Drie van de twee partijen die in de Vlaamse regering zitten – CD&V en sp.a – hebben vorige week met de Franstaligen een akkoord gesloten over een nieuwe verdeling van de middelen tussen de federale staat, de gewesten en de gemeenschappen, en Brussel. De N-VA was daar niet bij. Bart Dewever besliste in juli immers uit de onderhandelingen te stappen.
Het spreekt vanzelf dat dit fricties geeft. CD&V en sp.a verdedigen het communautair akkoord van Elio Di Rupo hartstochtelijk, de N-VA maakt er brandhout van. Bart De Wever had gisteren scherpe woorden over voor de Vlaamse onderhandelaars. Hij noemde hun werk “op drijfzand gebouwde volksverlakkerij”.
Dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor de sfeer in de Vlaamse regering. En moeilijk voor de minister-president die moet zorgen dat zijn ploeg blijft draaien.
Gisteren danste Kris Peeters in een wijde boog om de hete brij heen. Het was nog te vroeg voor een definitief oordeel, zei Peeters. Waarmee hij nog geen officiële mening namens de Vlaams regering formuleerde.
Peeters kan dat natuurlijk niet blijven uitstellen. Er komt een moment waarop hij stelling moét innemen: pro of contra de nieuwe financieringswet en de overdracht van nieuwe bevoegdheden naar de deelstaten.
Op dat ogenblik moet ook de N-VA haar positie bepalen. Beschouwt zij een federaal akkoord dat haar niet aanstaat, als een voldoende grond om uit de Vlaamse regering te stappen? Of maakt zij een strikte scheiding tussen die twee politieke niveaus en blijven Philippe Muyters en Geert Bourgeois loyale Vlaamse ministers?
Ik denk dat de N-VA voor een derde weg zal kiezen. Bart De Wever zal nooit uit zichzelf uit de Vlaamse regering stappen. Dan krijgt hij – opnieuw – het verwijt dat hij vrijwillig aan de kant gaat staan. Die fout gaat hij geen tweede keer maken. Maar de N-VA kan door interne obstructie de werking van de Vlaamse regering wel dusdanig verlammen dat CD&V en sp.a haar eruit zetten.
In de perceptie van de burger – de kiezer – scheelt dat een slok op een borrel.
Door Paul Geudens



Reacties