Had koning Albert tenminste één
vrouwelijke minister van staat moeten
uitnodigen voor een gesprek over de
politieke crisis? Gewoon uit respect
voor de vrouwen en om het evenwicht
tussen de seksen te bewaren?
In
principe niet. De vorst moest proberen
het communautaire kluwen waarin we
zijn verzeild geraakt te ontwarren. Hij
had dus mensen nodig met veel
politieke ervaring, die bewezen
hebben dat ze een dergelijke crisis
aankunnen. Of dat mannen of vrouwen zijn, is
daarbij van onderschikt belang.
Zoals het in die optiek ook van
ondergeschikt belang is of die raadgevers
Franstalig of Nederlandstalig zijn, oud of jong,
groen, oranje, rood of blauw. Eigenlijk telt alleen
hun ervaring, hun kennis van zaken en politieke
durf. Dat mannen als Jean-Luc Dehaene en
Wilfried Martens te hulp worden geroepen is dus
de evidentie zelf.
Maar wat blijkt? De koning heeft met een
bijna ontroerende nauwgezetheid rekening
gehouden met de delicate evenwichten in dit
land: alle politieke families en taalgroepen zijn
evenredig vertegenwoordigd in het dozijn ministers
van Staat die hij op zijn paleis ontbood.
Als hij zó bekommerd is over dat evenwicht,
had hij ook aan het evenwicht tussen mannen
en vrouwen moeten denken. Miet Smet,
Annemie Neyts en Antoinette Spaak voelen zich
terecht beledigd omdat hun ervaring en hun
kennis van zaken botweg worden genegeerd.
Alle drie hebben zij jarenlang op het hoogste
politieke niveau meegedraaid, ze kennen het
klappen van de zweep, ze weten wat
onderhandelen is. Ze krijgen trouwens alle steun
van éminence grise Wilfried Martens.
Waarom heeft de vorst dan alleen maar
mannen uitgenodigd? Waarom denkt hij wel aan
Raymond Langendries en niet aan Miet Smet,
die jarenlang minister en zelfs vicepremier
is geweest? Waarom ontbiedt
hij José Daras en niet Annemie Neyts
die in de federale en de Brusselse
regering jarenlang een belangrijke rol
heeft gespeeld? Wie heeft onze
koning in godsnaam geadviseerd?
Is hij té druk bezig geweest met
het politieke evenwicht en heeft hij
daardoor de vrouwen uit het oog
verloren? Ik vrees dat dat de enige
reden is: gewoon niet aan gedacht.
Als je met politiek bezig bent, denk je niet aan
vrouwen. Zo eenvoudig is het blijkbaar.
De vrouwelijke ministers hebben dus groot
gelijk dat ze van zich laten horen. Als er
competente en ervaren vrouwen zijn, moeten ze
ook in tijden van crisis gehoord worden en
moeten ze voorrang krijgen op
tweederangsmannen. Het is voor vrouwen al zo
moeilijk om in de top van de politiek te geraken.
En het lijkt me absoluut noodzakelijk dàt ze
daar geraken. Want wie heeft van dit land zo
een draak gemaakt? Wie heeft deze federale
staat met gewesten en gemeenschappen
stilletjesaan omgevormd in een onontwarbaar
kluwen met faciliteiten,
gemeenschapscommissies, decreten en een
leger ministers die de boel niet draaiende
houden, maar telkens opnieuw in het honderd
laten lopen? Mannen! Ik weet het niet zeker,
maar het zou toch kunnen dat vrouwen zoiets
pragmatischer aanpakken? Het loont alleszins
de moeite hen een kans te geven, tenminste
eens naar hen te luisteren.
Of moeten die hardwerkende politica’s nu
gewoon hun telefoon afleggen en lekker cynisch
bij zichzelf denken: ze hebben er een zootje van
gemaakt, die mannen. Dat ze het nu ook maar
zelf oplossen.
Het Paleis heeft woensdag
alweer voor een verrassing gezorgd
in dit formatieberaad. De koning en
zijn entourage hebben een nieuwe
functie in het leven geroepen: de
verkenner. Kamervoorzitter en
minister van staat Herman Van
Rompuy (59) krijgt de eer om die
functie als allereerste uit te testen
op het terrein. Het staatshoofd
heeft hem ‘belast’ met een
verkenningsopdracht om een oplossing te
vinden voor de politieke crisis. Maar zo heeft
het staatshoofd de bal wel in het kamp van
CD&V én N-VA gedropt.
Sommige ministers van staat
verhelen niet dat ze veeleer
gewonnen zijn om de
staatshervorming uit de
regeringsvorming te weren. De
socialist Willy Claes en de
christendemocraat Wilfried Martens
behoren tot deze eminente groep.
De suggestie staat in de uitgelekte
nota van Jean-Luc Dehaene, de
leidraad of checklist voor zijn
gesprek met de koning. Claes en Dehaene
vinden dat daar iets voor te zeggen valt. Er zijn
argumenten voor deze idee, hoewel de slechte
ervaringen uit het recente verleden overduidelijk
bewezen hebben dat het risico om met lege
handen te eindigen enorm groot is.
De koning heeft maandag zijn
toevlucht gezocht tot een zeer
ongebruikelijk middel om een
opening te zoeken voor de
vastgelopen regeringsvorming. Het is
een voorrecht van het staatshoofd
om op audiëntie te ontvangen wie hij
wil. Hij hoeft daarover geen enkele
mededeling te doen. De
aankondiging over de consultatie van
een aantal ministers van staat ”met
ervaring in communautaire crisissen” is daarom
verrassend en toont aan hoe ernstig het Paleis de
toestand evalueert. Soortgelijke consultaties zijn
in de naoorlogse periode slechts één keer
georganiseerd. Zeer opmerkelijk is bovendien de
uitdrukkelijke vermelding in het communiqué
van het Paleis dat de raadplegingen plaatsvinden
”in het raam van de politieke crisis”.
In opdracht van en in
samenspraak met de koning heeft
sluwe vos Didier Reynders vrijdag
een wel heel speciale missie
uitgevoerd. Hij polste de oranjeblauwe
partijen hoe het nu verder
moest na het ontslag van de
formateur. Reynders moest de
formule vinden met de beste
kansen om uit de impasse te raken
waarin de regeringsvorming terecht
is gekomen. Vorig weekeinde had de koning al
enkele dagen zelf de rol van informateur op
zich genomen, maar dat kon hij bezwaarlijk
een tweede keer doen. Zo kwamen we tot de
nooit eerder vertoonde zet waarbij het paleis
een politicus op pad stuurt zonder officiële
titel. Eigenlijk trad Reynders op als een
virtuele informateur, een nieuwe figuur in
Second Life.
De politieke crisis kwam gisteren
hoogst ongelegen voor de koning,
die er zijn vakantie in het
buitenland moest voor onderbreken.
Toch was zijn overkomst dringend
gewenst, want Yves Leterme had
hem belangrijke zaken mee te delen
en wilde de vorst zijn
informatieopdracht teruggeven.
Leterme is mislukt en gaat voorlopig
postvatten aan de zijlijn. Zo’n
opdracht tot een goed einde brengen kan
uitsluitend als er aan de andere kant van de
onderhandelingstafel goede wil aanwezig is.
Die was er van in het begin niet. CdHvoorzitster
Joëlle Milquet stak van bij de start
stokken in de wielen. Leterme heeft elke
mogelijkheid aangegrepen om de Franstaligen
en alweer vooral Milquet tot andere gedachten
te brengen, maar is daar helaas niet in
geslaagd. Als zij van bij de aanvang van het
beraad niets voelde voor de oranje-blauwe
formule, had ze het beter meteen gezegd. Dan
was veel ellende en nutteloos gepraat
vermeden.
Voor Leterme werd de hopeloze situatie
stilaan gevaarlijk. Nog langer aandringen, nog
meer nachtelijke vergaderingen zou op de duur
het beeld doen ontstaan dat hij zich in
onmogelijke bochten aan het wringen is om de
Franstaligen over de brug te krijgen. Dan groeit
het vermoeden dat toegevingen niet zullen
uitblijven. Zijn reputatie zou gevaar lopen op
averij. Sommige Franstaligen hadden de
operatie beschadiging trouwens al ingezet.
Leterme heeft gewerkt tot evident werd
aangetoond dat hij niet mocht lukken. De
cynische uitspraak van Milquet, dinsdag na de
bijeenkomst van de Franstalige partijen ”dat zij
hier niet was om dingen te doen
vooruitgaan die ze niet wilde”, was
een duidelijk signaal: ze zou haar
starre houding niet wijzigen.
Het communautaire programma
van het kartel en van Open Vld is
ambitieus, maar het is op een
onaanvaardbare manier belachelijk
gemaakt en afgeblokt met het
doelbewuste lek in Le Soir. Milquet
speelde niet alleen dwarsligger op
communautair vlak, ook over de meeste andere
thema’s op de onderhandelingstafel nam ze
sterk afwijkende posities in. Ze staat aan de
linkerkant van het politieke spectrum en leunt
zeer dicht aan bij de standpunten van de PS.
Dan wordt het erg moeilijk om een
centrumrechtse coalitie tot stand te brengen. Ze
is aan de onderhandelingen begonnen als cdHvoorzitster,
maar dan tot periscoophoogte
opgedoken als een onderzeëer van de PS om de
boel te torpederen. Op communautair vlak zijn
de Vlamingen ditmaal echter niet gezwicht.
De patstelling is nu totaal. Het
formatieberaad heeft niets opgeleverd, maar het
zal sporen en kwetsuren nalaten. Wie in de
toekomst met een cdH’er aan tafel zit, zal
rekening moeten houden met de onberekenbare
bokkensprongen van deze partij en met haar
schijnmanoeuvres. Hoe dan ook, het Vlaams
front vertoont na de eerste episode van de
formatie geen barsten: de splitsing van Brussel-
Halle-Vilvoorde én een ingrijpende
staatshervorming blijven overeind. Zoniet komt
er geen nieuwe federale regering. Het is nu aan
de Franstaligen om deze quasi uitzichtloze
crisis te bezweren door zelf de situatie te
deblokkeren en de formatie weer vlot te trekken.
Als ze menen dat dit mogelijk is met een nieuw
salvo ‘nons’, is dat een grove misrekening.
Alles begint vierkant te draaien in
dit land. We hebben nog geen uitzicht
op een nieuwe regering omdat voor de
communautaire twistpunten zelfs nog
geen begin van oplossing is gevonden.
Die communautaire tegenstellingen
manifesteren zich nu ook bij de
organisatie van de verkiezing van Miss
België. Dat moet in december
gebeuren. Maar waar? In Antwerpen of
in Charleroi? RTL-TVi en VT4, de twee
tv-stations die de verkiezing uitzenden, raken het
maar niet eens over de plaats. Bijgevolg kan er
geen datum worden vastgelegd en al evenmin een
geschikte locatie. Zo’n marginaal dispuut zal niet
in Hertoginnedal worden beslecht, maar als
illustratie van de communautaire strijd is het wel
leuke anekdote.
MR-voorzitter Didier Reynders
drijft met zijn ultimatum de druk op
formateur Yves Leterme op. De
partij van Leterme, CD&V, is
allerminst onder de indruk en
onderstreept dat timing
ondergeschikt is aan sluitende
afspraken en formele engagementen
om de tweederdemeerderheid te
zoeken. Het gaat erom exact te
weten te komen tot welke stappen
de Franstaligen op communautair vlak bereid
zijn.
Het staatshoofd heeft formateur
Yves Leterme voor enkele dagen in de
luwte geschoven om een korte
afkoelingsperiode in te lassen na de
crisis die donderdagavond in
Hertoginnedal is losgebarsten. De
koning neemt zelf voor enkele dagen
de rol van informateur op zich. Hij wil
van de hoofdrolspelers in het
Brusselse kasteel precies vernemen
waar de knelpunten liggen en wat
oplossingen zouden kunnen zijn.
De Post had voor dit jaar onder
meer de doelstelling naar voren
geschoven om het ziekteverzuim
eind 2007 af te sluiten op 7
procent. Dit percentage stemt
overeen met het gemiddelde in
bedrijven met ongeveer hetzelfde
arbeidsprofiel. Dat lijkt evenwel niet
langer haalbaar want in juni werd al
een piek bereikt van 8,67 procent
terwijl het gemiddelde van de
voorbije maanden op 8,57 procent lag. De
dalende trend die sedert enkele jaren was
ingezet, is voorlopig voorbij. De Post komt van
een ziekteverzuim van rond de 10 procent.