De vraag die zich bijgevolg opdringt, is waartoe de politieke crisis van de voorbije weken, die was uitgelokt door de Franstalige partijen, moest leiden. De vastberadenheid inzake B-H-V van de Vlaamse meerderheidspartijen meten? Het kartel van CD&V-N/VA uiteen spelen en/of de figuur van Yves Leterme beschadigen? De antwoorden zijn er nu. Het kartel blijft op één lijn, B-H-V wordt geagendeerd en Leterme heeft als eerste minister geen goede beurt gemaakt en aan geloofwaardigheid ingeboet.
Aan de andere kant hebben de Franstalige partijen bakzeil gehaald, want ondanks hun ferme verklaringen wenden ze toch het belangenconflict als vertragingsmiddel aan.
Vreemd is wel dat ze daarvoor de ‘Commission Communautaire Française’, de Cocof, willen gebruiken als instrument. Die Cocof houdt zich bezig met de Franstalige Brusselaars binnen de 19 gemeenten, het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Maar feitelijk worden die Franstalige Brusselaars door de splitsing van B-H-V niet in hun belangen getroffen.
Waarom moet precies de Brusselse Cocof zich bezighouden met de verdediging van Franstaligen in Vlaanderen? Hoe zouden de Franstalige partijen reageren als de Vlaamse Gemeenschapscommissie zich zou ontfermen over de ingeweken Vlamingen in Waals-Brabantse gemeenten? Zij zouden kunnen eisen om voor Vlaamse kandidaten te mogen stemmen. Het kot zou te klein zijn. Het is merkwaardig dat de Franstalige Brusselaars een belangenconflicht inroepen tegen de Vlaamse Gemeenschap waartoe ook de Brusselse Vlamingen behoren. Niet erg bevorderlijk voor de samenwerking. En het is merkwaardig dat de Franstalige Brusselaars achter Franstaligen aanlopen die Brussel de rug hebben toegekeerd en naar de Rand zijn getrokken.
Het is wachten op de onderhandelde oplossing en het prijskaartje dat eraan hangt. Dat belooft wat als FDF-voorzitter Olivier Maingain mee op zoek gaat. De man raadde gisteren de “ontspoorde” partij van de premier nog een consultatie bij een psychiater aan.
Dirk Castrel



Reacties