Er zijn andere partijen die zich veel meer zorgen moeten maken. Ik denk dan natuurlijk aan de LDD en het Vlaams Belang, maar ook en vooral de Open Vld, die in de jongste peiling nog nauwelijks 10 procent haalt. Op precies één jaar voor de ‘moeder van alle verkiezingen’ is dat een desastreus resultaat.
Ligt het aan partijvoorzitster Gwendolyn Rutten? In vergelijking met haar collega’s is ze weinig zichtbaar. Rutten moet een paar versnellingen hoger schakelen als zij volgend jaar wil meespelen met de grote jongens. Het zijn nog ‘maar’ peilingen, maar toch, een trend keren is niet makkelijk.
Dan staat CD&V er beter op. De partij haalt 17,4 procent. Naar oude CVP-normen is dat een beschamend slecht resultaat, maar er zit een lichte opwaartse beweging in de peilingen. En Kris Peeters, het CD&V-boegbeeld, doet het heel goed in de populariteitspoll. Dat kan belangrijk zijn in zijn strijd in Antwerpen tegen Bart De Wever.
En De Wever zélf? Bijna een derde van de stemmen halen blijft een uitzonderlijke prestatie. Bovendien 4 procent meer dan met de verkiezingen van 2010. Vraag is of de N-VA dat hoge vormpeil nog een jaar kan volhouden. Of is de neergang ingezet? De voorzitter is in Antwerpen heel zichtbaar – zij het niet altijd onverdeeld positief – maar met de nationale politiek bemoeit hij zich niet veel. Dat is een probleem.
De N-VA heeft haar succes van de voorbije jaren voor het grootste deel, zo niet uitsluitend aan De Wever te danken. Wil zij op die weg verdergaan, dan zal haar voorzitter zich meer in Brussel moeten tonen.
Vandaag begint hij daarmee door aan te kondigen dat híj en niemand anders het boegbeeld in de verkiezingscampagne zal zijn. De twijfel is weg. Na de zomer kan hij zijn oude registers opnieuw opentrekken. Antwerpen zal het een tijdje met wat min der burgemeester moeten doen. Hijzelf en de N-VA hebben geen keuze.
Paul Geudens Editorialist gvabrieven@concentra.be


