In de euforie van zijn indrukwekkende media-optreden maandag dacht Elio Di Rupo even dat hij tegen midden augustus een regering kon vormen. Maar de vlucht van de condor heeft amper twee dagen geduurd. Gisteren bracht Bart De Wever de PS-voorzitter weer met beide voeten op de grond. Het antwoord was simpel: over mijn lijk.
Het standpunt van de N-VA is meedogenloos, maar het heeft de verdienste van de duidelijkheid en de eerlijkheid. De partij had evengoed “ja, maar” kunnen zeggen om de besprekingen over de zomer te tillen en vervolgens ergens in september de stekker eruit te trekken. Politiek bekeken zou dat misschien zelfs slimmer geweest zijn. Een crisis uitlokken in volle zomervakantie is geen evidentie.
Diep wantrouwen
Maar de spelletjes hebben ondertussen al veel te lang geduurd. Meer dan een jaar zijn ze bezig. Praten, praten, praten zonder dat iemand zicht had op hoe dit moest eindigen.
Er werd lang onderhandeld met op de achtergrond het spook van nieuwe verkiezingen. Zo durfde niemand zich echt te smijten. Het onderling wantrouwen was vele keren groter dan de politieke wil om te slagen.
Geen enkele partij durfde voluit te gaan, geen enkele voorzitter echt zijn nek uit te steken, bang om zich te verbranden bij de waarschijnlijk nakende confrontatie met de kiezer.
Tot Di Rupo maandag met zijn nota kwam. Dit was een breuk met het verleden.
Eindelijk een Franstalige met concrete voorstellen. De temperatuur steeg met enkele graden. Er kwam een beetje licht aan het einde van de tunnel. Tot Bart De Wever de uitgang vakkundig dynamiteerde en we dus verder van huis zijn dan ooit.
Recht op "nee"
De voorzitter van de N-VA zal er zonder twijfel veel kritiek mee oogsten.
Voor zijn tegenstanders is nu bewezen wat zij al die tijd hebben beweerd: dat de N-VA een verrottingsstrategie volgt.
Dat is wat kort door de bocht. Elke politieke partij heeft het recht om “nee” te zeggen tegen welk voorstel dan ook. Niemand kan worden verplicht om het eigen partijprogramma te verkrachten.
Als De Wever er rotsvast van overtuigd is dat de nota van Di Rupo slecht is voor de partij, voor de kiezers die hij vertegenwoordigt en voor het land – Vlaanderen in dit geval – wie gaat hem dan het recht ontzeggen om daar consequent naar te handelen?
In een democratie mogen/moeten partijen van mening verschillen. Als de Franstaligen hun toegevingen als een communautaire Eiffeltoren beschouwen, mogen de Vlamingen het bouwsel als een muizentrapje bestempelen. Daar is niets fout aan.
Dat is geen antipolitiek.
Staatshervorming?
De vraag is of Bart De Wever met zijn sloopwerk van gisteren het beoogde doel kan bereiken. Het is immers niet onmogelijk dat de door de N-VA zo nagestreefde grote staatshervorming nu voor jaren in de koelkast verzeilt.
Indien er in het najaar verkiezingen komen en de uitslag van de N-VA valt ook maar een beetje tegen, zullen de andere partijen niet wachten om een regering zonder de N-VA te vormen. Desnoods zonder communautair luik.
Wellicht zullen er nú al krachten gaan spelen om het zonder Bart De Wever te proberen.
Hét argument voor een dergelijk initiatief is natuurlijk de precaire financiële situatie waarin het land dreigt te verzinken.
De voorbeelden van Portugal, Ierland en Griekenland liggen voor het grijpen. De sprong naar België-zonder-regering- en-zijn-torenhoge-schuld is vlug gemaakt.
Vlaams front
Komt daarbij dat het Vlaams front, waar Bart De Wever zo voor geijverd heeft, verder weg is dan ooit. In dat opzicht heeft de N-VA gisteren misschien een kans gemist. Ondanks alle bezwaren en kritiek was het misschien toch de moeite om – nog een laatste keer – te gaan praten met de Franstaligen. Geen maanden, zelfs geen weken, maar een korte, intense onderhandelingsronde kon nog iets hebben opgeleverd. Nu dreigt N-VA politiek totaal geïsoleerd te geraken.
Daar heeft Vlaanderen geen baat bij.
Veel hangt er af van hoe CD&V zich de komende weken zal opstellen.
Gisteren was dat plat, karakterloos gepruts. Alles, behalve zélf een mening formuleren.
De belangrijkste rol is natuurlijk voor de kiezers weggelegd. Stel dat er in het najaar verkiezingen komen – en die kans zit er dik in – dan zal de campagne gedomineerd worden door de vraag waar het met dit land naartoe moet. De N-VA zal natuurlijk voluit voor confederalisme gaan.
Wordt zij daarin gevolgd door de kiezer, dan komt er nieuwe confrontatie tussen Bart De Wever en Elio Di Rupo.
De tegenstellingen zullen dan niet kleiner zijn dan nu. Integendeel.
Waardoor het niet is uitgesloten dat er uiteindelijk wordt onderhandeld over het einde van België. De Franstaligen zijn al langer met Plan B bezig, meer dan de Vlamingen.
Einde van België?
Wat we nu meemaken is een diepe crisis van het Belgisch regime. De grootste partij van Vlaanderen en de grootste partij van Wallonië kunnen elkaar – na een jaar onderhandelen – absoluut niet vinden. Zij denken fundamenteel verschillend over zowel het institutionele als over sociaaleconomische en maatschappelijke thema’s. Ik zie niet goed in hoe dat – met of zonder verkiezingen – nog kan veranderen. Waarmee we bij de ultieme vraag zijn aanbeland: hoelang is deze toestand nog te houden?
Als de grenzen van het overleg zijn afgetast en bereikt, moet er dan niet uitgekeken worden naar een ander, totaal nieuw model?
Door Paul Geudens