Wijziging taalwet betekent provocatie
Volgens Bernard Clerfayt (MR/FDF),
burgemeester van Schaarbeek en
federaal staatssecretaris voor Financiën,
dient het aantal Nederlandstalige
ambtenaren in Brussel in overeenstemmming
te worden gebracht met
het aantal behandelde dossiers in het
Nederlands. Nu moet 25 procent van
de ambtenaren Nederlandstalig zijn
terwijl nergens meer dan 15 procent
Nederlandstaligen wonen, zo luidt zijn redenering.
Clerfayt wil de taalwetgeving wijzigen terwijl de
Brusselse Vlamingen inzake de toepassing van
de huidige taalwetten nog flink op hun honger
blijven. Aan de adviezen van de Vaste Commissie
voor Taaltoezicht, geformuleerd op basis van
klachten van Nederlandstaligen wordt weinig of
geen aandacht besteed. Heeft de burgemeester
van Schaarbeek misschien heimwee naar het befaamde
loket voor de Nederlandstaligen, ingevoerd
door zijn voorganger Roger Nols? De Nederlandstaligen
worden bijvoorbeeld inzake onderwijs nog
steeds gediscrimineerd. Acht van de 19 Brusselse
gemeenten organiseren geen Nederlandstalig
basisonderwijs. Nochtans betalen ook de Brusselse
Vlamingen belastingen.
Clerfayt heeft ook een ballonnetje opgelaten over de politieke vertegenwoordiging van Franstalige kiezers in de Vlaamse Rand rond Brussel. Hij stelt voor dat die 120.000 kiezers soortgelijke waarborgen krijgen als de 60.000 Nederlandstalige kiezers in Brussel: 17 zetels in het Vlaams Parlement en één portefeuille in de Vlaamse regering. Clerfayt vergeet een en ander. Wat de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Nederlandstaligen in Brussel betreft, is de tegenprestatie de garantie die de Franstaligen bekomen hebben op federaal niveau. In de federale regering werd de pariteit ingevoerd: de eerste minister eventueel uitgezonderd telt de ministerraad evenveel Nederlands- als Franstalige ministers. Bovendien beschikken de Franstaligen over allerlei middelen om de Vlaamse meerderheid in het parlement te neutraliseren via bijzondere meerderheden en de alarmbelprocedure.
En 17 Franstaligen in het Vlaams Parlement? Mogen we even herinneren aan de verkiezingen van 1985 toen Toon van Overstraeten (VU) verkozen werd tot senator voor het arrondissement Nijvel. Destijds was er nog geen sprake van de rechtstreekse verkiezing van de leden van de regionale parlementen. Van Overstraeten zou automatisch lid worden van de Franse Gemeenschapsraad en de Waalse Gewestraad. Beide raden ontzegden hem echter resoluut de toegang tot hun vergadering, wat strijdig was met de wet. In het Vlaams Parlement echter zetelt sinds 1995 Christian Van Eycken voor de Union des Francophones. Of ze dat nu graag hebben of niet, de Vlamingen hebben die situatie aanvaard.
Het voorstel van Clerfayt druist in tegen de Grondwet die bepaalt dat België vier taalgebieden omvat waarvan alleen het gebied Brussel-Hoofdstad tweetalig is. Afwijkingen zijn de faciliteitengemeenten, maar de Franstaligen hebben zich nooit bij de situatie van de zes faciliteitengemeenten rond Brussel neergelegd. Het gedrag van de drie niet-benoemde burgemeesters en het verzet tegen de toepassing van de rondzendbrieven-Peeters en -Martens zijn daar duidelijke illustraties van. In Zwitserland, een land met vier talen, geldt de regel dat wie van het ene kanton naar het andere verhuist, verandert van taal en cultuur.
Als het de Franstaligen menens is en ze met dergelijke provocerende voorstellen naar een eventuele dialoog tussen de gemeenschappen trekken, is die bij voorbaat ten dode opgeschreven.
door Dirk CASTREL
Clerfayt heeft ook een ballonnetje opgelaten over de politieke vertegenwoordiging van Franstalige kiezers in de Vlaamse Rand rond Brussel. Hij stelt voor dat die 120.000 kiezers soortgelijke waarborgen krijgen als de 60.000 Nederlandstalige kiezers in Brussel: 17 zetels in het Vlaams Parlement en één portefeuille in de Vlaamse regering. Clerfayt vergeet een en ander. Wat de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Nederlandstaligen in Brussel betreft, is de tegenprestatie de garantie die de Franstaligen bekomen hebben op federaal niveau. In de federale regering werd de pariteit ingevoerd: de eerste minister eventueel uitgezonderd telt de ministerraad evenveel Nederlands- als Franstalige ministers. Bovendien beschikken de Franstaligen over allerlei middelen om de Vlaamse meerderheid in het parlement te neutraliseren via bijzondere meerderheden en de alarmbelprocedure.
En 17 Franstaligen in het Vlaams Parlement? Mogen we even herinneren aan de verkiezingen van 1985 toen Toon van Overstraeten (VU) verkozen werd tot senator voor het arrondissement Nijvel. Destijds was er nog geen sprake van de rechtstreekse verkiezing van de leden van de regionale parlementen. Van Overstraeten zou automatisch lid worden van de Franse Gemeenschapsraad en de Waalse Gewestraad. Beide raden ontzegden hem echter resoluut de toegang tot hun vergadering, wat strijdig was met de wet. In het Vlaams Parlement echter zetelt sinds 1995 Christian Van Eycken voor de Union des Francophones. Of ze dat nu graag hebben of niet, de Vlamingen hebben die situatie aanvaard.
Het voorstel van Clerfayt druist in tegen de Grondwet die bepaalt dat België vier taalgebieden omvat waarvan alleen het gebied Brussel-Hoofdstad tweetalig is. Afwijkingen zijn de faciliteitengemeenten, maar de Franstaligen hebben zich nooit bij de situatie van de zes faciliteitengemeenten rond Brussel neergelegd. Het gedrag van de drie niet-benoemde burgemeesters en het verzet tegen de toepassing van de rondzendbrieven-Peeters en -Martens zijn daar duidelijke illustraties van. In Zwitserland, een land met vier talen, geldt de regel dat wie van het ene kanton naar het andere verhuist, verandert van taal en cultuur.
Als het de Franstaligen menens is en ze met dergelijke provocerende voorstellen naar een eventuele dialoog tussen de gemeenschappen trekken, is die bij voorbaat ten dode opgeschreven.
door Dirk CASTREL



Reacties