
even welke vlag aan te lopen. Al dan niet bewust
prediken ze een soort sociaal individualisme:
ze shoppen in het warenhuis van de
samenleving en gooien af en toe een engagement
in hun winkelkar. Eigenzinnig, ondernemend,
kritisch en met een gezond wantrouwen
tegen het establishment. De jonge
consument wil zijn eigen keuzes maken.
Antwerpen is nu al een vruchtbare voedingsbodem
voor zulke jongeren, en het
moet dat nog meer worden. Creatieve vrijheid
zorgt voor een dynamiek die de stad verder
kan opstuwen tot een van de creatief vernieuwende
hoofdsteden van Europa. Dat is
niet alleen een aangenaam perspectief, het
is ook een noodzaak als we een topregio willen
blijven in de globale wereld.
door Lex MOOLENAAR
Wanneer de economie in zwaar
water verkeert, ligt de diamantsector
in de vuurlijn. Diamant
is als hét luxeproduct bij
uitstek het eerste waarop mensen in moeilijke
tijden besparen. Dat is vervelend voor
Vlaanderen, want de sector staat voor cijfers
die er niet om liegen.
Achtduizend directe en 26.000 indirecte
banen. Een jaarlijkse omzet van 17 miljard
euro, waarmee de diamant in Antwerpen
zelfs de chemische sector klopt. Een aandeel
van maar liefst zeventig procent in ons overschot
op de internationale handelsbalans.
En het belangrijkste Belgische exportproduct
in landen als India, Israël, Hongkong,
Singapore en Thailand.
Zo’n belangrijke sector mag niet in het slop
raken. Daarom doet Open Vld - onder impuls
van zijn schepen voor Diamant Ludo
Van Campenhout - vijf voorstellen om de
Antwerpse diamant te ondersteunen. De
meeste suggesties zijn overigens niet nieuw.
Een masterplan voor de diamantwijk, invoering
van tijdelijke werkloosheid voor bedienden:
die ideeën kenden we al. Maar Open Vld
heeft wel gelijk om met het vijfpuntenplan
nog eens nadrukkelijk te wijzen op de acute
problemen van de sector en al onze overheden op te roepen tot snelle actie.
Een van de punten uit het plan gaat over de
langdurige inbeslagnames van partijen diamant
bij gerechtelijke onderzoeken. Uiteraard
moet het parket zijn werk kunnen doen,
maar moeten die onderzoeken ook vele jaren
duren? Nee, in zulke dossiers is meer snelheid
geboden, want de huidige gang van zaken
ondermijnt het vertrouwen van de diamantairs
in Antwerpen als geschikte draaischijf
voor hun internationale activiteiten.
En als enkele grote handelaars besluiten te
verkassen naar bijvoorbeeld Dubai, dan belandt
Antwerpen in een neerwaartse spiraal
die onze economie flink pijn kan doen.
Het wetsvoorstel waarmee Ludo Van Campenhout
de economische schade door langdurige
inbeslagnames van diamanten wil beperken,
ligt al enige tijd te gisten in de Kamer.
Oorzaak: het voorstel ligt gevoelig bij
de parketten, die vrezen dat hun bewegingsvrijheid
erdoor wordt beperkt. Eens te meer
is er dus een spanning tussen de wetgevende
en de rechterlijke macht.
Als Antwerpenaar vind ik dat de Kamer de
moed moet hebben om dit wetsvoorstel door
te drukken. De diamantsector is te belangrijk
voor onze economie om te sneuvelen in het
niemandsland tussen twee machten.
door Lex MOOLENAAR
De commissie Leefmilieu en Ruimtelijke
Ordening van het Vlaams Parlement
keurde zopas het ’Wonen in
eigen streek’ goed. Daarmee moeten
ook bewoners van een streek die qua
bouwgronden goed in de markt ligt, de mogelijkheid
hebben om grond aan te schaffen.
Tot nu toe werden ze vaak al te makkelijk
voorbijgestoken door mensen met een dikkere
portemonnee.
Het fenomeen is in vele streken van Vlaanderen
bekend. Kooplustigen verhinderen
dat kustbewoners zich een eigen huis kunnen
aanschaffen, zoals generaties familieleden
hen dat voordeden. Hetzelfde gebeurde
iets brutaler door de Europese ambtenaren,
die de prijs van huizen en bouwgronden in de
rand rond Brussel omhoog hebben gejaagd.
Dichter bij huis speculeerden Nederlanders
in grensgemeenten zoals Essen, Hoogstraten,
Ravels en Arendonk. Ook rond Antwerpen
stelt zich het probleem. Van Kapellen
tot Niel en van Aartselaar tot Wijnegem
zijn kooplustigen op zoek naar een huis in de
’groene rand’. Waasmunster heeft dezelfde
status verworven, wellicht door zijn goede
ligging tussen Antwerpen en Gent.
Dat steekt al jaren de ogen uit van mensen
die vaak noodgedwongen vertrekken uit de
gemeente waar ze zijn opgegroeid. Ex-parlementslid
Herman Suykerbuyk had dat al gezien.
Maar hij wilde nog álle gronden voorbehouden
voor de inwoners van zijn gemeente.
Zijn voorstel werd afgeschoten. Ludwig Caluwé
(CD&V) vijlde het ontwerp bij tot de basis
van wat nu is goedgekeurd.
Is dat een ’Eigen volk eerst’-maatregel? Allerminst,
want de huidige regelgeving is beperkend
opgesteld. Zo moet het gaan om een
gemeente die kampt met hoge bouwgrondprijzen
én met een hoge migratiedruk. Als
beide voorwaarden niet zijn vervuld, kan er
geen sprake zijn van een voorrangsregel. In
Limburgse grensgemeenten verdringen inwijkelingen
elkaar ook. Maar de grondprijs
is er lager dan in de rest van Vlaanderen. Dus
is de voorrangsregel daar niet toegestaan.
Als de voorrangsregel is goedgekeurd,
geldt die niet voor alle gronden in de bewuste
gemeente. Zoals in verstedelijkte gebieden
niet overal meer bouwlagen worden toegestaan
dan het gewestplan toelaat.
De maatregel, die elke drie jaar wordt getoetst,
mikt op een beter samenleven en gaat
sociale verdringing tegen. Net zoals sociale
koopwoningen wil het decreet zorgen voor
een betere sociale mix. Daar kan je niet tegen
zijn.
door Johan VAN BAELEN
De hoerastemming over de dalende
werkloosheid is niet meer dan een
verre echo. De economische crisis
slaat hard toe. Het ergste is dat we
nog maar aan het begin staan. 2009 wordt
een rampjaar. Niemand twijfelt daar nog
aan.
Vooral de jongeren betalen de prijs. De Antwerpse
werkloosheid is met iets meer dan 10
procent gestegen in vergelijking met januari
2008. Het aantal werkzoekenden onder
de 25 jaar is met 20 procent toegenomen. In
één jaar verloren 920 jonge Antwerpenaars
hun job. Als we de Vlaamse cijfers naast de
Antwerpse leggen, dan zien we dat de jongerenwerkloosheid
in Vlaanderen met 22,7
procent is gestegen. Dat de werkloosheid in
Antwerpen dus minder snel is toegenomen,
is een schrale troost.
Zodra de economie zich herpakt, zullen
jongeren met een diploma weer een stap op
de arbeidsmarkt zetten. Maar er zijn te veel
jongens en meisjes die de school zonder diploma
verlaten. Dit is een van de grootste onrechtvaardigheden
in onze samenleving. Dit
is niet alleen de verantwoordelijkheid van de
scholen, maar ook van de jongeren en de ouders.
Er studeren ook nog te veel jongeren af
met een ’waardeloos’ diploma. Het is onbegrijpelijk
dat de afdeling Kantoor in het beroepsonderwijs
nog steeds wordt georganiseerd.
Dit diploma biedt bijna zeker een toegangsticket
tot de werkloosheid. De onderwijswereld
en de overheid weten dit, maar
ondernemen niets. Dit is schuldig verzuim.
Door de economische hoogconjunctuur
van de afgelopen jaren geraakten deze jongeren
toch aan een job. Bedrijven waren op
zoek naar werkkrachten. Taal, diploma en
ervaring telden even iets minder zwaar mee
in de aanwervingscriteria. Door de economische
crisis sturen de werkgevers deze jongeren
weer de laan uit. De jongere die als laatste
op de arbeidsmarkt kwam, gaat er als eerste
uit. Dit is een zware klap voor deze jongeren.
Eindelijk kregen ze een kans, maar als
het slecht gaat, wordt hen die kans abrupt
ontnomen. De retoriek van kansen grijpen,
stelt in tijden van crisis nog weinig voor.
Het is belangrijk dat deze jongeren niet
worden losgelaten. De overheid en de tewerkstellingsprojecten
moeten beletten dat
deze jongeren zichzelf gaan beschouwen als
drijfhout op de golven van de conjunctuur.
Als we ze niet vastgrijpen, opleiden en helpen
zoeken naar kansen, creëren we een
nieuwe generatie die zijn middenvinger opsteekt
naar de rest van de maatschappij.
door Sacha VAN WIELE
De Marokkaanse overheid verplicht
haar onderdanen, zelfs als ze in het
buitenland wonen, om voor hun
kinderen een naam te kiezen uit
een opgelegde lijst met Arabische voornamen.
Wie dat niet doet en zijn dochter Annelies
in plaats van Fatima noemt, loopt het
risico dat zijn of haar kind geen recht heeft op
de Marokkaanse nationaliteit. En dat is toch
iets waar veel allochtone ouders nog altijd
aan houden.
In Antwerpen behoort het tot op vandaag
tot de dienstverlening om allochtone ouders
die bewuste namenlijst te tonen als ze hun
baby inschrijven. De waarschuwing dat wie
zich niet aan die lijst houdt problemen kan
krijgen met de Marokkaanse overheid is inbegrepen.
Deze aanpak leidde zelfs in de Kamer
tot vragen van vooral N-VA en Vlaams
Belang, die zich afvragen of een stedelijke
dienst moet meewerken aan ’chantage van
de Marokkaanse overheid’ en het ’belemmeren
van de integratie’.
Uitspraken zoals deze lijken ons een beetje
te kort door de bocht. Integratie staat of valt
niet met een voornaam. Zelfs niet als die van
een lijstje van een overheid is geplukt. Zelfs
zonder die lijst zullen ouders met Marokkaanse
roots hun kind nog altijd liever Mohamed dan Erik of Jan noemen. Alsof iedere
Belg in het buitenland zijn kind een in dat
land populaire voornaam geeft.
Toch hebben de criticasters niet helemaal
ongelijk. Er is geen enkele reden waarom
een Antwerpse dienst hand- en spandiensten
zou verlenen voor een buitenlandse regering
en informatie moet verstrekken voor
een regel die hier op weinig of geen sympathie
kan rekenen. De beslissing van de schepen
voor Bevolking, Monica De Coninck
(sp.a), om de lijst niet langer te gebruiken
en ouders naar het Marokkaanse consulaat
door te verwijzen voor meer informatie, is de
enige juiste keuze. Het staat iedereen vrij om
zelf een voornaam voor zijn kinderen te kiezen.
En elke vorm van bemoeienis, ook al gebeurt
die in dit geval met de beste bedoelingen,
is te vermijden.
En dan nog even dit. De verplichte namenlijst
is ook in België nog niet zo heel erg lang
geleden verdwenen. Tot diep in de jaren zestig
circuleerde er ’bij ons’ een lijst met katholieke
voornamen, waaruit papa’s en mama’s
een keuze moesten maken. Officieel werd die
lijst pas in 1987 afgeschaft, al was er waarschijnlijk
toen al jaren geen enkele burgerlijke
stand meer die de namenlijst nog gebruikte.
door Patrick VAN DE PERRE
Misschien herkent u deze situatie.
U probeert als bewoner of
ondernemer het beste te maken
van de heraanleg van uw straat.
U ploetert door het slijk. Het is opletten om
niet onder een graafmachine te belanden. De
herinneringen aan de ongemakken verdwijnen
echter als de straat is heraangelegd. U
bent als bewoner fier op de nieuwe straat.
Maar tot uw ontsteltenis gooien werkmannen
van een nutsmaatschappij het trottoir
enkele weken later weer open.
Antwerpen maakt hier een einde aan. De
stad Antwerpen, de districten, het Havenbedrijf,
de Beheersmaatschappij Antwerpen
Mobiel, de netwerkbeheerders en De Lijn
ondertekenen een charter waarin ze beloven
de werken op elkaar af te stemmen. Als een
straat is aangelegd, mag ze de volgende vijf
jaar niet meer worden opgebroken. De hinder
voor bewoners blijft zo beperkt.
Antwerps schepen van Openbare Werken
Guy Lauwers (sp.a) is ervan overtuigd dat iedereen
zich aan de afspraak zal houden. In
het charter is niets opgenomen over boetes
voor wie de afspraken niet naleeft. ”We zijn
toch allemaal volwassen genoeg om te weten
dat dit belangrijk is”, zegt de schepen. Eind
jaren negentig probeerde schepen van Openbare
Werken Paul De Loose (sp.a) al om zulke
afspraken te laten naleven. Na hem volgden
nog tal van pogingen. Dat schepen Lauwers
weer probeert, bewijst dat niet iedereen
altijd even ’volwassen’ de afspraken naleeft.
Maar wie weet lukt het Lauwers wel.
Afwezige in de lijst van ondertekenaars is
het Vlaams Gewest. Dit is een zwak punt, zeker
met al de gewestwegen in Antwerpen.
Het Gewest wil zich niet engageren in een
charter, maar zal wel pogen om de werken
af te stemmen op de bestaande plannen. De
Vlaamse overheid heeft echter een niet al te
beste reputatie op dat vlak. De Leien zijn daar
het beste voorbeeld van. Het charter garandeert
dus geen einde van de miserie bij openbare
werken in Antwerpen.
De bouwheren beloven zich aan de afspraken
te houden, maar kunnen we dit ook verwachten
van de aannemers die de werken
uitvoeren? Straten blijven maandenlang
modderpoelen door niet nagekomen afspraken.
De signalisatie is soms gevaarlijker dan
het verkeer. Lauwers belooft meer toezicht.
Ik geef de schepen het voordeel van de twijfel,
maar het verleden leert mij om achterdochtig
te blijven. En zoals de schepen het
zelf zegt: “Als we het charter niet naleven, zal
de kiezer ons hiervoor afstraffen.”
door Sacha VAN WIELE
Gaan we, nu met de nodige tijd en
moeite een compromis is gesloten
over de inplanting van een nieuw
voetbalstadion, een robbertje
vechten over het aanplanten van groen op
Petroleum Zuid? Als je sommige mensen laat
doen wel. Maar ik denk niet dat hun strijd
productief is.
Wie een voetbalstadion neerpoot, heeft het
lastiger dan een golfer om zijn groene intenties
te bewijzen. Ook al spelen beide sporten
zich af op gras.
Maar tegenstanders van een bedrijventerrein
en een voetbaltempel op Petroleum Zuid
moeten wel de juiste argumenten aandragen.
Onder de koepel van Natuurpunt Hobokense
Polder en Petrolfront protesteerden zondag
500 mensen tegen de recente plannen.
Onderdeel daarvan is de verlenging van de
concessie van Q8 voor de volgende 20 jaar.
Volgens de actievoerders wordt Hoboken in
een vervuilende tang genomen door Q8 en
de geplande bedrijvenzone.
Die bewering klopt niet. Vooreerst is er
vandaag geen groene buffer tussen het petroleumbedrijf
en de Hobokense Polder. In
de toekomst zou die er wel komen.
Veel belangrijker nog is dat de nieuwe bedrijvenzone
helemaal niet moet worden uitgespuwd.
Schepen voor Economie Robert
Voorhamme (sp.a) heeft schoorvoetend ingestemd
met een voetbalstadion op Petroleum
Zuid. Hij zal dus zeker geen enkele toegift
meer dulden op de aanvankelijke plannen.
Die voorzien geen fabrieken, maar uitsluitend
duurzame en ecologisch verantwoorde
bedrijven in het gebied.
Laat de schepen hierdoor nu het gelijk van
de toekomstige kiescampagne van Groen!
bewijzen. Die partij wil inzetten op een groene
’New Deal’ en de overheid dus laten investeren
in groene projecten, die 100.000
jobs zouden aantrekken. De stad schat dat
de gloednieuwe bedrijvenzone goed zal zijn
voor 4.000 jobs.
En dan hebben we het nog niet gehad over
het in onze ogen voorbarige verzet. Iedereen
weet dat de gronden van Petroleum Zuid
zwaar verontreinigd zijn. De bouw van het
stadion en de bedrijvenzone is dé aanleiding
om de gronden te saneren. Laat dat nu een
peperdure miljoenenzaak zijn, die Vlaanderen
wil dragen. Het stadion biedt dus een ongelofelijke
kans om eindelijk komaf te maken
met een stuk historische vervuiling.
Maar zonder het stadion en de KMO-bedrijvenzone
komt die opkuis er wellicht
nooit.
door Johan VAN BAELEN
Onder het motto De Kaaien op Tafel
organiseren stad, ACW en Unizo
in de eerste week van maart meer
dan 200 tafelgesprekken. Die
gesprekken in groepjes van twaalf kunnen
plaatsvinden in vzw’s, buurtwinkels of cafés.
Maar ze hebben één constante: de Scheldekaaien
en vooral de toekomst ervan.
Het eerste tafelgesprek moet er nog komen,
maar de stellingen zijn al ingenomen: één
grote parking onder de kaaien, alles groen
erboven, geen nieuwbouw, plaats voor het
historische, enzovoort.
Zulke stellingnamen moeten wel realistisch
blijven. Een keiharde en peperdure realiteit
bevindt zich ondergronds. De Scheldekaaien
waren op verschillende plaatsen het
sluitstuk van het eerste rioleringssysteem
van de stad. En aan de Scheldekant zijn hier
en daar aanvaringen met schepen geweest.
Ziedaar twee oorzaken van ferme verzakkingen
en lekkages. Omdat de heraanleg
van de kaaien gebeurt in samenwerking met
de dienst Waterwegen en Zeekanaal van de
Vlaamse gemeenschap zijn we zeker van (de
financiering van) deze dure herstelbeurt.
Tegelijkertijd zet het een rem op bepaalde
ondergrondse initiatieven. Bovengronds
moet evengoed naar compromissen worden
gezocht. Dat heeft alles te maken met de
lengte van het project, dat zich uitstrekt over
6 kilometer.
Het is logisch dat enkelen de historische
kant van de zaak willen benadrukken. Zoals
anderen liever zullen beginnen van een
blanco blad.
Hoe dan ook, het kan niet anders of in zo’n
groot project zitten krenten voor iedereen.
De uitbouw van de werf werkt zoiets trouwens
in de hand. Je kan zo’n project niet in
een vingerknip afwerken. Volgens schattingen
gaat het over deelprojecten, verspreid
over acht tot tien jaar. En deelprojecten werken
veranderende visies en vooral bijsturingen
in de hand.
Juist daarom willen we er nu al voor pleiten
om minstens één persoon aan te stellen,
die het overzicht bewaart. Het heeft namelijk
geen zin om over een klein stukje een wandelterras
te hebben en verderop een parking
aan te leggen omdat de ideeën op waren. In
elk geval biedt de heraanleg de kans om een
promenade aan te leggen, die elke kuststad
ons zal benijden.
Maar dan is het evenzeer zaak om te laten
zien dat Sinjoren ondernemend zijn. Het project
kent nu al een halfjaar vertraging. Meer
moet dat niet worden.
door Johan VAN BAELEN
Gisteravond was zaal Trix in Borgerhout
het toneel van Visie ’09, een
roadshow waarmee de partij alle
provincies bezoekt om haar boegbeelden
voor de Vlaamse verkiezingen voor
te stellen en op zoek te gaan naar haar “sociaal-
economisch programma van morgen”.
Zeven sp.a’ers staan centraal in de roadshow:
Caroline Gennez, Kathleen Van
Brempt, Pascal Smet, John Crombez, Bruno
Tobback, Peter Vanvelthoven en Freya Van
den Bossche. Dat zijn dus de “sp.a’ers van
morgen”. Meteen wordt ook bevestigd dat
niet Patrick Janssens maar voorzitter Gennez
bij de komende Vlaamse verkiezingen
het Antwerpse boegbeeld wordt.
De sp.a probeert uit het dal te klimmen na
alle beschadigende verwikkelingen rond
Bert Anciaux, de partijnaam en de sombere
score van 13,4 procent in een recente peiling.
De partij lijkt ook te streven naar een
nieuwe termijn in de Vlaamse regering. Dat
blijkt onder meer uit het feit dat Frank Vandenbroucke
bedankt heeft voor de koppositie
op de Europese lijst, omdat hij zijn werk
als minister wil voortzetten.
Toch heeft de sp.a nog niet alle ellende achter
de rug. In Knack van vandaag vertelt Peter
Mertens, voorzitter van de Partij van de
Arbeid, dat hij aan de linkerzijde van de sp.a
heeft voorgesteld om in kartel naar de verkiezingen
te gaan. Erik De Bruyn, de Antwerpse
kopman van SP.A Rood, gaat daar voorlopig
niet op in. Hij wil nog één keer proberen
om de sp.a een ruk naar links te laten maken.
Maar als De Bruyn geen “zichtbare” plaats op
de lijst krijgt en de sp.a zwak scoort bij de verkiezingen,
dan zou dat wel eens kunnen leiden
tot een breuk binnen de partij.
Op hoeveel steun De Bruyn in zo’n scenario
zou kunnen rekenen, is onduidelijk. Bij de
basis in Antwerpen en zelfs binnen de fractie
in de gemeenteraad heerst in elk geval bij
sommigen heel wat ongenoegen over de huidige
gang van zaken en heimwee naar de tijd
van de echte socialisten, voordat die aan de
top werden vervangen door meer gematigde
sociaaldemocraten.
Voorzitter Caroline Gennez is momenteel
niet te benijden. Na de dramatische federale
verkiezingen van 2007 had zij de moed om
de teugels in handen te nemen. Twee jaar later
moet ze in zeer moeilijke omstandigheden
met haar partij naar cruciale Vlaamse
verkiezingen. Als lijsttrekker in de grootste
provincie staat ze vooraan in de vuurlijn en
legt ze ook haar positie als voorzitter in de
weegschaal.
door Lex MOOLENAAR