Het zo al wankele vertrouwen in de Spaanse bankensector heeft daarmee een zoveelste knauw gekregen. Spaanse banken konden de voorbije maanden miljarden lenen bij de Europese Centrale Bank tegen een haast symbolische intrest van één procent. Dat geld hebben ze volop geïnvesteerd in obligaties van het eigen land die zes procent opbrachten. Maar daarmee hebben ze ook een enorm schuldenrisico op hun schouders genomen. Een risico dat ze er eigenlijk niet meer kunnen bijnemen, aangezien ze hun balansen de voorbije jaren al volgeladen hebben met vastgoedbeleggingen waarvan de terugbetaling uiterst onzeker is.
Madrid heeft de banken daarom verplicht om hun kapitaalreserve met minstens 30 miljard euro te versterken. Geld waarvoor ze wellicht opnieuw bij diezelfde overheid zullen moeten aankloppen. Het lijkt erop dat Spanje zich bij de haren uit het moeras probeert te trekken. Zonder nieuwe, structurele maatregelen zal de schuldenstorm die Griekenland heeft verwoest, zich ook op de Spaanse kust gooien. Niemand durft zich voor te stellen wat daarvan de gevolgen zijn. Spanje heeft een economie die twaalf keer groter is dan die van Griekenland. Het is alsof je een multinational zou vergelijken met een slechtdraaiende kmo.
Velen betwijfelen of het Europees Noodfonds, dat als financieel vangnet onder de euro is gespannen, groot genoeg is om de Spaanse val te breken. Voor de Europese leiders wordt het dus manoeuvreren in een mijnenveld. Iedereen weet nu dat wat er vandaag in Griekenland, Spanje of Portugal gebeurt, een directe impact heeft op de rest van Europa. In die zin heeft de schuldencrisis ironisch genoeg voor elkaar gekregen wat 736 Europarlementsleden in dertig jaar tijd niet is gelukt: een gevoel van verbondenheid creëren over alle Europese grenzen heen. In andere omstandigheden zouden we daar blij over zijn.



Reacties