Premier Elio Di Rupo heeft gisteren Gent bezocht. Zijn eerste officiële bezoek aan Vlaanderen. Er zullen er nog volgen, net zoals in Wallonië.
Het worden een soort van Blijde Intredes in de bijzonderste steden van het land, zoals nieuwe koningen plegen te doen wanneer zij de troon bestijgen.
Elio Di Rupo houdt van die stijl. Hij heeft presidentiële allures. In vier maanden tijd heeft hij vaker gebruikgemaakt van de motorescortes van de politie dan Yves Leterme en Guy Verhofstadt samen.
De twee vorige premiers kon je als collega of zelfs als journalist zomaar bellen. Of zij belden zélf wanneer een artikel hen niet aanstond.
Met Di Rupo ligt dat anders.
Noblesse oblige. Bart De Wever bijvoorbeeld had het rechtstreeks telefoonnummer van Di Rupo niet tot op het moment dat hij op 10 juni 2010 de verkiezingen won. In Vlaanderen is dat tussen partijvoorzitters ondenkbaar.
Langs de andere kant is Di Rupo wel op zijn best bij bezoeken zoals die aan Gent gisteren.
Een uiterst charmante man, een gentleman op en top, een heer van fatsoen die voor iedereen een vriendelijk woord over heeft. In gesprekken onder vier ogen pakt hij iedereen in. Zijn lamentabel Nederlands maakt hij dan moeiteloos goed met een aangeboren innemendheid.
Eigenlijk is Di Rupo het best buiten strikt politieke ontmoetingen.
Hij moet daar wel een beetje mee opletten.
Wanneer het warm wordt in de Wetstraat, is Di Rupo in geen mijlen te bekennen. Dan stuurt hij zijn vicepremiers in de vuurlijn.
Toen de vakbonden in het verzet kwamen tegen de nieuwe pensioenregeling, hebben we Di Rupo niet gehoord. Idem dito deze week bij de commotie rond de hongerstakers of het ontslag van de stafchef van het leger.
Yves Leterme zou bij zulke gelegenheden in alle tv-studio’s hebben gezeten. Di Rupo niet. Als regeringsleider wil hij boven het dagelijks gewoel blijven. En dus stuurt hij zijn ministers. Die het er trouwens erg goed van afbrachten.
Maggie De Block en Pieter De Crem hebben de voorbije dagen ruggengraat getoond.
Zij hebben gehandeld zoals het een minister betaamt: niet de generaals of de hongerstakers stellen de wetten in dit land, maar de verkozen politici.
De Open Vld vroeg deze week aan het ACW om zijn winstbewijzen bij Belfius aan de Belgische staat te schenken. De christelijke werknemerszuil heeft gisteren laten weten daar niet op in te gaan.
En verrassing is dat niet. Het ACW is door de Dexia-affaire ontmaskerd als een ordinaire geldwolf die elk norm- en fatsoenbesef is verloren. De organisatie kan dit ongestraft blijven volhouden omdat ze binnen de regering de hand boven het hoofd wordt gehouden door een bevriende politieke partij, namelijk CD&V.
In het Dexiadebacle is de christelijke werknemerszuil niet minder dan drie keer langs de kassa gepasseerd. Voor alle duidelijkheid: de kassa, dat zijn u en ik als belastingbetaler.
Het ACW was via ARCO hoofdaandeelhouder van Dexia. Steeds is aangedrongen op maximale dividenden, ook toen het al zeer slecht ging. Daardoor is het ACW mee verantwoordelijk voor de ondergang van de bank. Toen het finaal helemaal fout liep, bekwam het ACW van de regering een staatswaarborg voor het ingelegd kapitaal van de ARCO-vennoten. De andere gedupeerde aandeelhouders konden niet genieten van dit voorrecht.
De regering die zomaar 1,5 miljard euro belastinggeld aan de ACW-leden schonk, stond onder leiding van Yves Leterme, een politicus die er nooit een geheim heeft van gemaakt dat hij binnen CD&V tot de ACW-stal behoorde.
En het sprookje voor het ACW was nog niet gedaan. De organisatie hield aan de failliete bank, die schaamteloos werd leeggezogen en uiteindelijk voor vier miljard euro met belastinggeld moest worden opgekocht, nog 300.000 winstbewijzen over ook. Van elke 100 euro winst die de nieuwe Belfiusbank maakt, gaan er 2 naar het ACW. Ook in de opbrengsten van de verzekeringstak deelt het ACW mee.
Die schaamteloze zelfbediening gebeurt dus allemaal met de zegen van CD&V, een partij met de slogan “iedereen inbegrepen”. Behalve wanneer je niet van het ACW bent, zo blijkt nu. Herman Van Rompuy zei ooit dat de christelijke deugd bij uitstek die binnen zijn partij wordt beoefend niet de naastenliefde maar de hypocrisie was. Hij heeft gelijk.
PS-senator Fatiha Saïdi is gisteren op
haar nummer gezet door eerste
minister Elio Di Rupo, tevens haar
partijgenoot. De premier liet in een
mededeling weten dat volgens het regeerakkoord
“iedereen die niet over een verblijfsvergunning
beschikt en geen mogelijkheid
heeft er een te verkrijgen, het bevel moet krijgen
om het grondgebied te verlaten”. Verder
zegt hij dat “met uiterst strenge hand moeten
worden opgetreden tegen illegale criminelen”.
Komende uit de mond van een Franstalige
socialist zijn dat redelijk straffe woorden. De
PS is een uiterst koele minnaar van om het
even welk verwijderingsbeleid.
Dit communiqué kwam er dan ook niet zomaar.
Elio Di Rupo stond onder grote druk van een van zijn coalitiepartners, de Open
Vld. Die partij schoot zelf in actie na zware
kritiek van de N-VA op een tussenkomst van
Saïdi op een vliegtuig van Royal Air Maroc
waardoor een illegale vreemdeling niet kon
worden gerepatrieerd.
De senatrice probeerde haar optreden
eerst nog goed te praten door de bloedjes van
kinderen van de Marokkaan erbij te sleuren,
maar nu blijkt dat het om niet minder dan
een gangster gaat die al 42 keer is opgepakt
voor allerlei misdrijven …
Eerst wou Di Rupo zijn partijgenote niet
terugfluiten, tot de zaak een flinke criminele
staart kreeg. Toen kon hij plots wel begrip
opbrengen voor de moeilijke positie van de
Open Vld en werd hij alsnog bereid gevonden
tot een gespierde tussenkomst.
Waarvan akte. Het is goed dat hij de puntjes
op de i heeft gezet en duidelijk heeft gemaakt
dat zijn partij achter het regeerakkoord
staat. Maar dit politiek incident mag
ons niet afleiden van wat er in dit land écht
fout loopt. Namelijk dat die man al 16 (zestien!)
jaar illegaal in België verbleef en in die
tijd 20 (twintig!) uitwijzingsbevelen kreeg
aangesmeerd. En ondertussen dus nog
steeds doodleuk in ons land ronddwaalt ...
Dit kan nergens anders in Europa.
Waar zijn we hier mee bezig? Leven we
nog in een rechtsstaat die zijn eigen wetten
ernstig neemt en doet respecteren? Een beschaafd,
efficiënt migratie- en asielbeleid
staat of valt met een correcte uitwijzingspolitiek.
Iets wat België al jaren compleet mankeert.
Niemand kan ontkennen dat het
onderwijsveld de afgelopen jaren
veel inspanningen heeft geleverd
om de kleuters zo massaal mogelijk
naar school te leiden. Dat gebeurt nu nog,
onder meer via projecten als Gelijke Onderwijskansen
(GOK) en Lokale Onderwijsplatforms
(LOP), waarbij kleuterscholen extra
uren krijgen toegespeeld om aan huisbezoeken
te besteden. Kleuterparticipatie werd
eerder al naar voren geschoven als jaarthema
in het Vlaams onderwijs. Dat bleef allemaal
niet zonder resultaat. Vlaanderen is met 97,5
procent kinderen op de kleuterschool een
absolute topper in Europa. Nog enkele procenten
en het ideale plaatje is bereikt.
Kleuteronderwijs is niet verplicht, maar zowat
alle ouders zien het belang ervan in om hun kinderen zo goed mogelijk te wapenen,
zodat ze zonder leerachterstand het eerste
leerjaar kunnen instappen.
Uit onwetendheid of uit vrees voor extra
kosten doet een beperkt aantal ouders niet
mee met deze trend. Niet zelden gaat het om
anderstalige ouders. In Gent horen daar volgens
OCMW-voorzitter Geert Versnick nogal
wat leefloontrekkers bij. Hij stelt voor om
hen een deel van hun uitkering te ontnemen
als ze hun kinderen niet naar het kleuteronderwijs
sturen. Zo wil hij leerachterstand vermijden,
een handicap die ze inderdaad hun
hele verdere schoolleven meesleuren. Zijn
partijgenote Maggie De Block, staatssecretaris
voor Maatschappelijke Integratie, onderzoekt
of dit mogelijk is. Alvast één bezwaar is
dat het voorstel-Versnick de schoolplicht invoert voor een bepaalde groep terwijl België alleen de leerplicht kent.
Los daarvan is het de vraag of Versnick niet
te hard van stapel loopt. Het is waar dat hoe
sneller kansarme kinderen naar school kunnen,
hoe groter hun kansen zijn om uit de armoede
te geraken. Maar is het inhouden van
een deel van de uitkering het meest geschikte
middel om die doelstelling te bereiken? Het
leefloon (maandelijks 785 euro voor een alleenstaande
en 1047 euro voor een persoon
met een gezin) ligt bij wijze van spreken te
hoog om van te sterven, maar te laag om van
te leven. Als daar nog een stuk wordt afgehaald,
sukkelen die gezinnen misschien helemaal
de dieperik in. Nog intensiever begeleiden
en overtuigen lijkt een betere weg, want
een kei kun je het vel niet afstropen.
Eerste minister Elio Di Rupo weigert in het parlement te antwoorden op een vraag over een ‘tussenkomst’ van PSsenator Fatiha Saïda op een vliegtuig van Royal Air Maroc. Aan boord bevond zich een man die het land moest verlaten. Hij weigerde en maakte kabaal.
De Franstalige socialiste zat toevallig op hetzelfde toestel en voelde zich geroepen om te bemiddelen. Uiteindelijk bekwam zij dat de vreemdeling het vliegtuig mocht verlaten.
Zelf beweert ze dat ze de repatriëring niet heeft verhinderd. Er was geen sprake van intimidatie of dreiging, zegt ze.
Uiteindelijk maakt dat ook niet zo veel uit.
Het feit alleen dat Fatiha Saïda aan de politie duidelijk maakte dat ze niet akkoord ging met de gedwongen uitwijzing en haar parlementair pasje toonde om haar afkeuring kracht bij te zetten, kan bij de agenten als bedreigend zijn overgekomen. Dat belette hen om hun wettelijke taak uit te voeren.
De begeleiding van uitgewezen migranten is geen prettige job. Een op de drie pogingen mislukt door tumult. En elke agent heeft Semira Adamu nog in gedachten. Een jonge Afrikaanse vrouw die in 1998 tijdens een repatriëring op het vliegtuig stierf. Vier agenten werden achteraf veroordeeld voor de feiten. Sindsdien zijn de veiligheidsdiensten extreem voorzichtig tijdens repatriëringen.
Wanneer bij de uitoefening van die delicate taak ook nog eens een linkse senatrice op de vingers van de agenten staat te kijken, dan moét het wel fout lopen. Zo’n onwillige uitgewezene heeft onmiddellijk door dat er nog meer lawaai moet worden gemaakt ...
Premier Di Rupo wast zijn handen in onschuld.
Hij weigert elke vraag over het incident.
Fatiha Saïda is geen minister. Theoretisch is zij aan hem geen verantwoording verschuldigd.
Maar ze behoort wel tot zijn partij.
Eén woord van de patron zou voldoende zijn om haar tot de orde te roepen. Maar hij zwijgt.
Dat is flauw van Di Rupo en het bewijst eens te meer dat de PS haar eigen permissieve migratiepolitiek wil blijven doorzetten.
Parlementsleden die verhinderen dat wetten - die ze zelf hebben gestemd - worden uitgevoerd, maken van de rechtsstaat een lachertje.
Terwijl zij eigenlijk de eersten moeten zijn om het goede voorbeeld te geven.
De bijzondere Dexia-commissie is klaar met haar conclusies en aanbevelingen.
Meerderheid tegen oppositie werden die goedgekeurd.
Later moet de voltallige Kamer van Volksvertegenwoordigers nog stemmen over het eindwerk. Ook daar zal het spel ongetwijfeld politiek worden gespeeld.
Dat is een spijtige zaak. De Dexia-affaire is het grootste financieel debacle uit de Belgische geschiedenis. Er gebeurden onwaarschijnlijke zaken vooraleer het zover kwam.
Er werden volop bonussen en dividenden uitgekeerd terwijl de verliezen zich opstapelden.
Belgisch spaargeld werd naar Frankrijk gesluisd om er in Parijs onverantwoorde risico’s mee te nemen. Waarschuwingen vanuit Europa werden in de wind geslagen. Belgische gemeenten moesten Dexia redden met geld dat ze bij Dexia gingen lenen.
Het bankavontuur kostte de Belgische belastingbetaler ondertussen al ruim zes miljard euro. Voor de overname van Dexia België - nu Belfius - werd 4 miljard betaald, de waarborg voor de ARCO-aandelen kostte één miljard, de vereffening van de Gemeentelijke Holding 700 miljoen, en de tussenkomst bij Ethias 180 miljoen.
En het is nog niet gedaan. Ons land stelde zich voor 54 miljard euro borg indien het met de restbank nog écht fout loopt. Wanneer die zweer ooit openbreekt…
Enfin, er zijn bij Dexia veel, héél veel fouten gemaakt. En toch wordt in het eindrapport van de bijzondere Kamercommissie geen enkele schuldige aangewezen. Strikt genomen kan deze commissie dat ook niet doen omdat ze niet de bevoegdheden heeft van een parlementaire onderzoekscommissie.
Daardoor konden getuigen weigeren om te verschijnen, en werden cruciale documenten achtergehouden.
Het is de meerderheid die het zo heeft gewild.
Zij wilde niet dat de onderste steen bovenkwam. De traditionele partijen hadden immers allemaal prominente leden in de raad van bestuur van Dexia. Die - goedbetaalde - mensen hebben hun werk als toezichthouder echter allesbehalve behoorlijk gedaan. Die potjes moeten nu gedekt blijven.
En dat is wraakroepend.
In dit verhaal is er slechts één verliezer: de belastingbetaler. Hij betaalt de doofpotoperatie.
Steven Vanackere wordt ook wel de Vlaamse (schaduw)premier genoemd. Hij hoort dat niet graag.Maar het beeld van de Vlaamse primus inter pares, de eerste onder zijns gelijken, legt hem geen windeieren. In de laatste poppoll is hij van de dertiende naar de zesde plaats gestegen.
CD&V doet het trouwens niet slecht in de populariteitspeilingen. De partij heeft vier fi- guren in de top 10 met naast Vanackere nog Kris Peeters (1), Hilde Crevits (5) en Wouter Beke (10). Vanackere is wel de enige uit de federale regering. Daar is ook het meeste werk aan de winkel. Maar Vanackere ziet dat wel zitten. Hij is vol zelfvertrouwen, zo blijkt vandaag in een interview met uw krant.
Dat een vicepremier de regering verdedigt waarvan hij deel uitmaakt, is de normaalste zaak van de wereld. Het tegengestelde zou pas nieuws zijn. Toch is er een verschil in de manier waarop ministers dat doen. Ze kunnen het obligate lesje afdreunen, of ze kunnen met doordachte argumenten afkomen. Vanackere is van de tweede soort. Hij is nooit een tafelspringer geweest. Ik heb hem nog nooit een collega persoonlijk horen aanvallen.
Hij schuwt de conflicten en de grote woorden. Hij probeert ook de sociale partners te vriend te houden. Zo weigert hij nu uitspraken te doen over de index. Een te beladen begrip, zowel bij de vakbonden als de werkgevers. Hij spreekt vandaag van het “iwoord”.
Toch is het duidelijk dat Vanackere vastbesloten is om iets te doen aan de concurrentiekracht van de Belgische ondernemingen. Vertrekkend vanuit de eigen bevoegdheid van Financiën, wil hij de regio’s en de sociale partners mee in het bad sleuren. Een slimme benadering: iedereen voor zijn verantwoordelijkheid plaatsen. De vakbonden en de deelstaten hebben er evenveel belang bij dat de economie en de bedrijven het goed doen.
Het is goed dat Vanackere dit debat wil aantrekken. Hij is er de geschikte figuur voor. Vincent Van Quickenborne wordt te zeer tot het kamp van de patroons gerekend, de premier en de andere vicepremiers te veel tot de vakbondswereld. CD&V lekker in het midden van het bed. Daar voelt de partij zich thuis.
“Op wie moet je boos zijn? Waarom laat God dit toe?”, klonk het in een van de getuigenissen tijdens de uitvaartdienst in Leuven. Inderdaad. Wanneer je onmisbare kinderen verliest, op wie moet je dan boos zijn? Het zijn niet te beantwoorden vragen.
Maar er was ook goed nieuws. Gisteren zijn drie zwaargewonde meisjes naar België gerepatrieerd. Zij stellen het relatief goed. Hopelijk kunnen zij vlug weer naar hun gehavende klassen in Lommel en Heverlee.
In die scholen zal het ongeluk nog zwaar en lang nazinderen. In de getroffen families nóg intenser. De trauma’s hebben blijvende littekens teweeggebracht. En buiten Lommel en Heverlee? De kans dat we weer als vanouds overgaan naar de waan van de dag is zeer groot.
Neem nu de politiek. In Leuven waren gisterenmorgen veel politici aanwezig. Volkomen terecht overigens. Geen enkele kritiek daarop. Maar ik vond het wel vreemd om ze enkele uren later in het parlement weer gewoon met elkaar in de clinch te zien gaan. Sommigen onder hen nog met de zwarte stropdas van de uitvaartplechtigheid om de hals.
Ik doe een greep uit de thema’s die donderdagnamiddag in de Wetstraat en omgeving hoogtij vierden. We hoorden discussies over de usurperende bevoegdheden, over het shoppingcenter van Machelen, over de vraag of de wijziging van artikel 195 van de grondwet nu al dan niet ongrondwettelijk is, over Dexia dat zijn garantievergoeding niet wil betalen, over het bezoek van buitenlandminister Reynders aan Congo, over bonussen voor VRT-medewerkers, over operatie-Kelk, over… Natuurlijk gaat het leven verder. En politici moéten veerkrachtig zijn. En toch stel ik me daar soms vragen bij.
Vooral de manier waarop die discussies worden gevoerd. Het is vaak spijkers op laag water zoeken. Het komt erop aan elkaar proberen vliegen af te vangen. In een democratie moét er oppositie zijn.
Democratie is het georganiseerde meningsverschil. Maar meningsverschillen óm de meningsverschillen brengen niets bij. Zeker niet op dagen als gisteren. Amper een week geleden drongen meerdere politici nog aan op rust en relativering. Zijn ze hun goede voornemens alweer vergeten?
Lommel heeft gisteren afscheid
genomen van vijftien slachtoffers
van de busramp in Zwitserland. De
muziek en de getuigenissen gingen
recht naar het hart.
Lommel mag worden geprezen voor de
waardige aanpak. Geen gemakkelijke opdracht.
Op uitdrukkelijk verzoek van de
ouders werd het een openbare herdenking
met rechtstreekse uitzending op televisie.
Maar zij drongen, volkomen terecht,
ook aan op respect voor de intimiteit van
hun verdriet.
Dat is zo gebeurd. Burgemeester Peter
Vanvelthoven heeft zich foutloos van zijn
taak gekweten. Sinds vorige week woensdag
heeft hij op een bewonderenswaardige
manier de naaste familieleden bijgestaan
én zijn opdracht als publieke functionaris
feilloos volbracht. Peter Vanvelthoven
is een grote meneer en een groot mens.
Ik vroeg me wel af bij het bekijken van
de tv-beelden of het protocol gisteren zo
streng gevolgd moest worden. Kon het
voor deze ene dag niet eventjes wijken?
De ouders en de familieleden moesten
in de Soeverein Arena twintig minuten
wachten vooraleer de hoge gasten binnenschreden.
Eerst werden ze door eerste
minister Elio Di Rupo één voor één buiten
ontvangen.
Dat kon anders. Waarom konden zij, net
als alle andere genodigden, niet binnen
wachten op de kistjes en de familieleden
van de slachtoffers? Woensdag was een
dag en een plechtigheid voor de slachtoffers
en hun nabestaanden. Zij en zíj alleen
waren belangrijk. Spijtig dat de regering
en het Paleis dat niet inzagen. Ze hadden
zich beter als ‘gewone’ stervelingen gedragen.
Het eerbetoon zou mooier en oprechter
zijn geweest. Op dagen als gisteren en
vandaag mag het protocol niet tellen.
Vandaag worden de slachtoffers van
Leuven naar hun laatste rustplaats gebracht.
Ook deze plechtigheid zal zonder
twijfel veel emoties en medeleven oproepen.
Voor het grote publiek zal de herinnering
dan langzaam slijten. Voor de directe
betrokkenen niet. Voor hen moet het echte
rouwproces nog beginnen. En de vraag
is of het ooit zal eindigen. Ouders, broers
en zussen zullen het verlies een leven lang
met zich meedragen. Laten we daar af en
toe aan denken wanneer er morgen weer
kinderen verongelukken.
De Nationale Bank van België
stuurde dinsdag een opmerkelijk
communiqué de deur uit. Geen
onheilstijding deze keer of geen
waarschuwing voor nog slechtere tijden,
neen. Volgens de informatie van de bank is
het consumentenvertrouwen deze maand
beduidend toegenomen. De terugval in de
eerste twee maanden van het jaar is goedgemaakt.
Niet in die mate dat de burger onbezorgd
het geld weer zal laten rollen, maar
toch. De kans is groot dat een deel van zijn
spaarpot weer in de economie terechtkomt.
Want de gezinnen menen gunstige vooruitzichten
te zien en verwachten geen stijging
van de werkloosheid.
Hoe komt dat in een land waar meer dan de
helft van de burgers geen vertrouwen heeft in de federale regering en dat nog steeds
worstelt met een gigantische staatsschuld
van 365 miljard euro?
De maatregelen in de begrotingscontrole
spelen zeker een rol. Die hebben niet geleid
tot een catastrofaal sociaal bloedbad. De
hakbijl is niet uit het foedraal gehaald. Grosso
modo betalen alleen de beleggers en de
rokers meer. De bevriezing van de prijzen
van gas en elektriciteit heeft meer dan waarschijnlijk
ook een rol gespeeld. Een andere
factor is dat de onheilsprofeten die het einde
van de euro hadden voorspeld, ongelijk
hebben gekregen. Al blijven enkele mediterrane
landen probleemgevallen. Voorts heeft
de injectie van 1100 miljard van de Europese
Centrale Bank in een aantal Europese banken
geleid tot een ingrijpende daling van de rentevoeten. Met andere woorden: landen
kunnen opnieuw tegen gunstigere voorwaarden
geld lenen. Dat geeft ademruimte.
Bovendien is de sterke remonte van de beurzen
niet onopgemerkt gebleven. Er waren
ook positieve internationale signalen. In de
VS zijn er vorige maand 250.000 jobs bijgekomen
en België krijgt schouderklopjes van
het IMF en van de Europese Commissie, die
evenwel beide aansporen tot bijkomende inspanningen.
Zou de crisis dan toch over haar hoogtepunt
heen zijn? Het lijkt wel zo, maar de situatie
op de oliemarkt blijft zorgwekkend. Het
IMF waarschuwt voor gevoelige prijsstijgingen
en negatieve economische gevolgen als
Iran de olieleveringen onderbreekt. Dan kan
het broze herstel weer ineenstuiken.