De huidige meerderheidspartijen zijn er nu wel in geslaagd een overeenstemming te bereiken over een basistekst die de rechten en de plichten van Vlamingen vastlegt. Revolutionair is het document allerminst en het is zeker geen onafhankelijkheidsverklaring. Het Handvest is wel een soort identiteitskaart voor Vlaanderen die een aantal verworvenheden en betrachtingen bundelt en die een baken moet zijn voor het beleid. In dat opzicht kan het Handvest een uitstekend instrument zijn voor deze en de volgende Vlaamse regeringen. Maar er is ook een schaduwzijde. Niet elke partij is het erover eens, en dat betekent een handicap van bij het begin.
De oppositie heeft een punt met haar kritiek dat ze nauwelijks of niet werd betrokken bij de voorbereiding van het document. Haar argument dat in het parlement zou worden gezocht naar evenwichten die door iedereen worden gedragen, snijdt hout. Met een beetje goede wil had de meerderheid tijdig overleg kunnen plegen in plaats van een flink deel van de Vlaamse volksvertegenwoordigers tegen de haren in te strijken. Nu lijkt het of ze een dictaat krijgen voorgeschoteld dat te nemen of te laten is. Ze zien in de handelwijze van de regeringspartijen diep misprijzen voor wie niet tot de ‘tijdelijke’ meerderheid behoort, terwijl het Handvest de tand des tijds moet kunnen doorstaan.
Een en ander zal nog tot bitse discussies leiden in het Vlaams Parlement als het Handvest nog voor de zomer ter bespreking en stemming wordt voorgelegd. Het is trouwens merkwaardig dat parlementsvoorzitter Jan Peumans, een eminent lid van de meerderheid, slechts enkele uren vooraf op de hoogte was gebracht van de presentatie van het Handvest.
In deze omstandigheden zal de meerderheid het niet makkelijk hebben om de minderheid te overtuigen zich onverkort achter de tekst te scharen om een zo breed mogelijk draagvlak te bereiken. Het Handvest voor Vlaanderen verdiende een betere start.
Dirk Castrel Politiek redacteur gvabrieven@concentra.be



Reacties