Dat laatste kan niet worden ontkend en is ook de Europese rechter niet ontgaan. Het eerste onderzoek in de zaak-Beaulieu dateert van 1990. Vandaag zijn we 21 jaar later, en er is nóg geen uitspraak.
We kunnen Boer Clerck dus geen ongelijk geven als hij een geding aanspant tegen de Belgische staat. Ware het niet dat zijn advocaten zelf alles hebben gedaan om de zaken te vertragen.
Maar dan nog. De hoofdschuldige voor deze processie van Echternach is de Belgische staat. Hij investeert te weinig in financiële experts bij de parketten. Nochtans verdienen zij hun wedde dubbel en dik terug. Maar om een of andere reden houdt minister van Financiën Didier Reynders dat tegen.
Ook de Belgische justitie heeft gefaald. Hoe is het uit te leggen dat een rechter in de zaak-De Clerck een vol jaar nodig heeft om te antwoorden op de vraag of het hele dossier – ondertussen meer dan 300.000 pagina’s dik – mag worden vertaald in het West-Aramees? We zweren het u, dit is echt gebeurd...
Zoals het ook gebeurde dat een van de betrokkenen in het dossier werd benoemd als plaatsvervangend vrederechter, waardoor de zaak diende te verhuizen naar het Hof van Beroep. Kon die benoeming niet wachten? En zo zijn er nog wel een paar onbegrijpelijke zaken gebeurd.
Ondertussen is Boer Clerck nog steeds niet veroordeeld. Of vrijgesproken. We mogen niet zeggen dat hij gesjoemeld heeft met 400 miljoen euro overheidsgeld. Al zijn de vermoedens zwaar. Waarom zou het gerecht al die tijd, geld en mensen in een zaak hebben gestoken als er geen ernstige aanwijzingen van schuld zijn?
Daarom stuit de uitspraak van de rechtbank van Kortrijk over de schadevergoeding zo tegen de borst. Juridisch zal het allemaal wel in orde zijn. Maar rechtvaardig? Neen. De belastingbetaler heeft het recht om te weten of Boer Clerck gefraudeerd heeft of niet. Zo ja, dan moet hij gestraft worden. En dat mag nooit, nóóit twintig jaar duren.
Door Paul Geudens

