Woestijnvis heeft de jongste jaren het tv-aanbod in grote mate beheerst. De meeste succesprogramma’s kwamen uit de koker van het productiehuis van Wouter Vandenhaute. Ze werden exclusief uitgezonden op de openbare omroep.
De VRT is nu aan herbronning toe. De huisleverancier zal vanaf de zomer van 2012 vooral voor zijn eigen zenders gaan werken. Woestijnvis en de VRT zijn voortaan concurrenten.
Theoretisch is het natuurlijk niet uitgesloten dat een aantal bestaande programma’s blijft doorlopen. Man bijt hond bijvoorbeeld, maar evident is dat allerminst. De kans dat dergelijke producties (nog) duurder worden, is reëel.
Woestijnvis was een kostelijke vogel. Het productiehuis bracht kwaliteit, maar liet zich daar rijkelijk voor betalen. Dat is in het verleden meermaals onderwerp van discussie geweest in het Vlaams Parlement. De vele miljoenen die jaarlijks naar het bedrijf van Vandenhaute verhuisden waren voor vele volksvertegenwoordigers een doorn in het oog. Ook al omdat de VRT daar zeer geheimzinnig over deed. Het leek alsof men een beetje beschaamd was over de hoge sommen die moesten betaald worden.
Dat is volgend jaar gedaan. De VRT moet het nu op eigen kracht waarmaken. De zender is daar, objectief beschouwd, voldoende voor gewapend.
De Reyerslaan krijgt elk jaar dik 300 miljoen euro toegeschoven van de Vlaamse regering. Voeg daar nog 30 procent andere inkomsten bij – reclame, verkoop van programma’s, merchandising – en je komt uit op een bedrag waarmee je probleemloos een jaar lang steengoede televisie en radio kunt maken. Temeer omdat vanaf 2012 een deel van het budget vrijkomt dat tot nu toe naar Woestijnvis ging. Daar kunnen de eigen mensen nu mee aan de slag, of kunnen ze nieuwe productiehuizen kansen mee geven.
De VRT heeft geen reden tot mopperen. Gemeenschapsgeld is er in voldoende mate aanwezig, voor creativiteit en innovatie moeten de medewerkers zélf zorgen.
Door Paul Geudens



Reacties