De afschuwelijke tragedie in
Dendermonde dringt diep door in alle
onderdelen van onze samenleving. Ook
in het milieu van onze justitie, waar
wordt gediscussieerd over de vraag
hoe de dader moet worden behandeld.
Journalist Gust Verwerft, die in zijn
lange loopbaan meer dan duizend assisenprocessen
heeft gevolgd, pleitte
gisteren in onze krant voor een drastische
inkorting van de onderzoeken die aan zulke
processen voorafgaan. In één adem vroeg hij ook
om de herinvoering van de doodstraf.
Zijn eerste punt kunnen we volgen. Een zaak
zoals die in Dendermonde treft onze hele samenleving.
Een behandeling voor assisen, met een
jury van vertegenwoordigers van het volk, is in zo’n
geval het ideale sluitstuk van het collectieve rouwproces.
Alle partijen kunnen in de assisenzaal zeggen
wat op hun lever ligt, ervaren advocaten vatten
in hun pleidooien de zaak samen, de jury oordeelt
over de schuld en vervolgens wordt de strafmaat
bepaald. Wie zoals ik twee weken aanwezig was op
het proces van Hans Van Themsche, zal het met
mij eens zijn dat zo’n behandeling heel sereen en
louterend kan zijn.
De feiten die Hans Van Themsche pleegde,
vonden plaats in mei 2006. Het proces werd
gevoerd in oktober 2007, anderhalf jaar later. Dat
was sneller dan gebruikelijk, maar toch nog lang
niet snel genoeg. De procedures van het onderzoek,
gevolgd door de behandeling door de Kamer
van Inbeschuldigingstelling en de organisatie van
het assisenproces, zorgen ervoor dat zaken pas
voorkomen wanneer ze al een deel van hun maatschappelijke
relevantie zijn verloren. De samenleving
is allang opnieuw gaan draaien, het therapeutische
aspect van het assisenproces is er alleen
nog voor de nabestaanden van de slachtoffers. Dat
zijn uiteraard ook de belangrijkste rechthebbenden,
maar het is wel jammer.
Is zo’n lange procedure echt nodig?
Ik denk het niet. In andere landen gaat
het sneller. En in een geval als dit is
er geen enkele vraag over de schuld.
De gruwelijke feiten zijn gezien door
voldoende getuigen, de enige hamvraag
luidt: waarom? De dader zal de
komende maanden en jaren worden
onderzocht door een hele batterij
psychiaters en psychologen, die worden aangesteld
door het openbaar ministerie en de verdediging. In
het proces van Hans Van Themsche kwamen die
in de assisenzaal allemaal iets anders vertellen.
Ze geraakten niet uit de vraag of Van Themsche
nu een narcistische psychopaat was of een jongen
met autistische stoornissen. Gevolg: de volksjury
moest die vraag dan maar zelf beantwoorden. Dat
was geen verheffende prestatie van de psychiatrie.
Een kortere procedure dus. En wat doen we
met de doodstraf? Wat dat betreft zijn we het absoluut
niet met Gust Verwerft eens. Hij heeft gelijk
als hij stelt dat de afschaffing impliciet ook alle
andere straffen lichter heeft gemaakt. Daardoor is
levenslang allang niet meer levenslang en is onze
justitie minder duidelijk en minder rechtvaardig
geworden. Dat is niet goed, maar die vaststelling
mag nooit aanleiding geven tot de herinvoering
van een barbaarse straf. Een samenleving die haar
moordenaars afmaakt, kan onmogelijk prat gaan op
een hoge morele standaard.
Nog één nevenbedenking in deze zwarte dagen.
Tijdens het proces van Hans Van Themsche zei de
ervaren strafpleiter Kris Luyckx me dat het hem
was opgevallen dat steeds meer jonge moordenaars
verslaafd zijn aan dezelfde gewelddadige computergames.
Ook ditmaal lijkt dat weer het geval
te zijn. Onze samenleving moet dat mogelijke
verband dringend en grondig gaan onderzoeken.
door Lex MOOLENAAR
De Vlaamse verkiezingen naderen
met rasse schreden, en dat zullen
we weten. Gisteravond loste Dirk Van
Mechelen, de Antwerpse lijsttrekker
voor Open Vld, in een toespraak op zijn
jaarlijkse nieuwjaarscocktail geheel
onverwacht twee keer belangrijk nieuws
voor Antwerpen. Eén: de kogel is nu
ook officieel door de kerk, het nieuwe
voetbalstadion komt op Petroleum Zuid
(IPZ). En twee: als de plannen van de Vlaamse
regering voor de Oosterweelverbinding om welke
reden ook zouden worden gedwarsboomd, dan
heeft Van Mechelen een plan-B klaar.
Een stadion op IPZ: dat is natuurlijk geen
verrassing. Wij hadden die titel eind vorig jaar al
op onze voorpagina. Al maanden wezen bijna alle
neuzen in de richting van die locatie. Het was
alleen wachten tot de laatste obstakels waren weggewerkt
voordat de zaak ook officieel kon worden
bekendgemaakt. Uit de woorden van Van Mechelen
kan je alleen maar afleiden dat dit nu het geval is.
Maar vreemd genoeg kwamen de uitspraken van de
minister wel als een verrassing voor burgemeester
Patrick Janssens. Blijkbaar was deze communicatie
niet afgesproken. Tja, in verkiezingstijden
heiligt het doel de middelen, nietwaar?
En dan de BAM. Eind februari wordt het
onderzoek naar alle voorgestelde tracés voor de
Oosterweelverbinding verwacht. Ondertussen ziet
het ernaar uit dat de Antwerpse bevolking zich
straks in een referendum mag uitspreken over
het BAM-plan voor de Lange Wapper. Er hangen
donkere wolken boven de BAM en het Masterplan
voor de mobiliteit, ook al omdat zo’n megaproject
in de huidige economische omstandigheden niet
meer als één project te financieren valt. Dat beseft
Dirk Van Mechelen uiteraard ook, en daarom dacht
hij na over een alternatief.
Als het BAM-plan onder druk van
het alternatievenonderzoek of de volksraadpleging
in duigen valt, dan wil
Van Mechelen de zaak in drie stukken
hakken. Drie verschillende projecten:
één op Linkeroever, één onder de
Schelde en één op de rechteroever van
de Schelde. Dat biedt minstens twee
grote voordelen. In de eerste plaats
kan er zo alvast worden gestart op
Linkeroever, terwijl er meer tijd komt om eventueel
nieuwe keuzes te maken voor de rechteroever.
Met andere woorden: er hoeft op die manier geen
vertraging van jaren te komen bij het oplossen van
het Antwerpse verkeersinfarct.
Een tweede voordeel schuilt in de financiering
van het project. Als de Oosterweelverbinding moet
worden bijgestuurd, dan vervallen ook de afspraken
met bouwheer Noriant en met de banken. Die
banken kunnen het project in hun huidige toestand
sowieso al niet meer aan. De Vlaamse regering kan
dan op zoek gaan naar nieuwe constructies onder
de vlag van de nv Liefkenshoektunnel, waarbij de
drie deelprojecten apart worden gefinancierd.
Slim bedacht, maar we vragen ons wel af
welke consequenties dit alles heeft voor de andere
projecten van het Masterplan: de tweede fase van
de Leien, de Groene Singel, de verbreding van het
Albertkanaal, de renovatie van de sluizen... In het
BAM-verhaal hingen die allemaal aaneen en zouden
ze stuk voor stuk gefinancierd worden door de
opbrengst van de tolheffing aan de Oosterweelverbinding.
Nu valt die ’één-en-ondeelbaar’-constructie
als een kaartenhuisje ineen en moet Vlaanderen
per project op zoek naar centen.
In elk geval is duidelijk dat minister Van Mechelen
alles zal ondernemen om te vermijden dat
Antwerpen straks collectief in de file staat. Dat is
en blijft ook ons uitgangspunt in dit dossier.
door Lex MOOLENAAR
Het actiecomité Ademloos dwingt
met 47.091 handtekeningen een
referendum af over de Oosterweelverbinding,
met onder meer de aanleg van
de Lange Wapperbrug aan het Eilandje.
Dat is een enorme prestatie van het actiecomité.
In de politieke wereld waren
er weinig mensen die dachten dat het
Ademloos zou lukken om voldoende
handtekeningen te verzamelen.
De roerganger van Ademloos, Wim van Hees,
wist genoeg mensen te mobiliseren om bij regen
en wind op jacht te gaan naar handtekeningen. Je
kon er niet aan ontsnappen. Bovendien waren de
vrijwilligers goed gedrild. Zij bleven alleen binnen
tijdens het koude vriesweer.
Slechts twee zaken kunnen de volksraadpleging
nog tegenhouden. Eén: niet alle handtekeningen
worden aanvaard omdat ze bijvoorbeeld van
mensen buiten Antwerpen komen. Om dat op te
vangen, blijft Ademloos handtekeningen verzamelen
tot de teller op 60.000 staat. Zo is er een
comfortabele marge.
Twee: de Vlaamse regering bestelde in juni een
onafhankelijk onderzoek naar de keuze van het traject
van de Lange Wapper. Als daaruit zou blijken
dat er daadwerkelijk een ander alternatief mogelijk
is, dan vervalt de grond van het referendum.
Toch gaat iedereen ervan uit dat de Antwerpenaars
over enkele maanden voor de eerste
maal kunnen deelnemen aan een referendum.
De organisatie van deze volksraadpleging is de
verantwoordelijkheid van het stadsbestuur. Het is
te vergelijken met de gemeenteraadsverkiezingen,
maar dan een ’light’ versie.
Bij een referendum
is stemmen niet verplicht. Minder mensen zullen
opdagen, dus zijn er ook minder kieslokalen nodig.
Toch moet iedereen op een aanvaardbare afstand
zijn stem kunnen uitbrengen, van Berendrecht tot
in Hoboken. Het stadsbestuur moet
dertig dagen voor het referendum de
bevolking informeren met een brochure
over de spelregels.
Het kostenplaatje zal in de duizenden
euro lopen. Sommigen zullen
zuchten en oordelen dat dit weggegooid
geld is. Deze kritiek is onterecht.
Democratie kost nu eenmaal geld.
Je kan mensen niet verwijten dat ze
gebruikmaken van hun rechten.
Een volksraadpleging is geen goed nieuws
voor het Antwerpse stadsbestuur en de Vlaamse
regering. In Lier, Sint-Niklaas en Kessel beten de
lokale besturen eerder al bij een referendum in het
zand. Hoewel de uitslag niet bindend is, vlogen de
plannen daar weer naar de tekentafel.
Dat 47.091 mensen hun handtekening zetten
onder de vraag voor een referendum, bewijst één
ding: er heerst een groot wantrouwen tegenover
de overheid over de Oosterweelverbinding. Dit
terwijl verscheidene politici beweren dat alles in
de grootst mogelijke openheid is uitgevoerd. Deze
boodschap komt niet over, of toch niet geloofwaardig.
Een groot deel van de Antwerpenaars heeft
vragen over de correctheid en de objectiviteit bij
de keuze van het tracé en de brug.
De verantwoordelijkheid hierover ligt bij de
Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM).
Vlaanderen pompte miljoenen in deze constructie
om onder andere te communiceren over het
masterplan Antwerpen Mobiel en dus ook over de
Lange Wapperbrug. Deze communicatie was knuddig.
Neen, ze was eigenlijk afwezig.
Antwerpen zit wel met de gebakken peren.
Een kleine suggestie: stuur de rekening van het
referendum door naar de BAM. Misschien kan een
deel van het communicatiebudget dan toch nog
nuttig worden gebruikt.
door Sacha VAN WIELE
In het dossier van het nieuwe
voetbalstadion voor Antwerpen gebeuren
rare dingen. Onlangs maakten we
bekend dat projectontwikkelaar Patrick
Vanoppen uit Herent, die zich heeft
ingekocht bij Germinal Beerschot en
aast op de helft van de aandelen van
de club, een flink stuk grond heeft
gekocht op Petroleum Zuid. Het bewuste
terrein ligt vlak naast de locatie
waar het stadsbestuur en de Vlaamse regering het
nieuwe stadion willen zetten. De grond is door het
stadsbestuur voorbestemd als bedrijventerrein. De
gedachten van Vanoppen lijken duidelijk: de grond
die hij heeft gekocht, is een perfecte pasmunt voor
onderhandelingen met de stad waar zowel Germinal
Beerschot als hijzelf beter van moet worden.
Vanoppen heeft de grond op Petroleum Zuid
gekocht van FSI, het Fonds voor Spoorweginfrastructuur
dat verwant is met de NMBS. Aangezien
dat een overheidsbedrijf is, vond het stadsbestuur
het vreemd dat het niet op de hoogte was gesteld
van de transactie. Het verbaasde zich er ook over
dat Vanoppen zich bereid had verklaard om 30
euro per vierkante meter te betalen, terwijl de stad
zelf een bod van slechts 3,8 euro had uitgebracht.
Waarom wilde Vanoppen zoveel betalen? Wist hij
misschien niet dat hij na de sanering van de zwaar
vervuilde grond ook nog moest opdraaien voor het
grondverzet? Dat zou, afhankelijk van de nieuwe
bestemming, drie tot zeven miljoen euro kunnen
kosten. Met zo’n bedrag spring je niet lichtzinnig
om, zou je toch denken.
Vraagtekens alom. En dus besloot zowel schepen
van Stadsontwikkeling Ludo Van Campenhout
(Open Vld) als gemeenteraadslid Bart De Wever
(N-VA) om in de Kamer meer uitleg te vragen
aan Steven Vanackere (CD&V), die onlangs Inge
Vervotte opvolgde als minister van Overheidsbedrijven.
De antwoorden die de twee maandag kregen,
maakten hun verbazing alleen maar
groter. Volgens Vanackere is Vespa, het
vastgoedbedrijf van de stad onder auspiciën
van schepen Van Campenhout,
wel degelijk op de hoogte gesteld. En
wat de bodemsanering betreft: die is
volgens het saneringsdecreet voor rekening
van FSI. Over het dure grondverzet
bestaat onzekerheid: om daarover
uitsluitsel te krijgen, moet de tekst
van het decreet naast die van het verkoopcompromis
worden gelegd. Minister Vanackere gaat het
nog eens goed bekijken, voor hem is het dossier
tenslotte nieuw. Volgende week komt het opnieuw
aan bod in de commissie Ambtenarenzaken en
Overheidsbedrijven.
Het verhaal kreeg maandagavond nog een
staartje. Na zijn werkdag in de Kamer liet Ludo
Van Campenhout alles nog eens checken bij Vespa.
Daar blijven ze volhouden dat ze niet over de
verkoop van de gronden zijn ingelicht. Het lijkt er
dus op dat iemand liegt in dit dossier. Wie dat is
en waarom hij het doet, daar hebben we voorlopig
het raden naar. In elk geval is dit het zoveelste
merkwaardige feit in de complexe dossiers van het
voetbalstadion en de ontwikkeling van Petroleum
Zuid. Daarboven zweven zoveel verschillende belangen
en belanghebbenden, dat de route naar het
eindpunt een Parijs-Dakar is geworden.
Het objectief van de stad blijft gelukkig voorlopig
nog overeind: op Petroleum Zuid zal straks
een stadion verrijzen dat klaar moet zijn in 2018,
wanneer België en Nederland het WK hopen te organiseren.
En naast dat stadion hoopt schepen van
Economie Robert Voorhamme (sp.a) genoeg ruimte
over te houden voor een bedrijventerrein en een
nieuw complex met infrastructuur voor jongeren.
Maar daarvoor zal hij wel eerst zaken moeten doen
met Patrick Vanoppen, de nieuwe geldschieter van
zijn favoriete club.
door Lex MOOLENAAR
Het Antwerpse college van burgemeester
en schepenen benadrukt
geregeld het belang van de negen districtsraden
om de kloof met de burger
te dichten. Alleen bekoelde de jongste
jaren de liefde voor de districten. Wat
overblijft, is een verstandshuwelijk,
waarbij de districtsraden steeds meer
aan het kortste eind trekken.
Dat bewijst de recente discussie
over een kunstwerk onder de Schijnpoortbrug aan
de wijk Antwerpen-Noord. Het Antwerpse stadsbestuur
heeft verfraaiingsplannen voor de brug. De
doorgang is te donker. Daardoor trekt het ongure
types aan, zoals drugsverslaafden en sluikstorters.
Paul Boudens maakt een kunstwerk voor onder de
gerenoveerde brug. Een geperforeerde stalen wand,
met daarachter licht, moet de boel opfleuren. Met
deze opfrisbeurt verzacht de stad Antwerpen de
bittere pil van de komst van de Free Clinic in de
buurt. En dit mag geld kosten: 650.000 euro.
Een deel van het project wordt gefinancierd door
Europa.
Maar er hangt al een kunstwerk onder de
Schijnpoortbrug. Het was een project waarbij de
hele buurt eind jaren negentig werd gemobiliseerd.
Herman De Bleser, CD&V-fractieleider in de Antwerpse
districtsraad, is begaan met de toekomst
van dit kunstwerk. Buiten de sp.a, de partij van
burgemeester Patrick Janssens, kreeg hij de meerderheid
en de oppositie achter zijn advies om het
huidige kunstwerk te renoveren en te behouden op
de huidige plek. De verfraaiing van de brug is de
bevoegdheid van de stad. Het district kan alleen
een niet-bindend advies geven.
Het schepencollege veegde dit advies zonder
verpinken van tafel. Het kunstwerk mag worden
gerenoveerd, maar moet ergens anders een plek
krijgen. Het district draait zelf op voor de kosten.
Het prijskaartje bedraagt 93.200 euro
en het college weet dat het district dat
niet kan betalen.
Het gaat mij in deze discussie niet
over wie gelijk heeft of niet. Ik heb het
wel moeilijk met hoe dit stadsbestuur
omspringt met de rechtstreeks verkozen
raden. Het schepencollege beval in
een brief aan het Antwerpse districtscollege
om het advies in te trekken.
De meerderheidspartijen CD&V en Open Vld in
de Antwerpse districtsraad werden op het matje
geroepen door de grote bazen in het stadhuis. Ze
kregen te horen dat het onaanvaardbaar was om
met de steun van de oppositie in te gaan tegen de
wil van coalitiepartner sp.a.
En dit terwijl een van de architecten van de
huidige districtsraden in het Antwerpse schepencollege
zit: Philip Heylen (CD&V). De schepen
zwijgt. Hij houdt zich aan de afspraak binnen de
meerderheid van elkaar geen pijn te doen. Niet in
de gemeenteraad, maar ook niet via de districten.
De regie is in handen van sp.a. De partij is
niet alleen de grootste in de gemeenteraad, maar
levert ook al de districtsburgemeesters en veel
districtsschepenen. Als het dus ergens fout loopt,
dan betaalt de sp.a de rekening bij de volgende
verkiezingen. Met dit in het achterhoofd wordt elk
dissonant geluid de kop ingedrukt. Dit gaat ten
koste van de geloofwaardigheid van de districten.
Als het Antwerpse schepencollege beweert de
districten als volwaardige partners te zien, dan is
dit een leugen. Wie gelooft in de decentralisatie
en de districtsbesturen, gaat het debat aan via
de bestaande democratische kanalen, zoals de
overlegraad met de districten. Ofwel neemt dit
stadsbestuur de districten ernstig en accepteert
het de gevolgen van deze beslissing. Ofwel doekt
het de districten op. Al de rest is hypocriet.
door Sacha VAN WIELE
Terwijl dit weekend de sp.a op z’n
kop stond, Vlaams Belang zijn verkiezingscampagne
lanceerde met het niet
echt vernieuwende beeld van een paar
bokshandschoenen en CD&V op de
nieuwjaarsreceptie de handen blauw
applaudisseerde voor alle gevallen
kopstukken, maakte Open Vld bekend
dat Dirk Van Mechelen de Antwerpse
lijst trekt bij de Vlaamse verkiezingen
in juni.
Een verrassing is dat allerminst. Van Mechelen
werd al maanden getipt als kopman in de provincie
Antwerpen. De 51-jarige slagerszoon uit Kapellen,
die zijn politieke carrière begon in de schaduw van
Jacky Buchmann, is nu al bijna tien jaar Vlaams
minister. Hoewel hij van opleiding historicus is,
beheerde hij technische departementen zoals Financiën,
Begroting, Ruimtelijke Ordening en - hou
u vast - Economisch Overheidsinstrumentarium. In
de vorige bestuursperiode was hij ook minister van
Media. In al die bevoegdheden etaleerde hij zijn
dadendrang en zijn dossierkennis. Niet voor niets
is hij sinds oktober 2007 ook viceminister-president
van deze vaak geprezen Vlaamse regering.
Dat Van Mechelen straks terugkeert in de
nieuwe regering, lijkt een evidentie. Gezien de
huidige politieke ontwikkelingen en de stand van
de peilingen is het bijna zeker dat zo’n nieuwe bewindsploeg
onmogelijk is zonder Open Vld. En Van
Mechelen heeft er nog steeds zin in, al durven we
gokken dat hij zijn zinnen ditmaal zet op andere
bevoegdheden, zoals Openbare Werken.
Maar om terug te keren als minister moet Van
Mechelen natuurlijk wel eerst een goed verkiezingsresultaat
behalen. En dat was in het verleden
wel eens zijn probleem. In het tijdperk van de
politieke babes en BV’s sneeuwde zijn degelijkheid
onder in het electorale landschap. In zijn
eigen partij stond hij in de schaduw
van stemmenkanonnen als Guy Verhofstadt,
Patrick Dewael en Karel De
Gucht. Van Mechelen was geen kanon
van hetzelfde kaliber, al lijkt hij een inhaalbeweging
te maken sinds de lokale
verkiezingen van 2006, toen hij in zijn
eigen gemeente Kapellen als boegbeeld
van Open Vld een overtuigende
meerderheid behaalde.
En nu staat Dirk Van Mechelen dus voor een
nieuwe, loodzware campagne. In de provincie Antwerpen
moet hij het doen voor zijn partij, in een
rechtstreekse strijd met rivalen die niet min zijn:
Kris Peeters (CD&V), Filip Dewinter (VB), Jurgen
Verstrepen (LDD), Bart De Wever (N-VA), Mieke Vogels
(Groen!)... En wellicht komt daar namens sp.a
ook nog zijn collega-minister Kathleen Van Brempt
bij. In de peilingen doet Open Vld het momenteel
niet goed en niet slecht, maar die polls zijn
overduidelijk bepaald door de gebeurtenissen in de
federale politiek. Stemt de kiezer hetzelfde als het
om Vlaamse verkiezingen gaat? En hoe gevaarlijk is
minister-president Kris Peeters als tegenstander?
Dat is voorlopig nog koffiedik kijken.
In de omgeving van de stad Antwerpen moet
Van Mechelen in elk geval goed kunnen scoren. Hij
heeft de voorbije jaren een cruciale rol gespeeld
bij een aantal grote infrastructuurprojecten zoals
de heraanleg van de Ring en het Masterplan voor
de mobiliteit. In sommige gemeenten van de rand
heerst ongenoegen over de afbakening van het
grootstedelijk gebied die hij heeft uitgetekend,
maar het lijkt onwaarschijnlijk dat hij alleen
daarop wordt afgerekend. De Antwerpenaar zal de
komende maanden wel met argusogen volgen hoe
Van Mechelen, Peeters en Van Brempt het debat
over de Oosterweelverbinding afronden. Want
dat is een gevoelig thema, dat wél stemmen kan
kosten.
door Lex MOOLENAAR
Het stadsgewest is een soort politiek
monster van Loch Ness: heel af
en toe steekt het even de kop op, om
daarna meteen weer te verdwijnen en
alleen voort te leven in de geesten van
de believers. Woensdag was er weer
zo’n verschijning. Nadat Voka-Brugge
(de vroegere Kamer van Koophandel)
had voorgesteld om een aantal West-
Vlaamse gemeenten te laten samensmelten,
pleitte federaal minister van Ondernemen
en Vereenvoudigen Vincent Van Quickenborne
(Open Vld) voor een uitbreiding van het Brugse
idee naar een interne staatshervorming voor heel
Vlaanderen. Quick gelooft in een hervorming met
als resultaat 25 stedelijke kernen, waarbij de provincies
worden afgeschaft.
Wat houdt de formule van de stadsgewesten in?
Om het eenvoudig te houden: je clustert een aantal
gemeenten rond de centrumsteden, en vervolgens
hevel je een groot aantal bevoegdheden over
van de hogere overheden naar het nieuwe lokale
niveau. In Frankrijk is dat bijvoorbeeld gebeurd
met ruim tachtig gemeenten rond de noordelijke
steden Lille, Roubaix en Tourcoing. Het heeft de
ooit zo verpauperde streek geen windeieren gelegd.
Ook voor de Antwerpse regio is het stadsgewest
een prima idee. In zo’n formule zouden de stad en
de gemeenten van de rand beter samenwerken en
dus meer slagkracht ontwikkelen op het gebied van
- onder meer - mobiliteit, verkeersveiligheid, sociaal
beleid, cultuur en infrastructuur. Er zou ook
een meer rechtvaardige verdeling komen van de
lusten en de lasten van de stad. Kleine gemeenten
worden professioneler bestuurd, omdat ze kunnen
gebruikmaken van het technische en intellectuele
kapitaal van de grotere zussen in het bestuursverband.
En aangezien de hogere overheden een deel
van hun macht afstaan, worden veel meer beslissingen
dichter bij huis genomen, wat het gevoel
vermindert dat “alles toch boven onze
hoofden in Brussel wordt bedisseld”.
Doen dus? Ja, maar helaas is het
stadsgewest vooral populair in de
steden en bij de partijen die daar sterk
staan, zoals sp.a en Open Vld. De Antwerpse
burgemeester Patrick Janssens
is voorstander, net als zijn voorganger
Bob Cools. Maar op het platteland leeft
veeleer de angst dat de gemeenten zo
worden bezet door de grote steden, en de burgemeesters
voelen daar weinig voor. Dat geldt voor
het merendeel van de vele CD&V-burgemeesters,
maar ook een liberaal als Dirk Van Mechelen blijft
liever alleen de dienst uitmaken in zijn gemeente
Kapellen in plaats van bepaalde bevoegdheden
te moeten delen met Patrick Janssens en andere
confraters.
Ook de provinciebesturen springen om begrijpelijke
redenen geen gat in de lucht bij het vooruitzicht
dat ze worden afgeschaft. In de provincie
Antwerpen is er bovendien de vraag wat er bij de
komst van een Antwerps stadsgewest moet gebeuren
met de regio’s van Mechelen en Turnhout.
De Vereniging van Vlaamse Provincies (VVP)
heeft aan minister Van Quickenborne laten weten
dat ze zo’n ’Vlaamse staatshervorming’ zeker nodig
vindt, maar de VVP spreekt over een overheveling
van bevoegdheden naar de provinciale en lokale niveaus.
Met andere woorden: de provincies moeten
blijven. Het idee van de 25 stadsgewesten vindt
de VVP “redelijk waanzinnig”. Dat is dus weer een
heel ander verhaal.
En zo zal de droom van een Antwerps stadsgewest
ook nu weer stranden op partijbelangen,
persoonlijke ambities en gebrek aan toekomstvisie.
Het stadsgewest is de geknipte formule in het
Europa van de regio’s, maar de geesten zijn er nog
niet rijp voor.
door Lex MOOLENAAR
Antwerpen krijgt een gebouw van de
meest spraakmakende architect van de
prille 21ste eeuw. Nadat haar ontwerp
voor de luifel op het Theaterplein het
enkele jaren geleden net niet had gehaald,
besloot de raad van bestuur van
het Havenbedrijf de realisatie van het
nieuwe Havenhuis aan Kaai 63 toe te
vertrouwen aan Zaha Hadid.
Zaha Hadid is een fenomeen. Ze
werd in 1950 in Irak geboren en opende na haar
studies een architectenstudio in Londen. Veel werk
had die aanvankelijk niet te doen, want de ontwerpen
van Hadid werden lange tijd als onuitvoerbaar
beschouwd en waren vooral op papier en in
maquettevorm in musea te bewonderen. Tot rond
2000 het tij keerde en ze even later als eerste
vrouwelijke architect de Pritzker Price kreeg, zeg
maar de officieuze Nobelprijs voor architectuur.
Plots mocht ze beginnen bouwen: een skischans in
Innsbruck, het hoofdkwartier van BMW in Leipzig,
een haventoren in Marseille, een hogesnelheidsstation
in Napels, een maritieme terminal in Salerno.
De Olympische Spelen van Londen in 2012 hebben
haar de infrastructuur voor de watersporten
toevertrouwd.
Sport en mobiliteit: dat zijn de opdrachten die
Hadid het best liggen. Het Havenhuis was dus wel
een kolfje naar haar hand. Het Havenbedrijf vroeg
bovendien expliciet om een spectaculair icoon als
uitbreiding van een beschermd monument. Dat
de site vlak bij de toekomstige Oosterweelverbinding
lag, inspireerde Hadid zonder twijfel tot extra
dynamiek.
Van de honderd inzendingen voor de openbare
wedstrijd sprong haar voorstel het meest uit
de band. Het is een opmerkelijk signaal dat het
havenbestuur uitgerekend met het meest gedurfde
ontwerp in zee wil. Vanuit traditionele hoek kan
men de kritiek verwachten dat het gebouw
erover is, te veel show, te weinig
werkplek. En wat met die combinatie
van oud en modern? Het is nog niet
zo lang geleden dat enkele Antwerpse
schepenen zich heel druk maakten
over een klein rond appartementsgebouw
tegenover het Steen en een
schuine lift naast het Vleeshuis.
Aan
de andere zijde dreigt de kritiek van
de architectengilde, bij de presentatie al tersluiks
verwoord door stadsbouwmeester Kristiaan Borret.
Hadid krijgt nu zoveel opdrachten dat ze niet altijd
een topwerk kan afleveren en vaak gewoon iets in
haar bekende moderne taal op papier zet. Er is ook
de vraag of de hang naar stadsiconen, gelanceerd
na het waanzinnige succes van het Guggenheimmuseum
van Bilbao door Richard Gehry, niet zal
overwaaien. In Dubai zie je de gewone huizen niet
meer tussen de glimmende showpaleizen.
De keuze voor Hadid lijkt gedurfd, maar is
juist. Antwerpen is sinds de mislukking van het
stedenbouwkundige project Stad aan de Stroom in
1990 in versneld tempo een inhaaloperatie inzake
moderne architectuur aan het maken. Het begon
met een uitschuiver van formaat in de vorm van
het huidige Havengebouw op de Entrepotkaai. De
Amerikaanse sterarchitect Richard Meier zou dat
uittekenen, maar uiteindelijk werd het maar een
tweedehandse, anonieme kopie.
Die misser kan nu krachtig worden rechtgezet,
met misschien wel het eerste echte spektakelgebouw
van België, een dynamische brok staal
en glas op het Eilandje, als tegenhanger van het
uitwaaierende Justitiepaleis van Richard Rodgers
op het Zuid. En tussen die twee stadsranden is er
plaats voor architectuur, die zowel liefhebbers van
het verleden als fijnproevers van rustige, hedendaagse
ontwerpen kan aanspreken.
door Frank Heirman
Het debat dat maandagavond in de
gemeenteraad is gevoerd over de rellen
na de AEL-manifestatie op oudejaarsdag,
was het beste dat we de voorbije
jaren in Antwerpen hebben bijgewoond.
Voor één keer brokkelde de Berlijnse
Muur tussen meerderheid en oppositie
af in een discussie waarin elf raadsleden
vrijuit tekst en uitleg vroegen
aan burgemeester Janssens en elkaars
standpunten met inhoudelijke argumenten bekritiseerden.
Zo hoort dat in een democratie.
Het begon nochtans allemaal heel voorspelbaar.
Filip Dewinter hekelde de “pamperpolitiek”
van het stadsbestuur en zei dat de AEL wat het VB
betreft alleen nog mag manifesteren in een doodlopende
steeg in het havengebied. Dat standpunt
kreeg geen bijval van de andere fracties. Freya
Piryns van Groen! vond het niet verstandig dat drie
schepenen zondag aanwezig waren op de manifestatie
van het Forum der Joodse Organisaties. En
Jurgen Verstrepen (LDD) had gelijk toen hij zei dat
het stadsbestuur op 31 december heeft “gefaald
als een naïef wicht dat zich nog één keer laat
bijeenmeppen door haar agressief lief”.
En toen begon Claude Marinower spijkers met
koppen te slaan. Het raadslid van Open Vld nam
geen genoegen met de verklaring van burgemeester
Janssens dat er op oudejaarsdag een inschattingsfout
is gemaakt. Marinower wilde weten hoe en
waarom dat is kunnen gebeuren. Hij verwees naar
een gemeenteraad na soortgelijke rellen in 2002,
toen Janssens zelf als sp.a-fractieleider toenmalig
burgemeester Leona Detiège ter verantwoording
riep en haar bezwoer om de nodige lessen te
trekken, zodat zulke incidenten zich niet konden
herhalen. Blijkbaar waren die lessen niet geleerd,
concludeerde Marinower. Zijn betoog maakte
indruk in de raadzaal.
Patrick Janssens antwoordde dat
het statische karakter van de AEL-manifestatie
en het feit dat er al zes jaar
geen problemen waren geweest met de
organisatie tot de inschattingsfout hadden
geleid. Daarna gaf hij toe: “Ik heb
me de voorbije twee weken al vaak voor
m’n kop geslagen omdat ik zo naïef
ben geweest.”
Toen Filip Dewinter de burgemeester
nog wilde verwijten dat hij de antisemitische
slogans tijdens de AEL-betoging minimaliseerde,
ging Claude Marinower - zelf een Antwerpenaar
met joods bloed - in overdrive. Op vlijmscherpe
en emotionele wijze zei hij tegen Dewinter dat het
VB geen lessen moet geven aan anderen als het
om jodenhaat gaat. Hij zei ook waarom: het VB is
de partij die in 1997 voorstelde om een straat in
Berchem te noemen naar een notoire Vlaamse antisemiet
uit de oorlogstijd, is de partij die vriendschappelijke
banden onderhield met Jean-Marie Le
Pen (de ultrarechtse Franse politicus die de holocaust
ooit een detail in de geschiedenis noemde)
en de partij die de negationist Roeland Raes nog
steeds niet heeft verwijderd uit haar bestuur.
Ook Bart De Wever verkondigde maandag een
grote waarheid, toen hij zei dat er niet mag worden
veralgemeend door constant te spreken over de gemeenschappen
van Vlamingen, joden en moslims
in Antwerpen. In elk van die vermeende ’gemeenschappen’
lopen de meningen over Gaza en talloze
andere onderwerpen uiteen. Het enige wat ons
bindt, is dat we allemaal Antwerpenaars zijn.
Slotsom na dit debat: het stadsbestuur heeft
op 31 december gefaald, maar heeft zichzelf bij
de volgende manifestaties onmiddellijk gecorrigeerd.
Nu kunnen we - samen met Claude Marinower
- alleen maar hopen dat dit debat over pakweg
zeven jaar niet opnieuw moet worden gevoerd.
door Lex MOOLENAAR
Hoe moet Antwerpen omgaan met
de AEL? Uit de vele reacties in onze
mailboxen en op gva.be blijkt dat de
organisatie niet bepaald populair is bij
onze lezers. De beweging wordt - onder
veel meer - verweten dat ze geen
verantwoordelijkheid wil dragen voor de
ongeregeldheden die in de marge van
haar acties plaatsvinden. De Arabisch-
Europese Liga hitst op in plaats van
zich constructief in te zetten voor een betere verstandhouding
tussen de gemeenschappen, vinden
veel lezers.
De AEL zou zich beter spiegelen aan
de joodse gemeenschap in Antwerpen, die nooit
voor problemen zorgt en die een uitgebreid palmares
van vreedzame manifestaties kan voorleggen.
Het GvA-publiek is het ook zo goed als unaniem
eens met onze stelling dat de Antwerpse joden
niet met de vinger mogen worden gewezen voor het
beleid van de Israëlische regering. Antwerpen is
Jeruzalem niet.
Over de beslissingen van burgemeester Janssens
in deze kwestie zijn de meningen meer
verdeeld. Sommige lezers vinden Janssens veel
te tolerant tegenover de AEL en schrijven dat toe
aan zijn vrees om allochtone stemmen te verliezen.
Anderen oordelen dat de burgemeester geen
betogingen mag tolereren in de drukke binnenstad.
Iemand suggereert om alleen nog manifestaties
toe te staan die zich niet verplaatsen, zoals de
bijeenkomst die het Forum der Joodse Organisaties
zondagnamiddag organiseert in het Albertpark. Eén
lezer stelt voor om de amokmakers binnen de moslimgemeenschap
naar Gaza te sturen om daar tot
inkeer te komen, maar we moeten hem teleurstellen:
die bevoegdheid heeft een burgemeester niet.
Veruit het meest omstreden aspect van deze
zaak zijn de voorwaarden waaraan het stadsbestuur
de AEL heeft onderworpen om te mogen betogen.
Het gaat dan vooral om de verplichting om een
lijst in te dienen met honderd namen
van twintigplussers, die zaterdag de
orde moeten handhaven. De AEL
vindt dat een schending van het recht
op privacy en van het recht om te
betogen. Volgens heel wat lezers kan
het overhandigen van zo’n lijst geen
probleem zijn voor een organisatie die
niets te verbergen heeft, en daar ben
ik het mee eens. Het is alleen de vraag
of Patrick Janssens de wet overtreedt door deze eis
te stellen.
Het samenstellen van een lijst met namen van
een ordedienst is geen beproefde voorwaarde voor
het toestaan van een manifestatie. De organisaties
die we gisteren met het idee confronteerden - vakbonden,
studentenverenigingen, PVDA+ - fronsten
verbaasd de wenkbrauwen en betwijfelden of ze
onder die voorwaarde wel een manifestatie zouden
willen organiseren. Want waarvoor moet zo’n lijst
dienen? Niet om achteraf eventuele schade op die
mensen te kunnen verhalen, want dat is flagrant in
strijd met de wet. Is het dan louter een poging tot
intimidatie van de AEL? Ik zie het niet zo, volgens
mij is deze eis vooral bedoeld als een extra motivatie
voor de AEL om alles te doen om de betoging
van zaterdag netjes te houden. Maar nogmaals, het
zou best kunnen dat een rechter gehakt maakt van
dat argument.
Een positief signaal kwam gisteren van Nordine
Taouil, een imam met veel gezag in de moslimgemeenschap.
Hij roept op om te betogen zonder
geweld en om in de moskeeën geld in te zamelen
voor de getroffen kinderen in Gaza. Laten we
hopen dat zijn oproep wordt gevolgd, en dat de
AEL en het stadsbestuur het eens worden over de
modaliteiten van de manifestatie van zaterdag. Het
ergste wat Antwerpen dit weekend kan overkomen,
zijn ’wilde’ acties in de drukke binnenstad vol
koopjesjagers.
door Lex MOOLENAAR