De partijen zijn in België “verregaand verstatelijkt”, stelt de auteur. Ze zijn te zeer afhankelijk van de overheid, waardoor ze hun maatschappelijke rol onvoldoende kunnen spelen. In Duitsland bijvoorbeeld stelt het Grondwettelijk Hof dat een politieke partij maximum 50 procent van haar bestaansmiddelen uit de staatskas mag halen.
De toestand in België is historisch verklaarbaar. De strenge regels op partijfi- nanciering kwamen er als tegenreactie op de Agusta- en andere schandalen. Giften van bedrijven en personen werden toen quasi verboden.
De slinger is toen te ver doorgeslagen. Het kind is met het badwater weggegooid. Vroeger mocht alles, nu niets meer. Het is tijd om een gulden middenweg te zoeken.
Met giften aan politieke partijen is niets fouts, mits er plafonds worden ingesteld en er strenge controles op gebeuren. De mogelijkheid giften te verkrijgen maakt politici actiever en attenter. Schenkingen kunnen de kloof tussen de politiek en burger verkleinen. Partijen met programma’s die aansluiting vinden bij de ideeën die leven onder de bevolking en in de zakenwereld zullen op meer steun kunnen rekenen dan de concurrentie.
Dient het stemhokje daar dan niet voor? Natuurlijk wel. Maar het verkiezingsresultaat mag niet allesbepalend zijn voor de financiële mogelijkheden van de deelnemende partijen.
Eens in het parlement bepalen de fracties wie wat krijgt. Ze bedienen zich natuurlijk eerst zélf. Eerst oompje, dan oompjes kinderen. Kleine partijen die de kiesdrempel niet haalden worden aldus op droog zaad gezet. Van de staat krijgen ze niets, en zelf op zoek gaan naar centen is wettelijk verboden. Dat is fundamenteel ondemocratisch. Zo wordt politieke vernieuwing haast onmogelijk.
Er moet een systeem worden uitgedokterd dat een combinatie van diverse financieringsvormen toelaat: staatstoelages, sponsoring, giften en lidgelden. Met een onafhankelijke commissie die jaarlijks de boekhouding van elke politieke partij nakijkt op misbruiken.
Door Paul Geudens



Reacties