In 2010 zou men vanuit Antwerpen en Mechelen dankzij de Diabolo rechtstreeks naar de luchthaven Zaventem kunnen sporen. Johan Vande Lanotte beloofde dat nog niet lang geleden plechtig. De sp.a-voorzitter was toen vicepremier en minister van Overheidsbedrijven. Doorgewinterde spoorwegmannen plaatsten toen al grote vraagtekens achter de haalbaarheid van 2010. In stilte. Paarse goednieuwsshows mag je nooit tegenspreken.
Luc Lallemand, de topman van Infrabel, bracht dinsdag in de commissie Infrastructuur van het Brusselse parlement een ravenzwarte boodschap. De Diabolo, een peperdure publiek-private samenwerking (PPS), zal pas in 2015 of 2016 beschikbaar zijn. Ook het Brusselse voorstadsnet, dat in 2012 voltooid zou moeten zijn, loopt drie tot vier jaar vertraging op.
Dat is zéér slecht nieuws voor de bereikbaarheid van de hoofdstad en de luchthaven Zaventem. De oorzaak van de vertraging ligt volgens Infrabel bij de aanslepende administratieve procedures en het niet afleveren van de bouwvergunningen. Vooral het Brussels gewest zou ze bruin bakken. Maar treft de beheerder van het Belgische spoorwegnet ook geen schuld? Waren de studies wel tijdig afgerond?
Vrijwel iedereen is het er over eens dat de Diabolo en het Brusselse voorstadsnet, gewestelijk expresnet in het jargon, een bijdrage kunnen leveren aan het bereikbaar houden van Brussel en de luchthavenregio. Openbaar nut dus. Het zou niet meer dan logisch zijn dat alle betrokken niveaus spoed zetten achter de uitvoering van beide projecten. Maar België en logica sporen zelden samen. In Frankrijk gaat dat anders. Eens de bouw van bijvoorbeeld een spoor- of tramlijn tot openbaar nut wordt verklaard, staat niets meer een snelle uitvoering in de weg.
Toch mag de vertraging bij de realisatie van de Diabolo en het voorstadsnet voor de NMBS géén aanleiding zijn om de voor dit jaar geplande bestelling van 95 voorstadstreinen uit te stellen. Die treinen zijn broodnodig om meer capaciteit te kunnen bieden en oudere treinen te vervangen.
Over vertraging gesproken. Met de stiptheid, dé topprioriteit voor Infrabel-baas Lallemand, gaat het nog altijd slecht. Januari was niet goed, februari nog slechter. Binnenkort komt wel een einde aan de maatregelen die Infrabel nam na de brand in het tractieonderstation in Brussel-Zuid. Een brand die het gevolg was van slecht onderhoud. Natuurlijk kan Lallemand niet in zijn eentje voor stipte treinen zorgen. Ook NMBS-baas Marc Descheemaecker, die de treinen laat rijden, moet een grote inspanning leveren. Veel vertragingen worden veroorzaakt door defecten aan het treinmaterieel.
In januari reed in de ochtendspits 86,4% van de treinen op tijd of met minder dan vijf minuten vertraging. In januari 2006 was dat 90,9%. In de avondspits reed 82,7% volgens dienstregeling (91,5% in januari 2006). De percentages betreffen alleen de treinen maar niet de reizigers die 'stipt' op hun bestemming aankomen. Het zou Infrabel sieren als ze voortaan niet alleen de algemene stiptheid maar ook de stiptheid in de ochtend- en de avondspits bekendmaakt.
Ook het Raadgevend Comité van de Reizigers bij de NMBS drong dinsdag bij de presentatie van zijn jaarverslag 2006 aan op een meer realistische benadering van de stiptheid. Niet de technische vertraging van een trein maar de reële vertraging voor de reizigers is belangrijk.
Herman Welter



Reacties