Het inspuiten van grote hoeveelheden hormonen bij het vee, zoals dat in de jaren negentig gebeurde, is vervangen door het toedienen van cocktails die zo goed als onopspoorbaar zijn. Het is een beetje zoals in het wielrennen. Daar worden ook steeds nieuwe dopingproducten uitgevonden. Vanaf het moment dat de labo’s in staat zijn om een nieuw middel op te sporen, zijn de leveranciers al weer een stap verder en doen zij de renners overschakelen op een nog nieuwer preparaat, waardoor de strijd moet herbeginnen.
In de sport wordt dat gevecht niet opgegeven. De controleurs blijven zoeken en drijven de inspecties op. In de veeteelt niet. De vetmesters krijgen van langsom meer vrij spel. Het lijkt erop dat de controleurs de handdoek in de ring hebben gegooid.
We zijn nog niet zover dat we terug in de tijd van de vermoorde veearts Karel Van Noppen zitten. Toen werd haast openlijk gespoten. Elke kweker deed het, en werd men toch eens gepakt, dan wogen de straffen en boetes niet op tegen de winst. Vandaag hebben we een strengere wetgeving. Wie tegen de lamp loopt, ondervindt zware gevolgen. Maar het gebeurt te weinig. Bovendien spreiden de grote boeren het risico door het inzetten van kleine loonkwekers.
De voornaamste reden voor de falende controles is de versnipperde bevoegdheidsverdeling. Je hebt langs de ene kant het FAVV, het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, en langs de andere kant het gerecht en de politie. De douane en de accijnzen fietsen daar af en toe ook nog eens tussendoor. Elk heeft zijn eigen opdrachten, maar niemand heeft voldoende wapens om die naar behoren uit te voeren. Zo blijft de handel via het internet haast onontgonnen terrein. Dat leidt, begrijpelijkerwijze, tot ontmoediging.
De overheid moet de jacht op de hormonenboeren dringend een nieuwe impuls geven. Opsporen en controleren moet weer een prioritaire opdracht worden voor alle bevoegde diensten. Zoniet wordt de klok binnen de kortste keren enkele decennia teruggedraaid.
door Paul GEUDENS



Reacties