Het KINT is dood. Geen groot nieuws,
ware het niet dat prins Laurent er
voorzitter van was. Het was zijn
milieuspeeltje dat tot 2001 goed
geld opbracht voor de jongste telg van koning
Albert II.
Voluit heet het ’Koninklijk Instituut voor
het duurzame beheer van de Natuurlijke
rijkdommen en de bevordering van schone
Technologie’. In de Wetstraat wordt het
smalend ’Koninklijk Instituut voor Nutteloos
Tijdverdrijf’ genoemd.
Het werd in 1994 opgericht. De gewesten
subsidieerden het voor 400.000 euro per
jaar. In zijn beste dagen kreeg het, via nog
wat extra privésponsoring, bijna 750.000
euro per jaar. De trieste prins, altijd klagend
over geldgebrek, genoot er van een royaal
loon.
Toen prinses Astrid en broer Laurent in
2001 een eigen dotatie kregen, werd zijn vergoeding
grotendeels teruggeschroefd. Zelfs
hij kon niet van twee ruiven eten. Maar het
instituut als dusdanig bleef wel bestaan. Tot
het marineschandaal losbarstte. Opknapwerken
aan de villa van Laurent zouden betaald
zijn met geld van defensie.
De gewesten, Vlaanderen op kop, gingen
van dan af wat kritischer tegen het KINT aankijken. Uit een doorlichting bleek dat het in
feite om een nutteloze, overbodige organisatie
ging. De opdrachten die ze vervulde - als
ze dat al deed - konden veel efficiënter door
andere milieuverenigingen worden uitgevoerd.
Bovendien was de boekhouding van
het KINT uiterst mistig. Vlaanderen schroefde
zijn bijdrage terug van 178.000 naar
60.000 euro per jaar.
Die drooglegging, gecombineerd met de
gedwongen betaling van een hoge ontslagvergoeding
aan een directeur, deed het KINT
financieel de das om.
Behalve misschien Laurent treurt niemand
om het verdwijnen van het instituut. Het milieu
zal er evenmin onder lijden. Het KINT
was van bij het begin een typisch Belgische
uitvinding om hooggeplaatste landgenoten
een benoeming te bezorgen. Werd geen geschikte
bestaande functie gevonden, dan creeerde
men er eentje om de betrokkene een
verdoken extra inkomen te bezorgen.
Prins Laurent geniet sedert 2001 van een
’win-for-life’ middels een door het parlement
gestemde officiële dotatie van 350.000
euro per jaar. In andere landen is die alleen
voorbehouden voor de koning(in) en de
kroonprins(es). De rest van de familie werkt
er voor de kost. Waarom kan dat hier niet?
Vlaams minister-president Kris Peeters
heeft gisteren het politieke
werkjaar op gang getrokken met de
voorstelling van de begroting 2010.
Hij was niet weinig trots op het werkstuk dat
hij de afgelopen weken met collega Philippe
Muyters heeft opgesteld. Niet geheel ten
onrechte overigens.
De Vlaamse regering zet de tering naar de
nering. Daarenboven kiest ze voor de korte
pijn. Het tekort moet binnen twee jaar volledig
zijn weggewerkt. En dat zonder naar
nieuwe inkomsten te zoeken. Prima. Als het
goed is, zeggen we het ook.
In totaal wordt dit jaar 234 miljoen bespaard,
en in 2010 1,53 miljard. Op een totaal
inkomstenplaatje van 21,87 miljard betekent
dat een bezuiniging van 7 procent.
Laat dit een voorbeeld zijn voor de federale
regering.
De grootste besparing bestaat erin de uitgaven
voor de jobkorting met 635 miljoen euro
terug te schroeven. Sommigen zien hierin
een verkapte belastingverhoging. De werkende
Vlaming zal volgend jaar inderdaad
250 euro meer afdragen aan de fiscus. Zijn
belastingen zullen verhogen, al stijgen de tarieven
niet. Toch is het geen onlogische ingreep.
In tijden van schaarste moet men keuzes maken, prioriteiten stellen. Zo zou het nu
ronduit asociaal zijn om enerzijds de jobkorting
voor iedereen te behouden - ook voor de
veelverdieners - en anderzijds te snijden in
de uitgaven voor de zwakkeren. Door de jobkorting
te behouden voor de 600.000 minst
verdienende werkende Vlamingen is een verdedigbaar
compromis gevonden.
Dankzij dit rigoureus begrotingsbeleid zijn
er in 2010 zelfs enkele extraatjes mogelijk.
Zo komt er meer geld voor kinderopvang,
gehandicapten, renovatiepremies, sociale
huisvesting en een werkgelegenheidsplan.
Ook positief is het kleine aandeel van eenmalige
besparingen. Amper 215 miljoen
euro op een totale som van 1,53 miljard euro.
Dat betekent dus dat de maatregelen die vandaag
zijn beslist, de komende jaren blijven
doorwerken. Een groot verschil met wat de
federale regering het voorbije decennium
heeft gedaan. Die verkocht gebouwen en
nam pensioenkassen over. Ingrepen die één
jaar soelaas brachten, maar in de toekomst
meer uitgaven meebrengen.
Conclusie. De Vlaamse regering heeft
goed werk geleverd. Het is niet allemaal leuk
nieuws, maar de ingrepen waren noodzakelijk.
Het is nu afwachten hoe elke minister de
besparingen concreet gaat invullen.
De Verklaring van Oostende. Er zal
de komende maanden nog veel
over gesproken worden. Kan zij de
Open Vld redden? Dat weten we
niet. Maar wat we wél weten, is dat het de
enig mogelijke manier was om de situatie te
keren. Een shocktherapie was dringend
nodig. Het valt nu af te wachten hoe consequent
ze wordt doorgevoerd.
De Open Vld is hard voor zichzelf. Volgens
Guy Verhofstadt werden 400.000 stemmen
verloren door een gebrek aan leiderschap en
profiel, aan te veel tactische spelletjes, aan
te weinig onderlinge samenhang. Hallo Bart
Somers?
De analyse van Verhofstadt is moedig en
zeer juist. Maar ze komt in feite te laat. Wij
hadden geen Dimarsostudie nodig om de
pijnplekken van de Open Vld bloot te leggen.
De partij zwalpt al jaren van hot naar her.
De vraag is nu onder wiens leiding de
Vlaamse liberalen nieuwe wegen gaan bewandelen.
Tot nu toe heeft er zich nog geen
enkele kandidaat uitdrukkelijk gemeld. Niemand
durfde. Stel dat “de Guy” nog goesting
zou hebben, dan waren de anderen op voorhand
verloren. Verhofstadt moest eerst duidelijkheid
geven over zijn plannen.
Hij heeft dat zaterdag gedaan, en hij heefteen wijze beslissing genomen. Nog eens een
paar jaar Verhofstadt zou de vernieuwingsoperatie
bij voorbaat ongeloofwaardig hebben
gemaakt. Er moet nieuw bloed komen.
De ex-premier sprak gisteren van een radicale
breuk met het verleden. Het is tijd dat
een nieuwe generatie aantreedt. Hij zelf, Karel
De Gucht en Patrick Dewael die de partij
decennia voor en achter de schermen hebben
geleid, moeten een stap opzij zetten.
Even belangrijk is dat de leden van de Open
Vld deze keer echt een vrije keuze krijgen.
Het moeten open verkiezingen worden. Dus
geen telegeleide kandidaat die vanuit het
partij-establishment gelanceerd, gesteund
en gepusht wordt. Dat zou de vernieuwingsoperatie
bij voorbaat ongeloofwaardig maken.
Het is nu wachten op de kandidaturen. Dirk
Van Mechelen lijkt weinig zin te hebben. Marino
Keulen wél. Hij zou een serieuze kans
maken. Als Vlaams minister deed hij het uitstekend.
Hij voelt zeer goed aan wat er leeft
bij de basis. En al draait hij reeds een paar jaar
mee, toch behoort hij niet tot de oude meubelen.
Bovendien is hij een partij-product.
Hij heeft alle geledingen doorlopen, zonder
steun van de familie. Wat niet iedereen binnen
de Open Vld kan zeggen.
De manifestatie van de 2.700 werknemers
bij Opel Belgium in Antwerpen
heeft indruk gemaakt. De
betogers kregen daarbij de steun
van zo’n 1.000 afgevaardigden van de andere
Europese vestigingen van Opel.
De actie voor de poort van het bedrijf verliep
waardig. De werknemers hebben getoond
dat ze sterk gemotiveerd zijn bij hun
inzet voor hun bedreigde onderneming. Na
al die maanden van spanning en onzekerheid
hebben de betogers nu recht op een eerlijk
gesprek met de nieuwe eigenaar van het
autobedrijf, de Canadese groep Magna.
Toch beseffen de meeste arbeiders dat
ze zich geen illusies moeten maken. Nu
al is duidelijk dat in Antwerpen geen volwaardige
reeksen nieuwe modellen meer
van de band zullen rollen. Europa en Opel
worden geconfronteerd met een structureel
overschot aan productiecapaciteit.
De financiële crisis heeft er mee toe geleid dat
de consumenten zich niet langer meer om de
vier of vijf jaar een nieuwe wagen permitteren.
Het groeiende milieubewustzijn plaatst
bovendien vragen bij onze gratuite mobiliteitsgewoontes.
Op het moment dat Magna daar ook kostenberekeningen
tegenover zet, zal Antwerpen in die brede discussie onvermijdelijk in
de problemen komen. Antwerpen is wel degelijk
duurder dan Rüsselsheim of Bochum.
De geroemde productiviteit van de Belgische
werknemers weegt niet langer op tegen de
bewuste loonkostenbeheersing die de Duitsers
de jongste jaren systematisch doorgevoerd
hebben.
De solidariteit van de buitenlandse werknemers
van Opel met Antwerpen is hartverwarmend.
Het siert de vakbonden dat ze aan
één touw willen blijven trekken. Ze blijven
achter de stelling staan dat geen enkele fabriek
van Opel dicht mag.
Dat kan. Tenminste indien Antwerpen genoegen
neemt met tijdelijke productiereeksen
en toeleveringscontracten. Dan blijft de
fabriek effectief open en is er nog altijd werk.
Maar een volwaardige autofabriek zal Opel
Belgium op dat moment zeker niet meer
zijn.
Het is nu afwachten op welk punt de vakbonden
en Magna zich zullen vinden. De komende
weken zullen zeker niet makkelijk
worden. Nog maar eens. Maar wie ertoe bereid
is om zich niet vast te klampen aan zware
vooringenomenheden zal ongetwijfeld
een uitweg zien. Dat geldt dan zowel voor de
vakbonden als voor Magna zelf.
HHet drama in Sint-Lambrechts-
Woluwe had niet hoeven te gebeuren.
De bevoegde Franstalige
minister en de psychologen en
opvoeders van de gesloten instelling van Kasteelbrakel
beweren het tegendeel, maar dat
is pertinent onjuist.
“Niemand had dit kunnen vermijden”, zeggen
de hulpverleners. Hoe durven ze zoiets
te verklaren? Geen weldenkend mens haalt
het in zijn hoofd om een 18-jarige roofmoordenaar
zonder begeleiding de vrije wereld in
te sturen. Wat in Kasteelbrakel gebeurde, is
onvergeeflijk. En onherstelbaar.
Het ging hier niet om “zomaar” een crimineeltje.
Op amper 16-jarige leeftijd vermoordde
hij samen met een kompaan op gruwelijke
wijze een bekende pianist. Het duurde
anderhalf jaar vooraleer het gerecht Junior
Kabunda oppakte. Dat was maart 2008.
Vandaag zijn we weer anderhalf jaar verder,
en de moordenaar is nog steeds niet voor zijn
(jeugd)rechter verschenen. Hoe kan dat?
Waarom moet dit in België allemaal zo lang
duren? Indien de rechtsgang vlugger had gelopen,
dan leefden de grootmoeder en haar
kleinkind vandaag wellicht nog.
Daar is het dus een eerste keer misgelopen.
De tweede, veel zwaardere fout gebeurde in Kasteelbrakel. De mensen die Kabunda daar
in het oog hielden, vonden dat hij rijp was
om hem af en toe vrij te laten. “Want hij gedroeg
zich voorbeeldig.” Blijkbaar woog dat
voor de pedagogen en andere gedragsdeskundigen
zwaarder door dan de feiten die
hij pleegde.
Ik weet ook wel dat minderjarigen recht
hebben op een andere soort berechting en
behandeling dan volwassenen. Tegen jongeren
worden geen straffen uitgesproken,
er worden zogeheten “maatregelen” opgelegd.
Geen slecht systeem overigens, zolang
het slimme, aangepaste, doeltreffende maatregelen
zijn die rekening houden met de persoon
én het verleden van de dader. Een roofmoord
is van een andere orde dan een inbraak
of een handtassendiefstal.
Ik heb het gevoel dat de jeugdwerkers dat
onderscheid onvoldoende maken. Daarmee
geven zij een fout signaal aan andere potentiële
criminelen. “Een roofmoord? Na een
jaar lopen we weer vrij rond.”
Dit kan zo niet verder. Er scheelt iets aan
ons jeugdrecht, aan sommige jeugdrechters,
en aan heel veel jeugdwerkers. Het evenwicht
is zoek tussen de rechten van jonge criminelen
en de rechten van de slachtoffers en
van de samenleving.
De syndicale vertegenwoordigers
van de EMF, de Europese Metaalbond
organiseren morgen een eerste
actie voor de poorten van het
bedreigde autobedrijf Opel Belgium in Antwerpen.
Het gaat in de gegeven omstandigheden
nog om een “betoging.” Door de manifestatie
te plannen rond het uur van de normale
ploegenwissel zullen de meeste werknemers
van de Antwerpse autofabriek de gelegenheid
krijgen om deel te nemen aan het
evenement. De namiddagploeg kan dan aansluitend
weer aan het werk.
De Europese vakbondsleiders hebben nog
eens herhaald dat ze met Magna, de overnemer
van Opel niet willen onderhandelen over
de sluiting van een Europese fabriek. Ze zullen
evenmin aanvaarden dat er werknemers
verplicht moeten afvloeien. Daarmee zijn de
dubbele krijtlijnen voor de komende onderhandelingen
reeds scherp getrokken.
Het dreigen heel erg moeilijke gesprekken
te worden. De vakbonden hebben de Europese
solidariteit traditioneel altijd hoog in het
vaandel gedragen. De Europese ondernemingsraad
van Opel heeft zeker in het verleden
altijd geëist dat alle werknemers van de
groep op dezelfde manier zouden behandeld worden. Het EMF
heeft die houding nu bevestigd
en zelfs nog uitdrukkelijk versterkt.
Van Magna is geweten dat het de vakbonden
geen warm hart toedraagt. De top van
het bedrijf heeft steevast interne oplossingen
gezocht waarbij de syndicale organisaties
behendig gepasseerd werden. Topman
Frank Stronach heeft er geen geheim van gemaakt
“dat hij de vakbonden haat”.
Nu al is duidelijk dat dit niet meer kan. In
de overname van Opel is Magna internationaal
zo verruimd dat het bedrijf zich anders
zal moeten opstellen. Het zal onvermijdelijk
tot een omvattend akkoord moeten komen
tussen de vakbonden en het bedrijf.
In de gegeven omstandigheden is zo’n akkoord
best mogelijk. Magna is op zichzelf financieel
kwetsbaar. Het kan zich geen gekke
dingen permitteren. Dus zeker ook geen lange
periodes van sociale onrust en productieverlies.
Indien de vakbonden van hun kant
enige redelijkheid inbrengen in het overleg
kan het nieuwe Opel daar zelfs versterkt uitkomen.
Morgen mag tijdens de manifestatie best
wat stoom afgelaten worden. Overmorgen
moet iedereen echter weer rond de onderhandelingstafel
zitten.
Korpschef Johan De Becker van de
politie van Molenbeek vindt justitie
in Brussel “een ernstig probleem”.
Eindelijk een hoge politieman die
dat vrank en vrij durft te zeggen. Het werd
tijd.
Wat is dat ernstig probleem waar de commissaris
naar verwijst? Hij vindt dat het gerecht
jonge relschoppers veel te traag bestraft.
Volksvertegenwoordiger Renaat Landuyt
steunt De Becker. Volgens de specialist
justitie binnen de sp.a kan de procureur
met de rechtbankvoorzitter perfect afspraken
maken om amokmakers bij voorrang
voor de rechtbank te brengen. Landuyt voegt
eraan toe dat minister van Justitie Stefaan De
Clerck “een signaal” moet geven aan de Brusselse
procureur wanneer die niet wenst in te
gaan op de suggestie.
Ik geef de heren De Becker en Landuyt voor
200 procent gelijk. Het gerecht moet uit zijn
ivoren toren komen. Wanneer er een maatschappelijk
probleem is, moeten magistraten
evengoed meewerken aan een oplossing
als politici of politieagenten.
Veel rechters blijven wereldvreemde mensen.
Soms lijkt het alsof ze op een andere planeet
wonen. Ze zijn doof en blind voor wat
er in hun straat gebeurt. Hun toga en hermelijnen
versieringen geven hen het recht zich
buiten - of boven - de samenleving te houden.
En dat allemaal vanuit een misbegrepen onafhankelijk
statuut.
Neem nu een concrete situatie in de probleembuurten
van Brussel: er zijn rellen en
de aanstoker wordt door de politie opgepakt
en naar het parket gestuurd. Dan kunnen
er twee zaken gebeuren. Ofwel zijn de feiten
niet voldoende zwaarwichtig, en wordt
de dader zonder meer naar huis gestuurd.
Ofwel wordt wél een vervolging ingesteld,
maar dan kan het jaren duren vooraleer de
zaak effectief voor de rechtbank komt en een
bestraffing volgt.
Ondertussen blijft de beklaagde natuurlijk
niet in de cel zitten. Na ondervraging kan hij
meestal ’beschikken’ en keert hij terug naar
zijn vrienden. Alwaar hij wordt ontvangen
als een Robin Hood.
Dat is natuurlijk een probleem. Niet alleen
voor de slachtoffers en de buurtbewoners op
wie een en ander overkomt als straffeloosheid,
maar ook voor de politie, die alle motivatie
verliest om nog relschoppers op te pakken.
Verantwoordelijke magistraten kunnen
daar aan verhelpen door de periode tussen
de feiten en de bestraffing ultrakort te houden.
Dat Fortisgate nog een dikke staart
zou krijgen, stond in de sterren
geschreven. Wat er écht gebeurd
is, weten we nog steeds niet. Hopelijk
kan de Gentse onderzoeksrechter Henri
Heymans klaarheid scheppen.
De regering wacht met klamme handjes
zijn bevindingen af. Het is niet onmogelijk
dat ministers van destijds - opnieuw - in opspraak
komen. Yves Leterme en Jo Vandeurzen
hebben het boetekleed reeds aangetrokken. Maar wat indien mocht blijken dat Didier
Reynders boter op het hoofd heeft?
Overleeft de regering-Van Rompuy dat?
Rechter Heymans gaat er alvast met vuile
voeten door. Dat hij raadsheer Christine
Schurmans zou aanpakken was voorspelbaar.
Om Cassatievoorzitter Ivan Verougstraete
en zakenadvocaat Christian Van
Buggenhout officieel in verdenking te stellen,
is meer moed nodig.
De advocaat van Van Buggenhout, de bekende
meester Hans Rieder, is alvast blij met
de demarche van Heymans. Nu kan zijn client
zich eindelijk verdedigen en vrijuit spreken.
Volgens Rieder zal nu vlug blijken dat
de lekken en andere ongeoorloofde intriges
niet bij het duo Schurmans-Van Buggenhout
te zoeken zijn, maar bij andere leden van het Hof van Beroep.
Nog eens, we weten niet wie gelijk heeft.
Maar wat we wél weten, is dat er in het Brussels
justitiepaleis in december 2008 zaken
zijn gebeurd die zelfs in een bananenrepubliek
niet door de beugel kunnen.
Blijkbaar was er langs de ene kant een kamp
dat de verkoop van Fortis aan BNP per se wilde
laten doorgaan, zoals de Belgische staat
vroeg. Aan de andere kant stonden mensen
die de kleine aandeelhouders inspraak wilden
geven, met als gevolg dat de transactie
zou worden tegengehouden en de regering
in grote problemen kwam.
Of daarbij altijd puur juridische argumenten
werden gebruikt, is hoogst twijfelachtig.
Wellicht niet. Binnen het Brussels Hof
van Beroep woedt al langer een oorlog tussen
magistraten die wordt gevoed door een
ouderwetse Belgische tegenstelling: vrijzinnige
logebroeders versus conservatieve katholieken.
Wat er ook van zij, één ding staat vast: in
het Brussels justitiepaleis gebeurden - en gebeuren
- zaken die een rechtsstaat onwaardig
zijn. De magistratuur is er blijkbaar allesbehalve
onafhankelijk.
Het wordt de hoogste tijd dat die augiasstal
wordt uitgemest.
De verschillende regeringen hebben
gisteren een akkoord bereikt over
het begrotingstraject voor de
komende drie jaar. Het tekort
wordt teruggedrongen met 2,8 procent of
zo’n 10 miljard euro. De regionale en lokale
besturen nemen ruim een derde, of 3,5 miljard
euro, voor hun rekening.
Het op het Overlegcomité bereikte akkoord
kwam slechts tot stand onder zware druk van
Europa. België moet tegen het einde van de
week een nieuwe meerjarenbegroting indienen.
Het vorige plan werd verworpen wegens
te vaag. De regering had er met haar pet
naar gegooid.
Goed, dankzij de Europese karwats zijn
we dan uiteindelijk toch al zo ver gekomen
dat we weten welke inspanningen ons de komende
jaren te wachten staan. Maar we zijn
nog lang niet op de hoek.
Ten eerste is er de vraag hoe de federale
regering haar deel van de koek - 6,5 miljard
euro - gaat bij elkaar brengen. Daar bestaat
binnen de meerderheid niet de minste overeenstemming
over. Bij de PS is er zelfs nog
steeds grote twijfel over de noodzakelijkheid
van een dergelijke inspanning.
Er is ook de kwestie van de verdeelsleutel
tussen de regio’s. Wie gaat welk stuk
van de 3,5 miljard opbrengen? Vlaanderen besliste
eerder een begrotingsevenwicht te bereiken
tegen 2011. Dat komt neer op een inspanning
van 2,1 miljard euro, waarmee het meer
dan zijn deel doet. Blijft over: 1,5 miljard.
Van wie moeten die komen? Wallonië en zeker
Brussel lijken niet gehaast om de eerstvolgende
jaren zware offers te brengen.
Als u het mij vraagt kan de federale regering
op het ogenblik alleen rekenen op de 2,1
miljard van Vlaanderen. De rest hangt ergens
hoog in de lucht te zweven tussen Brussel en
Namen. Als ik Herman Van Rompuy was, ik
zou de heren Demotte en Picqué eerstdaags
naar concrete plannen vragen.
Ten slotte is er nog de vraag wat er na 2012
moet gebeuren. In principe boekt Vlaanderen
dan opnieuw overschotten. Vanuit de federale
regering is reeds de vraag gekomen
om dat geld niet te spenderen maar op een
spaarrekening te zetten. Elke euro die niet
wordt uitgegeven, bij welke overheid dan
ook, is een euro gewonnen voor het globaal
begrotingsresultaat van de nv België.
Dat is te veel gevraagd. Het heeft geen zin
naar een budgettair evenwicht te streven om
vervolgens de vrijgekomen beleidsruimte
niet te gebruiken. Vlaanderen heeft investeringen
nodig, geen zwarte kous.
De melkveehouders zijn boos. Begrijpelijk.
Zij krijgen minder voor hun
product dan het hen kost, en moeten
dus hun spaarcenten aanspreken
om hun bedrijf draaiende te houden. Dat
kan je niet lang volhouden. Na eerder in
Brussel wordt vandaag verzamelen geblazen
in Ciney. Daar wordt 3 miljoen melk zomaar
de grond op gespoten.
Het boerenprotest is feller in Wallonië dan
in Vlaanderen. Zo veroordeelt de Boerenbond
de actie van vandaag. “Onethisch”,
klinkt het in Leuven.
Dat is juist. Terwijl elders in de wereld kinderen
van honger sterven, wordt hier melk
op het veld uitgekieperd. De boze landbouwers
beseffen dat natuurlijk zélf ook wel en
zouden hun product liever naar Afrika verschepen,
als er geen praktische en financiële
belemmeringen waren.
Bovendien is de derde wereld een deel van
het probleem. Europese overschotten worden
als ontwikkelingshulp naar daar gestuurd,
waardoor de plaatselijke landbouwmarkt
verstoord wordt en kleine boerderijen
- eveneens gesponsord door ontwikkelingshulp
- op de fles gaan. Of hoe de ene subsidie
de andere hulp nutteloos maakt...
Terug naar de Belgische boeren. Het probleem waarmee zij worstelen, zijn de Europese
melkquota. Europa bepaalt namelijk
hoeveel liter melk elk jaar mag geproduceerd
worden. Momenteel is dat een kleine
140 miljard liter. Dat plafond ligt eigenlijk te
hoog. Het aanbod is groter dan de vraag. Er
komt meer melk op de markt dan geconsumeerd
wordt, waardoor de prijzen voor de
producent historisch laag liggen.
Er zijn twee oplossingen. Ofwel worden de
quota verlaagd, ofwel worden ze gewoon afgeschaft
en laat men de vrije markt spelen. In
beide gevallen zullen er echter melkveehouders
moeten verdwijnen.
De Europese landbouwsector is lange tijd
kunstmatig in leven gehouden, waardoor
overproductie kon ontstaan. Mochten er
geen overheidssubsidies geweest zijn, dan
waren inmiddels een pak boeren op “natuurlijke”
wijze afgevloeid.
Ondertussen is de toestand wat hij is, en zit
een groot aantal boeren in zware financiële
problemen. Zij krijgen niet genoeg voor hun
melk om het hoofd boven water te houden.
De melkerijen en de distributiebedrijven verdienen
meer aan een liter dan de boer zelf.
Dat ze woest zijn, is begrijpelijk. Het woord
is aan Europa. Het heeft dit probleem gecreëerd
en moet het oplossen.