Zulte Waregem op het Kiel? Voor wie graag ‘out of the box’ denkt, kan het een geniale vondst zijn. De West- Vlaamse ploeg die het voorbije seizoen zo veel sympathie en respect afdwong dankzij goed voetbal en een topmentaliteit, heeft in de metropool de mogelijkheden om verder door te groeien. En de stad die al vele jaren zo amechtig snakt naar voetbal op topniveau, kan in één klap een succesverhaal mét perspectieven binnenhalen. Zou dat geen wereldgoal zijn voor een nieuwe burgemeester en zijn nieuwe ploeg?
Tot zover de theorie. Want als de geschiedenis van het Antwerpse voetbal iets heeft bewezen, dan is het wel dat sport niet alleen draait om rationele en commerciële motieven. Sport is eerst en vooral emotie. Terwijl de prestaties en de jaarrekeningen van de Antwerpse clubs al vele jaren diep in het rood vertoefden, bleef hun aanhang trouw. Tegen beter weten in en vaak jankend om de slechte resultaten, volhardde ze in een romantisch verhaal van stamnummers en clubkleuren.
En nu droppen ambitieuze politici, voetbalbobo’s en zakenlui een bom op het Kiel.
Alle historische banden met de Antwerpse clubs en hun supporters worden doorgeknipt, in een poging om een gloednieuw verhaal te schrijven. West-Vlaamse fans krijgen enkele dagen na het mooiste seizoen uit de geschiedenis van hun club te horen dat ze zich ooit voor de thuismatchen wellicht naar Antwerpen zullen moeten verplaatsen. En aan de Antwerpse voetballiefhebbers wordt zelfs niet eens vooraf gevraagd of ze bereid zijn om een fanatiek, hartstochtelijk verleden af te zweren in ruil voor een nieuwe toekomst.
Dat getuigt niet van zin voor realisme.
Naarmate de voorbije weken de zwanenzang van Beerschot steeds treuriger begon te weerklinken, is in Antwerpen een nieuwe dynamiek ontstaan om op de puinhopen van het verleden een nieuwe voetbaltempel te bouwen. De ambitie is groot: zo snel mogelijk naar de hoogste regionen. Het stadsbestuur wil daarbij een actieve rol spelen, om de kracht van verandering te illustreren.
Maar het laveert op glad ijs, want als Waregem in opstand komt, dreigen De Wever & co met lege handen en een pijnlijke kater achter te blijven. Een West-Vlaamse club die het Kiel inneemt als een koekoeksnest? We zien het nog niet gebeuren.
De twee heetste hangijzers in het Antwerpse pinksterweekend waren ongetwijfeld de opening van de Sinksenfoor en het mysterieuze nieuwe voetbalproject, waaraan achter de schermen wordt gewerkt. Heel opmerkelijk in beide dossiers is de rol van N-VA-schepen Ludo Van Campenhout.
Allereerst de Sinksenfoor. Hoewel Van Campenhout schepen van Markten en Foren is, heeft hij niet mee onderhandeld over het omstreden akkoord met de zes klagende buurtbewoners. De onderhandelingen werden gevoerd door zijn collega’s van Ruimtelijke Ordening Rob Van de Velde (N-VA) en van Rechtszaken Claude Marinower (Open Vld). Tijdens de ontvangst op het stadhuis, naar aanleiding van de start van de Sinksenfoor, stond burgemeester Bart De Wever in de vuurlijn om de salvo’s van de ontevreden foorkramers in ontvangst te nemen. Van Campenhout bleef buiten schot.
Die strategie van het stadsbestuur getuigt van gezond verstand. Van Campenhout ontkent niet dat hij goed bevriend is met een van de klagende buurtbewoners, een projectontwikkelaar die zelfs sponsor zou zijn geweest van zijn verkiezingscampagne.
Die vriendschap is niet verboden, maar ze leidt in dit dossier al snel tot verdenkingen van belangenvermenging.
Vandaar dat Van Campenhout ver buiten het Sinksenfoor-dossier is gehouden. De sp.a wil nu dat het Bureau voor Integriteit de zaak uitpluist. Voorlopig lijkt dat een slag onder de gordel, maar dit initiatief behoort tot de rechten van de oppositie.
Dat Ludo Van Campenhout, die ook schepen van Sport is, eveneens wordt afgeschermd van het nieuwe topvoetbalproject voor Antwerpen, vinden we wél heel vreemd. Naar verluidt trok de notoire Antwerp-fan lijkbleek weg toen Bart De Wever in de zitting van het college meedeelde dat hij samen met Antwerpse ondernemers onderhandelt met één of meer eersteklasseclubs over een eventuele verhuizing naar het Kiel. Beerschot, maar ook Antwerp zou in dat project voorlopig op geen enkele manier betrokken zijn. En ook de sportschepen staat buitenspel.
Het zegt iets over de verhoudingen in de Antwerpse N-VA en het nieuwe stadsbestuur.
Bart De Wever, Liesbeth Homans en Koen Kennis delen de lakens uit, de CD&Vschepenen Marc Van Peel en Philip Heylen vormen het enige tegengewicht, de rest van het college legt weinig of geen gewicht in de schaal. De nieuwe machtsverhoudingen krijgen stilaan gestalte.
De stad Antwerpen heeft, als eigenaar van het stadion op het Kiel, de concessie voor Beerschot opgezegd.
Op zich een logische maatregel, want de kans is groot dat de rechtbank van koophandel op 29 mei het faillissement van de club uitspreekt. En in dat geval heeft de stad er alle voordeel bij om de concessie uit dat faillissement te houden en geen tijd te verliezen om afspraken te maken met andere kandidaat-huurders van het Kiel.
Zijn die er dan? Ik meen te weten van wel.
Uit een rondvraag die we twee weken geleden organiseerden, bleek dat de Antwerpse zakenwereld op dit moment in de geschiedenis bereid is om te investeren in een nieuw voetbalproject, op voorwaarde dat het schuldenvrij is en ambitieus genoeg om de club en haar sponsors overtuigend op de kaart te zetten. De stad zou daarbij een regisserende functie moeten vervullen.
Een plaats op de kaart: dan praten we niet over voetbal in provinciale afdelingen, zelfs niet over derde of tweede klasse. Alle verhalen over een toekomst voor pakweg KFCO Wilrijk, Sint-Niklaas of Rupel Boom op het Kiel lijken mij op dit moment niet meer dan plannen B, C of letters nog verder in het alfabet.
Dat zijn allemaal halfbakken verhalen.
De ambitie moet op dit moment zijn om Antwerpen volgend seizoen opnieuw in de eerste klasse te brengen. En vervolgens om met een serieus businessplan in enkele jaren door te groeien naar een niveau dat de stad past: Belgische top en Europese subtop.
Is dat grootspraak? Ik denk het niet. De belangrijkste voorwaarde voor professionele topsport op niveau is in Antwerpen aanwezig: een supporterslegioen dat kwantitatief en - vergeef mij het chauvinisme - ook kwalitatief in België zijn gelijke niet kent. Als het de overheid lukt om dat potentieel te verenigen met de budgettaire vereisten die nodig zijn voor topsport en waarvoor de middelen in de stad en haar haven ongetwijfeld aanwezig zijn, dan is dat een huzarenstuk waarvoor vriend en vijand zullen moeten applaudisseren op de publieke tribunes.
We bekijken het zonder enig leedvermaak voor Beerschot en Antwerp, maar wel met grote nieuwsgierigheid ten aanzien van Bart De Wever. Slaagt deze burgemeester, die zelf niets heeft met voetbal, erin om een van de meest emotionele splijtzwammen in de stad te ontgiften? Als het hem lukt, scoort hij in elk geval kostbare punten. Eind mei weten we meer.
Morgen opent de Sinksenfoor op de Gedempte Zuiderdokken. Dat ene zinnetje is goed nieuws, maar het is ook meteen het enige goede nieuws dat over dit verhaal te vertellen valt. Want de regeling die uiteindelijk met de klagende buurtbewoners tot stand is gekomen, verdient bepaald geen schoonheidsprijs.
Gisteren kregen we inzage in de overeenkomst die de stad heeft gesloten met de inmiddels beruchte zes klagende buurtbewoners. We kunnen niet anders dan vaststellen dat het stadsbestuur een opmerkelijk nederige knieval heeft gedaan in de vorm van het honoreren van een lange en onredelijke verlanglijst van de bewoners. Inclusief een financiële tegemoetkoming van 45.000 euro. Iets wat als bijzonder onrechtvaardig zal worden ervaren. De bewoners lijken alles te krijgen wat ze wilden, zelfs de verplaatsing van lawaaierige kermiskramen naar de zuidelijke kant van de dokken, waar de bewoners van de sociale woonblokken toch geen geld hebben om tegen de stad te procederen. Een asociaal verhaal.
Van de administratieve logica in dit land snappen we na dit feuilleton helemaal niets meer. Volgt u even mee: de Raad van State oordeelt dat evenementen en parkeerruimte op de Zuiderdokken niet kunnen, omdat het gebied destijds is ingekleurd als parkzone. Het gevolg van dat arrest is dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) wordt geschorst.
Daardoor valt de zone opnieuw onder de normen van het vorige GRUP, dat de Zuiderdokken had gecatalogeerd als publiek domein, waar evenementen en parkeerruimte perfect te verantwoorden zijn. Kunt u nog volgen?
Het resultaat van deze kafkaiaanse kwestie is een schande, maar we begrijpen het wel: géén Sinksenfoor was ook geen optie. Het stadsbestuur moest met de billen bloot. Het had ook kunnen voortborduren op de optie om de Sinksenfoor te verhuizen naar de Scheldekaaien, maar in dat geval hadden de klagers van de Zuiderdokken net zo goed hun zin gekregen.
De oppositie zal de kans niet laten liggen om de meerderheid onder vuur te nemen over dit controversiële compromis. Maar in dat verweer past de nodige bescheidenheid, want ook in de vorige legislaturen is nooit een adequate oplossing uitgewerkt voor dit slepende probleem.
Er is nu tenminste deze duidelijkheid: nog twee jaar Sinksenfoor, en dan op naar een andere locatie. Of toch niet?
De actiegroep Open Zuid Open stelt de stad en de bewoners die een klacht indienden tegen de Sinksenfoor op de Gedempte Zuiderdokken, in gebreke. De actiegroep neemt het niet dat de stad en de klagers onder mekaar bedisselden hoe de toekomst van foor en Gedempte Zuiderdokken er gaat uitzien. Het akkoord dat beide partijen met elkaar bereikten, houden ze tot nader order geheim. Officieel om de primeur van de deal te reserveren voor de volgende gemeenteraad.
Dat ze hierdoor de inhoud – al dan niet met juridische angels – van het akkoord pas openbaar maken wanneer de Sinksenfoor er al staat, zullen we maar als een gelukkig toeval beschouwen.
Volgens schepen Marinower is het stadsbestuur niet eens verplicht om het akkoord publiek te maken. Wie garandeert ons dan dat hij wel bereid zal zijn om het volledige akkoord openbaar te maken? Het zal de speculatie dat de klagers op de een of andere manier zijn afgekocht, alleen maar voeden. Voor een college dat prat gaat op transparantie, zijn er in dit verhaal geen schoonheidsprijzen te winnen. Integendeel, veel ouder wordt politieke cultuur niet.
Zeker als we terugkeren naar de basis van de hele discussie. De buurtbewoners haalden hun slag thuis op basis van een duur bevochten beslissing voor de rechtbank. Die oordeelde dat de Gedempte Zuiderdokken volgens het Gemeentelijke Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) officieel parkzone zijn en bijgevolg ongeschikt om er een foor op te organiseren. Een vonnis in het belang van alle omwonenden.
Een GRUP wordt immers niet alleen opgesteld om zes individuen te plezieren die kapitaalkrachtig genoeg zijn om het via de rechtbank af te dwingen. Dat dit vonnis zowel door de stad als de klagers met de voeten kan worden getreden, is hallucinant. Het herleidt een rechterlijke uitspraak over het algemeen belang tot een persoonlijk bezit en chantagemiddel van een handvol mensen.
Het weinige dat we vandaag al weten over de inhoud van het akkoord, bewijst dat overigens.
Op eenvoudige aanvraag van de klagers zijn enkele storende attracties al op een andere plaats neergezet. Niet omdat dit veiliger zou zijn. Gewoon omdat de ‘eigenaars’ van het vonnis dat beter achten. Waarom zou het daarbij stoppen? Als dit al geen klassejustitie is, is het zeker klassepolitiek. “For shame”, zeggen ze dan aan de andere kant van het kanaal.
Sinds vorige week heeft Voka, de koepel boven ruim drieduizend bedrijven in Antwerpen en het Waasland, een nieuwe voorzitter. En die wijst in het blad Ondernemers eens te meer op het enorme belang van een vlotte mobiliteit. Het behoeft weinig betoog: de verkeerscongestie in en rond Antwerpen veroorzaakt elke dag een grote economische schade. Goede oplossingen waren tien jaar geleden al dringend noodzakelijk, en ze zijn dat nu nog veel meer.
In het verleden schaarde Voka zich onvoorwaardelijk achter de plannen om de Ring te sluiten via de Oosterweelverbinding. Aan die houding is niets veranderd, maar het valt me wel op dat de organisatie nu ook meer accenten begint te leggen op snellere en beter betaalbare maatregelen om toch al een deel van de mobiliteitsproblemen op te lossen. De sluiting van de Ring zal de eerste tien jaar nog geen feit zijn. Daar willen we met z’n allen liever niet op wachten.
Voka-voorzitter Stéphane Verbeeck pleit in die context voor een intelligente sturing van de verkeerslichten in de binnenstad en op de belangrijkste invalswegen. Hij verwelkomt ook de suggestie om de kruispunten op de Singel opnieuw te overbruggen, zoals ten tijde van de heraanleg van de Ring. En hij vraagt aan de overheid om de Liefkenshoektunnel sneller tolvrij te maken op piekmomenten.
De Vlaamse overheid verschuilt zich momenteel achter lopende MER-procedures en vragen die in behandeling zijn bij de Europese Commissie om niet te veel tempo te moeten maken in het dossier. Nogal wat waarnemers zien daarin een strategie om het over de verkiezingen van mei volgend jaar te tillen. De volgende regering mag dan bij het begin van haar legislatuur door de zure appels bijten en moeilijke knopen doorhakken.
Het wordt van cruciaal belang dat die nieuwe regering en het Antwerpse stadsbestuur op dezelfde golflengte zitten over de mobiliteit, want de voorbije jaren hebben bewezen dat in het andere geval stilstand het meest toepasselijke ordewoord is. In een regio met 1,25 miljoen inwoners (bijna een vijfde van de Vlaamse bevolking) en liefst 27 procent van het aantal ondernemingen met meer dan duizend werknemers is dat een nachtmerrie.
We sluiten ons dus aan bij de oproep van de Voka-ondernemers aan de overheid: werk aan het grote plan, maar onderzoek ook de kleinere en snellere ingrepen.
Het kan een belangrijke week worden voor het Antwerpse voetbal. Gisteren kwam vast te staan dat Beerschot in vereffening gaat. De club kan nu nog proberen om de bondsschulden af te lossen en volgend seizoen in derde klasse van start gaan. Lukt dat niet, dan moet ze helemaal opnieuw beginnen in vierde provinciale. Ondertussen broeit er van alles achter de schermen. Er is een merkwaardige zoektocht aan de gang naar een zo hoog mogelijk geklasseerde club die op het Kiel wil komen spelen. Westerlo, Sint-Niklaas, Waasland- Beveren, Lokeren, Rupel Boom... Zelfs Charleroi is al genoemd. De enige naam die niet valt, is die van Antwerp. Niemand lijkt te geloven in een nieuw project dat moet worden gebouwd op de ruïnes van het verleden.
Opvallend is de discretie waarmee de gesprekken worden gevoerd. Dat is een goed teken. Het geeft aan dat bij de gesprekspartners, wie dat ook mogen zijn, de wil om te landen groot is. Goede bronnen zeggen ons dat er op korte termijn witte rook mag worden verwacht voor een nieuw plan voor het Antwerps voetbal. We zijn zeer benieuwd.
Zeker lijkt dat het stadsbestuur de regie op zich heeft genomen. De Antwerpse clubs zijn simpelweg niet meer in staat om zonder hulp van buitenaf een sterk project neer te zetten. Enkele jaren geleden had ex-burgemeester Patrick Janssens al serieuze onderhandelingen opgestart om een nieuwe club in de steigers te zetten met geld van Woestijnvis-baas Wouter Vandenhaute en van Studio 100. De eigen plannen van Beerschot-voorzitter Patrick Vanoppen stonden toen in de weg.
Maar nu zowel op het Kiel als op de Bosuil de grote ego’s zijn gesneuveld, breekt er een nieuw momentum aan. Het stadsbestuur kan dit niet zomaar laten passeren, want als eigenaar van het stadion op het Kiel en mecenas van het jeugdcomplex op de Wilrijkse Pleinen heeft de stad een grote verantwoordelijkheid voor de sportieve activiteiten in de stad. Uitgerekend in 2013, het jaar waarin Antwerpen de titel van Europese sporthoofdstad van het jaar draagt.
De voorbije weken kwamen er veel welwillende geluiden uit de Antwerpse zakenwereld.
De geesten lijken rijp voor een Antwerp United, een nieuwe structuur met professionalisme en gezonde ambitie als pijlers. Maar het gaat natuurlijk niet om woorden, maar om daden. Antwerpen verdient beter dan gebakken lucht.
Wat als een ramp zoals die van Wetteren zou gebeuren met een toxische lading uit de Antwerpse haven? Die vraag was aan de orde in het actualiteitenprogramma Wakker op zondag op atv.
Allereerst: een soortgelijke ramp kàn zich elke dag voordoen. Gezien het grote aantal bewegingen op de sporen, mogen we zelfs van geluk spreken dat het sinds het broomincident in 2004 niet vaker is gebeurd. Dat illustreert de stelling dat het spoor als verkeersmodus voor gevaarlijke stoffen vele malen veiliger is dan de weg.
Voor een ramp bestaan geen pasklare actieplannen. Geen twee incidenten zijn hetzelfde en dus zal er altijd supersnel moeten worden geëvalueerd en beslist.
Maar dat neemt niet weg dat solide structuren en dito draaiboeken in zulke gevallen van levensbelang kunnen zijn.
Ik denk dat Antwerpen over die instrumenten beschikt. In de havenbedrijven is een gigantische hoeveelheid expertise aanwezig over het behandelen van alle mogelijke chemische stoffen. Ook de brandweer en de civiele bescherming hebben een overvloed aan ervaring die in geval van nood kan worden ingezet.
Bovendien beschikt Antwerpen met gouverneur Cathy Berx over een sleutelfiguur die perfect geschikt is om de rampenplannen te coördineren. Berx heeft zich meteen na haar aantreden in 2008 intensief verdiept in de materie, ze volgde een speciale opleiding in rampencrisismanagement en ze kent alle ambtenaren die in zulke gevallen hoofdrollen moeten vertolken persoonlijk. Bovendien heeft ze ook de nodige empathie om de juiste beslissingen te kunnen nemen over het informeren en opvangen van de bevolking.
Het pleidooi van de voorbije week om op het niveau van de hogere overheid een crisiscel uit te bouwen voor rampen, lijkt me voor Antwerpen echt niet nodig. Elke ramp zal een zekere chaos veroorzaken. Het gaat erom over de juiste figuren te beschikken die het hoofd koel kunnen houden. En de stad heeft die in huis.
Nee, als de ramp in Wetteren stof tot nadenken over Antwerpen moet opleveren, dan maak ik me veeleer zorgen over het tweede goederenspoor, dat Infrabel in Ekeren wil aanleggen op een dertien meter hoog talud vlak bij diverse woonwijken in plaats van in een geboorde tunnel, wat veel veiliger zou zijn. Het idee dat die mensen straks elke dag wagons vol giftige stoffen voorbij zien denderen, maakt ons niet vrolijk.
Op de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof worden zaterdag gesneuvelde soldaten uit de Tweede Wereldoorlog herdacht. Het gaat om Maghrebijnen, die aan de zijde van de geallieerden tegen de Duitsers vochten. Het is de eerste keer, in ons land althans, dat deze Afrikaanse geallieerde soldaten aandacht krijgen.
Dat komt waarschijnlijk omdat maar weinig mensen weten dat er onder meer Marokkaanse en Algerijnse soldaten zij aan zij met de westerse soldaten ten strijde trokken en sneuvelden. Zelfs binnen de eigen gemeenschap is dit stukje geschiedenis weinig of niet bekend. Dat sommige van deze soldaten begraven liggen op het ereperk van het Schoonselhof, is nog veel minder bekend.
Het initiatief voor de herdenking komt van een aantal Antwerpenaren van Marokkaanse origine. Zij vinden dat dit onbekend stukje geschiedenis meer aandacht verdient en hopen tegelijkertijd dat het de vele jongeren uit hun gemeenschap een stukje van hun eigen verleden meegeeft. Dat de meeste Afrikaanse strijders, toen nog afkomstig uit kolonies, als kanonnenvlees dienden, is een pikant detail. Maar dat gold ook voor tienduizenden westerse soldaten. Oorlog is nu eenmaal geen propere zaak.
Precies omdat oorlog een nauwelijks te beschrijven gruwel is, is het belangrijk dat we dit soort van zaken blijven herdenken. Zoals de joodse gemeenschap begin deze week de Holocaust heeft herdacht. En zoals het hele land in november even stilstaat bij de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog.
Dit soort van herdenkingen worden soms weggewuifd als niet meer van deze tijd en oubollig. De manier waarop we herdenken, is dat misschien wel. Maar de boodschap die erachter zit, is actueler dan ooit. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn er onophoudelijk oorlogen geweest en ook op dit moment vallen er doden in conflicten over de hele wereld. Denk maar aan Syrië.
Met herdenkingen kun je geen oorlog vermijden. Maar het geeft onze jongeren wel de gelegenheid om even stil te staan bij de vrijheid die ze nu hebben. Wie nooit oorlog heeft meegemaakt, moet beseffen dat het ooit anders is geweest en zo opnieuw kan gebeuren. In Nederland beseffen ze dat heel goed en is Bevrijdingsdag ieder jaar een feest. En eigenlijk is dat heel mooi.
Europa maakte ook afgelopen woensdag niet het mooie weer.
Wars van welke symboliek dan ook was het toch opvallend dat het tweejaarlijkse evenement ‘Europa in je buurt’, dit keer op Park Spoor Noord in Antwerpen, het moest stellen met een miezerige dag, tussen twee zon-dagen in.
De lage opkomst zal voor een stuk zeker daaraan te wijten zijn - slechts enkele honderden kwamen op het groots opgezette evenement af, en dan nog vooral op het dans- en drinkgedeelte. Terzake-anker Lieve Verstraete in zijn rol van DJ Satanic Samba verleidt meer volk dan Karel De Gucht in zijn rol van Europees Commissaris.
En verder interesseert Europa de doorsnee Antwerpenaar even veel als het vallen van de duiven. Daar zijn tig redenen voor te bedenken en ze zijn allicht bijna allemaal onterecht, maar eentje blijft overeind en was woensdag ook heel duidelijk. De Antwerpse politici die aanwezig waren op de weide, aan de stands en op de debatten, waren vrijwel uitsluitend verkozenen met een Europees zitje. Het evenement werd dan wel mee georganiseerd door provincie en stad, maar lokale mandatarissen waren of afwezig, of ze hadden zich goed verstopt.
Politici, nationaal of lokaal, praten niet graag over Europa. Het gros van hun kiezers moet dat ding niet. Bovendien vrezen ze, niet ten onrechte, dat ze dan over de hoofden van hun electoraat heen praten. Er niet over spreken is ook veilig. Vanop een lager echelon kritiek hebben op Europa staat niet goed op je politiek cv, als je wat hogerop wil geraken. En dus zegt er vrijwel niemand tussen toog en tap dat de EU best wat mag dimmen met zijn regelneverij, dat het Europese model veeleer technocratie dan democratie inhoudt, dat de neoliberalistische koers die men nu vaart te weinig zuurstof laat aan sociale maatregelen. Maar is er ook niemand die in de taal van de straat de aantoonbare voordelen uit de doeken doet, zeker wat betreft milieu en onderwijs.
Dus: Europa zal de burger, en de facto ook zijn rechtstreekse verkozenen, pas interesseren als de impact van de beslissingen binnen de Europese Commissie ons persoonlijk raakt. Knabbelt Europa aan onze welstand en onze sociale voorzieningen, of leidt de uiteindelijke toetreding van Turkije tot een verhit nationalistisch debat, dan zal er een pak meer volk staan op Park Spoor Noord. En niet alleen om te feesten.