Een schande, noemen wij dit in verstaanbaar Nederlands. Om de komende onderhandelingen met Frankrijk over de verdeling van de waarborgen niet in het gedrang te brengen, worden alle morele overwegingen overboord gegooid. En dat uitgerekend op de dag dat de Dexia Holding opnieuw een kwartaalverlies van 431 miljoen heeft bekendgemaakt.
De publieke verontwaardiging over zoveel cynisme kan niet groot genoeg zijn. Met de dag wordt duidelijker dat de implosie van Dexia niet alleen het vermogen van honderden kleine beleggers en lokale besturen heeft aangetast, maar ook en vooral de financiële stabiliteit van ons land in gevaar heeft gebracht. Jean-Luc Dehaene en Pierre Mariani kunnen zich nog verschuilen achter het argument dat ze pas aan boord zijn gegaan na 2008, toen het schip al op de ijsberg was gevaren. Al hebben ze niet veel meer gedaan dan pappen en nathouden.
Want bij het uitbreken van de Europese schuldencrisis drie jaar later was Dexia nog altijd voor meer dan honderd miljard afhankelijk van andere banken. Maar voor een aantal oudgedienden in de raad van bestuur, onder wie de vertegenwoordigers van de Gemeentelijke Holding en de Arco-groep, geldt eigenlijk geen enkel excuus. Tot vandaag blijven ze volhouden dat de val van Dexia niet te voorspellen was. Dat er voor de bankencrisis geen vuiltje aan de lucht was. Toen het duo Richard en Miller elke dag miljarden Belgisch spaargeld naar Frankrijk versaste en voor miljarden ging bijlenen om hoogrentende rommel te kopen, keken ze zedig de andere kant op, in ruil voor een stevig dividend. Om die reden zou er voor de Dexia-top geen kwijting mogen bestaan, toen niet, vandaag niet en morgen niet.
door Pieter Leuridan



Reacties