De jacht op Blood and Honour
Morgen vindt er ergens in het Antwerpse
weer een bijeenkomst van Blood
and Honour plaats. Dat betekent stress
voor alle Antwerpse burgemeesters,
want geen van hen zit te wachten op
zo’n zootje ongeregeld in zijn gemeente.
En hoewel die samenkomsten
doorgaans zonder ongeregeldheden
verlopen, worden er ook in het parlement
verwoede pogingen ondernomen
om een wettekst te maken die samenkomsten van
zulke clubs preventief verbiedt. Maar dat blijkt niet
zo eenvoudig te zijn.
Ik begrijp de intenties van Meyrem Almaci
(Groen!), David Geerts en Peter Vanvelthoven
(sp.a), Koen T’Sijen en Geert Lambert (Vl.Pro) wel.
De samenleving wordt niet beter van organisaties
zoals Blood and Honour. Wat willen die neonazi’s
eigenlijk? Het Derde Rijk laten verrijzen en een
paar genocides organiseren? Of gaat het hun vooral
om de gezelligheid: samen bier hijsen, wat met
hakenkruisen zwaaien, overgeleverde herinneringen
ophalen aan de gouden jaren dertig en ervan
genieten dat hun nabijheid elk weldenkend mens
de kriebels bezorgt?
Verbieden dus, die hap. Maar dat kan niet zomaar. Het recht op vereniging is een basisrecht in onze democratie, om daaraan te tornen moet je de grondwet wijzigen en dan is het nog de vraag of het Europees Hof dat accepteert. In principe kan de overheid pas ingrijpen zodra er feiten worden gepleegd die wetten schenden. Peter Vanvelthoven heeft in zijn eigen gemeente Lommel een soort preventief verbod voor bijeenkomsten op openbare plaatsen ingevoerd, maar hij kreeg meteen een klacht van N-VA bij de gouverneur aan zijn broek. Een burgemeester mag manifestaties op zijn grondgebied alleen verbieden als hij vindt dat de openbare orde in gevaar is.
Dat argument geldt nauwelijks voor Blood and Honour, dat feestjes organiseert die dermate privé zijn dat zelfs de genodigden pas een uur van tevoren vernemen waar de lamp brandt. Je zou de reclame voor die manifestaties via het internet kunnen aanvoeren als bewijs van het publieke karakter, maar zijn daar juridische gronden voor?
David Geerts en Peter Vanvelthoven (sp.a) willen de wet op de privémilities uitbreiden naar “verenigingen die een gevaar betekenen voor de democratie omwille van daden of activiteiten van terrorisme, negationisme of racisme”. Maar wie dergelijke verenigingen steunt, kan volgens de racismewet nu ook al een jaar cel en 5.500 euro boete krijgen. En voor aanhangers van terreurgroepen gelden nog zwaardere straffen.
In het voorstel van de Vl.Pro’ers gaat het om “elke organisatie van private personen wier oogmerk of activiteiten gekenmerkt worden door racistische, xenofobe, autoritaire of totalitaire opvattingen of bedoelingen, ongeacht of ze van politieke, ideologische, confessionele of filosofische aard zijn, die theoretisch of in de praktijk strijdig zijn met de beginselen van de democratie of de mensenrechten, met de goede werking van de democratische instellingen of andere grondslagen van de rechtstaat”.
Dat is een hele mond vol, maar het maakt de zaken niet makkelijker. Want wie bepaalt wat “autoritaire opvattingen” zijn? Moet je op grond van die formulering niet alle katholieke, joodse en islamitische erediensten verbieden? En wat met bijeenkomsten van radicale partijen zoals Vlaams Belang en PVDA? Mogen die ook niet meer?
Nog één bedenking: zou een preventief verbod op bijeenkomsten van bepaalde organisaties geen omgekeerd effect genereren? Verboden vruchten smaken vaak zoeter.
Lex MOOLENAAR
Verbieden dus, die hap. Maar dat kan niet zomaar. Het recht op vereniging is een basisrecht in onze democratie, om daaraan te tornen moet je de grondwet wijzigen en dan is het nog de vraag of het Europees Hof dat accepteert. In principe kan de overheid pas ingrijpen zodra er feiten worden gepleegd die wetten schenden. Peter Vanvelthoven heeft in zijn eigen gemeente Lommel een soort preventief verbod voor bijeenkomsten op openbare plaatsen ingevoerd, maar hij kreeg meteen een klacht van N-VA bij de gouverneur aan zijn broek. Een burgemeester mag manifestaties op zijn grondgebied alleen verbieden als hij vindt dat de openbare orde in gevaar is.
Dat argument geldt nauwelijks voor Blood and Honour, dat feestjes organiseert die dermate privé zijn dat zelfs de genodigden pas een uur van tevoren vernemen waar de lamp brandt. Je zou de reclame voor die manifestaties via het internet kunnen aanvoeren als bewijs van het publieke karakter, maar zijn daar juridische gronden voor?
David Geerts en Peter Vanvelthoven (sp.a) willen de wet op de privémilities uitbreiden naar “verenigingen die een gevaar betekenen voor de democratie omwille van daden of activiteiten van terrorisme, negationisme of racisme”. Maar wie dergelijke verenigingen steunt, kan volgens de racismewet nu ook al een jaar cel en 5.500 euro boete krijgen. En voor aanhangers van terreurgroepen gelden nog zwaardere straffen.
In het voorstel van de Vl.Pro’ers gaat het om “elke organisatie van private personen wier oogmerk of activiteiten gekenmerkt worden door racistische, xenofobe, autoritaire of totalitaire opvattingen of bedoelingen, ongeacht of ze van politieke, ideologische, confessionele of filosofische aard zijn, die theoretisch of in de praktijk strijdig zijn met de beginselen van de democratie of de mensenrechten, met de goede werking van de democratische instellingen of andere grondslagen van de rechtstaat”.
Dat is een hele mond vol, maar het maakt de zaken niet makkelijker. Want wie bepaalt wat “autoritaire opvattingen” zijn? Moet je op grond van die formulering niet alle katholieke, joodse en islamitische erediensten verbieden? En wat met bijeenkomsten van radicale partijen zoals Vlaams Belang en PVDA? Mogen die ook niet meer?
Nog één bedenking: zou een preventief verbod op bijeenkomsten van bepaalde organisaties geen omgekeerd effect genereren? Verboden vruchten smaken vaak zoeter.
Lex MOOLENAAR



Reacties