“Onaanvaardbaar. Een benoemingscircus”, fulmineerde Jacky Leroy, de grote baas van de overheidsdienst Personeel. Zijn boosheid was vooral ingegeven door het feit dat bij de publieke opinie de indruk werd gewekt dat alle ambtenaren, zoals in het verleden schering en inslag was, opnieuw op basis van hun partijkaart werden benoemd, terwijl ze integendeel vooraf aan keiharde selectieproeven bij Selor waren onderworpen. Het getalm binnen de regering kon er op wijzen dat de politieke evenwichten het weer hadden gehaald op de competenties en de kwaliteiten van de kandidaten.
Nu laten de topambtenaren opnieuw van zich horen, ditmaal omdat de regering zich als een keizer-koster tegenover hen opstelt. In een brief aan het kabinet worden harde woorden niet geschuwd en wordt de betutteling door de regering zwaar aangeklaagd. Die betutteling is ingegeven door de noodzaak om te besparen. Daarom controleert een werkgroep bij de premier alle beslissingen en alle uitgaven, ook als het om kleine dossiers gaat. Budgettaire discipline heet dat. In een periode waarin elke euro twee keer moet worden opgedraaid voor hij wordt uitgegeven, valt daar zeker iets voor te zeggen. De topambtenaren beschouwen deze werkwijze evenwel als een blijk van diep wantrouwen van de regering. Net of ze zijn onbekwaam om hun job naar behoren uit te voeren, terwijl precies zij in februari hadden voorgesteld om via kleine ingrepen het dubbele te besparen van wat hen was opgelegd.
Begrotingsdiscipline is heilig, maar om de doelstellingen te bereiken moeten contraproductieve toestanden worden vermeden. Zoals ambtenaren die in onmin leven met hun bazen. Verdienen ze echt niet meer vertrouwen?
door Dirk Castrel



Reacties