Bijna alle Kamerfracties zijn het erover eens dat “gesloten deuren” betekent dat er niets mag uitlekken van wat in de vergadering is gezegd. Dat kan getuigen loslippiger maken. Wanneer zij er van op aan kunnen dat hun verklaringen achteraf niet publiek worden gemaakt, zullen ze vlugger geneigd zijn om het achterste van hun tong te laten zien.
Maar hoe doe je politici zwijgen? Er is altijd wel een of andere partij die er belang bij heeft om uit de biecht te klappen. Bovendien hebben zij een goed argument. Het parlement moet eigenlijk een glazen huis zijn. Al wat daar gezegd wordt, is in principe openbaar. Volksvertegenwoordigers en senatoren zitten daar namens hun kiezers. Zij hebben dan ook het recht, zoniet de plicht, om hun achterban te informeren.
Trouwens, hoe spoor je lekkende parlementariërs op? Door een telefoontap te installeren? Door journalisten onder druk te zetten om hun bronnen vrij te geven? Dat gaat al heel ver.
Toch zal er ergens een gulden middenweg gevonden moeten worden. Om redenen van privacy of algemeen belang zijn er situaties denkbaar die geheimhouding vereisen. Althans tijdelijk. Na verloop van tijd moet alle informatie vrijgegeven kunnen worden. En het moet de uitzondering blijven. Het is niet omdat een getuige ‘huis clos’ vraagt, dat dit ook automatisch moet worden toegestaan.
Parlementariërs zijn wijs genoeg om dat zelf uit te maken, geval per geval. Wanneer een tweederdemeerderheid van de commissieleden vindt dat een bepaalde bespreking beter achter gesloten deuren verloopt, dan moet dat kunnen en dan moet iedereen zich daaraan houden. Zo werkt dat in een democratie. Wie vindt dat de geheimhoudingsplicht niet voor hem of haar geldt, moet uit dergelijke vergaderingen wegblijven.
door Paul Geudens



Reacties