Smet heeft gelijk. De werkingsmiddelen stijgen inderdaad. Maar minder dan de directies hadden berekend. Voor alle scholen samen gaat het om een verlies van 9,5 miljoen euro.
Dit is hetzelfde als zou men voor de werknemers de volgende automatische indexering van de lonen slechts voor 60 procent doorvoeren. Kunt u zich het protest bij de sp.a voorstellen? De index is heilig voor partijvoorzitter Bruno Tobback. Maar de ene index is blijkbaar de andere niet.
Natuurlijk moet de Vlaamse regering besparen en keuzes maken. De overheid kan niet alles blijven doen wat ze in het verleden deed. En dus zullen er altijd mensen en instellingen zijn die het voelen.
Alle begrip daarvoor. Maar soms worden er wel heel rare keuzes gemaakt. Onbegrijpelijke keuzes zelfs.
Neem nu het derde VRT-net dat binnenkort start. Kinderen kunnen dan van zes uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds Ketnet kijken. Dat kost geld. Die uitzendingen zijn niet gratis. Maar blijkbaar is dat geen bezwaar.
Nu stel ik mij de vraag waarmee jongeren het beste af zijn: digitale schoolborden en tabletcomputers in de klas, of veertien uur televisie per dag? De vraag stellen is ze beantwoorden, vrees ik.
De scholen kunnen nu al met moeite de eindjes aan elkaar knopen. Zonder eetfestijnen en wafelbakken komen ze niet rond om verwarming, schoolboeken en ander gerief te kopen. Katholieke scholen moeten ook nog eens een derde uit eigen zak betalen voor bouwprojecten.
Instellingen voor middelbaar onderwijs zullen de ongedekte kosten doorschuiven naar de ouders. Maar lagere scholen kunnen dat niét. Zij zijn gebonden aan de maximumfactuur. Dat resulteert in besparingen op didactisch materiaal.
Wat we zelf doen, doen we beter, zei wijlen Gaston Geens. Maar niet altijd, zo blijkt nu weer eens.
door Paul Geudens



Reacties