Op lokaal vlak telt ideologie niet mee, hebben de beide politici en voormalige partijvoorzitters ervaren. Burgemeesters van grote steden zitten niet in de ivoren toren in Brussel, ze besturen hun stad fulltime vanuit de dagelijkse realiteit en ontwikkelen een heel eigen, vaak vernieuwend discours. Zo zweert Janssens vandaag de dag bij de mantra Voor wat hoort wat, een verhaal van rechten en plichten dat je niet meteen verwacht van een ‘rooie’. En zo heeft Somers deze week met het oog op de verkiezingen van volgend jaar een huwelijk gesloten met Groen!, wat voor een ‘blauwe’ al even atypisch is.
Deze voorbeelden illustreren dat de traditionele politieke breuklijnen in de stedelijke samenleving van 2011 niet meer valabel zijn. De gemeenschappelijke factor bij het besturen van een stad is geen ideologie, maar stedelijkheid. Hoe ga je als stadsbestuur om met een samenleving die razend snel verandert onder druk van de globalisering, de crisis en de bevolkingsexplosie? De hogere overheden hebben niet altijd goed door hoe groot deze uitdagingen zijn. Anders zouden ze geen niet-stedelijke concepten uitwerken zoals het nieuwe inschrijvingsdecreet in het onderwijs en de nieuwe provinciebelasting op basis van het kadastraal inkomen.
We leven in de eeuw van de massale trek naar de steden in alle werelddelen. Dat heeft zeer ingrijpende sociologische gevolgen, waaraan ook het politieke landschap zich zal moeten aanpassen. De partijen in dit land zijn daar nog niet klaar voor, maar de kiezers voelen intuïtief aan dat er iets op til is en zijn op zoek naar vernieuwing, wat zich vertaalt in de systematische afkalving van het electoraat van de traditionele partijen die de hele vorige eeuw hebben gedomineerd.
We hebben het al vaker geschreven: voor ons is de toekomst aan de stadsgewesten. Bart Somers is er een groot voorstander van. Patrick Janssens ook, maar hij vindt zijn tijd te kort om ervoor te ijveren. Dat valt ons wat tegen van een burgemeester die doorgaans heel ver in de toekomst kijkt.
Door Lex Molenaar



Reacties