Hadden de twee Fransen meer oren naar de opmerkingen en verzuchtingen van hun Franstalige gesprekspartners? Het is niet uit te sluiten en zelfs heel waarschijnlijk. De opmerkingen over het Vlaamse taalbeleid roepen herinneringen op aan het bezoek van controleurs van de Raad van Europa die, na zwaar lobbywerk van het FDF, het droevige lot van de Franstaligen in de Vlaamse Rand kwamen onderzoeken.
De eerste zendeling, de Zwitser Dumeni Columberg, distilleerde uit zijn contacten een zeer simpele oplossing: algemene tweetaligheid in het hele land. Complete onzin. Zijn landgenote Lili Nabholz-Heidegger was de tweede die hier onderzocht of de rechten van de Franstaligen niet werden geschonden. Later kwamen er nog andere inspecteurs van de Raad van Europa, maar al hun voorstellen werden steevast door de Vlaamse leden van de Raad ontkracht.
Uiteindelijk bleken ze amper iets te begrijpen van de delicate evenwichten waarop dit land stoelt en allen kwamen ze voor zichzelf tot de conclusie dat ze beter hun hoofd niet in dit Belgische wespennest hadden gestoken. Het kwaad was evenwel telkens geschied, want internationaal werd minstens de indruk gewekt dat de Franstaligen in dit land een verdrukte minderheid vormden. Niet goed voor het imago van Vlaanderen in het buitenland, maar dat was en blijft precies de doelstelling van de rabiate francofonen van het FDF: Vlaanderen afschilderen als een bekrompen regio die het niet te nauw neemt met de democratie.
Het rapport is voor sommigen voldoende om hier een fikse communautaire rel te ontketenen en de Fransen officieel om uitleg te vragen. De diplomatische benadering van Vlaams minister-president Kris Peeters lijkt veel doeltreffender. Geen geruzie met het Franse parlement, maar wel praten, grondig informeren en documenteren om het inzicht van de rapporteurs beduidend te verbreden.
door Dirk Castrel

