Officieel is binnen CD&V nog niet
gepraat over de opvolging van
Herman Van Rompuy. “Nog te
vroeg. We zullen de problemen
oplossen wanneer ze zich stellen.” Deze
beroemde uitspraak van Jean-Luc Dehaene
dateert toevallig uit de periode dat hij kandidaat-
voorzitter was van de Europese Commissie...
Dehaene kwam toen van een kale reis naar
Korfoe thuis en bleef ’gewoon’ eerste minister
van België. Dat kan met Herman Van
Rompuy ook gebeuren. Misschien blijken
over een paar dagen alle mogelijke opvolgingsscenario’s
voor het premierschap overbodig
en kan de Wetstraat de speculaties opbergen.
Kan zijn. Al zijn de geruchten deze keer wel
erg hardnekkig. “Ze zijn ernstig te nemen”,
werd gisteren op het CD&V-partijbureau bevestigd.
En dat is ook zo. Wanneer zelfs de
Britse kranten Van Rompie als favoriet naar
voor schuiven, dan mogen we ervan uitgaan
dat er effectief ook vuur brandt onder
de rook.
Het is dan ook niet meer dan normaal dat
CD&V-voorzitster Marianne Thyssen informeel
het terrein aftast over wie Van Rompuy
moet opvolgen. Zij gaat met haar thermometer rond om die hier en daar onder de oksel
van een partijtopper te steken. Alles draait
rond de vraag of Yves Leterme een tweede
kans moet krijgen.
Uit een kleine steekproef blijkt dat het antwoord
quasi unaniem “ja” luidt. Zeker na
het veto dat aan Franstalige kant tegen de
ex-premier werd gesteld. Dat heeft het werk
van Marianne Thyssen vergemakkelijkt. Alle
terughoudendheid ten opzichte van Leterme
is sedert het weekend als sneeuw voor de
zon gesmolten. Hoe harder de Franstaligen
“non” roepen tegen Leterme, hoe sterker de
druk op Thyssen om daar vooral geen gehoor
aan te geven. Geen knieval, luidt het advies.
Overigens lijkt het ons niet abnormaal dat
Yves Leterme een nieuwe kans krijgt. Integendeel.
Wanneer het begrip “democratie”
nog enige inhoud heeft, dan moet er bij het
uitdelen van politieke verantwoordelijkheden
rekening gehouden worden met de stem
van die kiezer.
Of men nu Leterme een goede
of slechte bestuurder vindt, feit blijft dat hij
800.000 stemmen haalde. Die draagt hij mee
tot aan de volgende verkiezingen. Tot spijt
van wie het benijdt. Een redenering die trouwens
ook opgaat voor Inge Vervotte. Haar democratisch
gewicht is vele keren groter dan
dat van haar opvolger, Steven Vanackere.
door Paul GEUDENS
Wie de beelden ooit heeft gezien,
kan ze niet meer vergeten.
Zelfs nu blijft de impact ervan
even sterk als toen, het mooiste
en belangrijkste moment van de recente
Europese geschiedenis. De val van de Berlijnse
Muur, vandaag exact twintig jaar geleden,
was het definitieve einde van de Tweede
Wereldoorlog, het moment waarop Europa
zijn verleden dan toch achter zich kon laten
en vooruit kon blikken naar een betere toekomst.
De gebeurtenissen van die laatste twee
maanden van 1989 waren niets minder dan
een omwenteling. Het communisme bestaat
niet meer. Het laatste totalitaire systeem, dat
zoveel ellende had veroorzaakt en verantwoordelijk
was voor de dood van miljoenen
mensen, werd weggeveegd door zijn onderdrukte
burgers. Veel belangrijker nog is dat
de meeste staten van Centraal- en Oost-Europa
nu stevig verankerd zijn in het democratische
kamp. De meeste zijn lid van de Europese
Unie en de NAVO. De kans is klein dat ze
nog ooit onder een dictatuur zullen vallen.
Maar er is ook een keerzijde. De euforie van
toen is ver weg. In de plaats zijn berusting en
onverschilligheid gekomen. Zo’n uitgelaten
toestand kon natuurlijk niet blijven duren. Er is ook zoiets als de realiteit. En die realiteit
was dat het opnemen van de voormalige staten
in een democratisch Europa niet zonder
groeipijnen kon. In het voormalige Joegoslavië
is die pijn voor veel mensen wel erg letterlijk
geweest.
Maar er is nog een reden voor de ontnuchtering.
De Europese Unie zit al lang niet op
het juiste spoor. Zij heeft veel te veel tijd verloren
door structurele hervormingen. Alle
gekibbel rond het verdrag van Lissabon heeft
de motor doen sputteren. Daardoor voelden
de burgers zich niet meer betrokken bij de
EU, en dat net in een periode waarin veel op
het spel stond. De EU is te vaak haar eigen vijand
geweest. Dat moet nu eens ophouden.
De beste manier om de omwenteling te herdenken
is door een nieuwe start te nemen.
Nu het verdrag van Lissabon door alle lidstaten
is ondertekend, moet dat kunnen. Er
staat weer veel op het spel. In december moeten
in Kopenhagen nieuwe afspraken worden
gemaakt over de strijd tegen de opwarming
van de aarde. En de economische crisis
blijft miljoenen mensen treffen.
Om dat
aan te pakken is een goed werkende EU nodig. Zo’n sterke EU kan het vertrouwen van
de burgers terugwinnen. Het is de hoogste
tijd dat dit gebeurt.
door Paul DE BRUYN
De Franse bankgroep BNP Paribas
heeft in de eerste negen maanden
een nettowinst geboekt van 4,467
miljard euro. Vooral het derde
kwartaal was goed. We hebben de financiële
crisis verteerd, zegt topman Baudouin Prot.
De mededeling moet een geruststelling
zijn voor veel spaarders. De voorbije maanden
vreesden miljoenen klanten van diverse
instellingen dat hun bank over de kop kon
gaan en dat ze daarbij hun zuurverdiende
centen konden verliezen. Vandaag is die
vrees er niet meer.
Bankiers worden geholpen door de politiek
van goedkoop geld van de nationale banken.
De tarieven waartegen ze lenen, zijn erg
laag. Bovendien staan er weinig remmen op
het bedrag dat ze kunnen opnemen.
Ook de klanten zijn veel minder veeleisend.
Wie spaargeld heeft, zoekt niet langer
de hoogste rentevoeten. Veiligheid primeert.
En wie wil lenen, is al tevreden dat hij nog
krediet krijgt. Ook hier dus minder prijsdruk.
Tweemaal kassa voor de bankiers.
Toch moeten we niet te vroeg victorie kraaien.
Enkele groene scheuten zorgen er nog
niet voor dat de tuin weer op orde staat. De
reële economie is er nog lang niet bovenop.
Voor velen beginnen de problemen pas.
Ontslagrondes en faillissementen drijven
hen de werkloosheid in. Een stuk inkomen
valt weg. Wie tijdens de hoogconjunctuur
dacht dat het niet opkon en te veel leende
voor zijn woning komt in de gevarenzone.
Bovendien is deze crisis geen klassieke
conjuncturele dip. De overheden hebben de
voorbije maanden in een recordtempo en recordomvang
hun schuldenpeil zien groeien.
Dat maakt dat ook zij niet anders kunnen dan
besparen of nieuwe belastingen heffen. Wat
de bevolking en de bedrijven extra in de portemonnee
zal treffen.
En dan is er nog het schrikbeeld van de vergrijzing
van onze maatschappij. In normale
tijden was het al lastig om de kosten ervan
op te vangen, in de gegeven omstandigheden
wordt het nog een pak moeilijker. Want ook
hier zal iedereen extra moeten meebetalen.
Een voorbeeld van een oudere maatschappij
die na een financiële crisis met exploderende
overheidsschulden kampte, is Japan.
Daar betaalt men al twintig jaar de factuur
van de economische ontsporingen uit de jaren
tachtig.
Het moet een aansporing zijn om voorzichtig
te blijven en de lange termijn niet uit het
oog te verliezen voor soelaas op korte termijn.
door Johan VAN GEYTE
Dit is geen lachwekkende commedia
dell’arte. De beslissing van General
Motors (GM) om Opel dan toch
niet te verkopen aan Magna lijkt
veeleer gebaseerd op een gewiekste langetermijnstrategie.
De Oostenrijkers van Magna hebben
maandenlang de benen onder het lijf gelopen
om een herstructurering voor Opel uit
te werken. Er was zelfs al een akkoord met de
vakbonden over een pijnlijke inlevering van
de werknemers en over duizenden afvloeiingen.
Door de verkoop aan Magna te annuleren
pikt GM in een snel gebaar de resultaten
van maandenlange onderhandelingen in.
De perfide tactiek van de Amerikanen zal bij
sommigen zelfs respect afdwingen. Of moeten
we ervan uitgaan dat Magna dit spelletje
meegespeeld heeft en er op termijn allicht
ook voor beloond zal worden?
Voor de werknemers van Opel is die brutale
ommekeer zeker als een zoveelste klap in het
gezicht aangekomen. Ze hadden zich al mentaal
voorbereid op de intocht van Magna. Nu
moeten ze een nieuwe bocht nemen van 180
graden. Ze staan plots weer voor hun vroegere
eigenaar, GM. Datzelfde GM dat ze eerder
al uitgespuugd hadden. In de overtuiging
dat precies de Amerikanen de neergang van
Opel veroorzaakt hadden.
Toch zal iedereen door die zoveelste zure
appel heen moeten. Alhoewel we opnieuw
weken van totale onzekerheid tegemoet
gaan ligt in het zoveelste herstructureringsplan
van GM allicht nog een kans. Nu de Europese
automarkt aan een voorzichtige heropleving
toe is kunnen de langetermijnperspectieven
van Opel versterkt worden. Daarin
kan ook ruimte zijn voor de oorspronkelijk
door Detroit aan Antwerpen beloofde kleine
SUV’s.
Nogal wat mensen hadden in het verleden
twijfels bij het engagement van Magna in
Opel. Ze geloofden niet dat de relatief kleine
toeleverancier het grote Opel kon ombouwen.
Waarom zou Magna slagen in een uitdaging
die GM zelf niet aankon, was hun redenering.
Ze hadden misschien wel geen ongelijk.
Toch zal de ingehouden woede om de pijnlijke
vaudeville van de afgelopen maanden
eerst moeten bekoelen vooraleer er opnieuw
ernstig gepraat kan worden. De syndicale informatiesessies
kunnen daarbij even als uitlaatklep
fungeren. Maar laat ons toch maar
al aan het cijferen gaan en ons voorbereiden
op wat hopelijk de laatste ronde zal worden.
door Marc BALDUYCK
De vierde ontslagronde bij geneesmiddelenproducent
Janssen Pharmaceutica
in Beerse, Geel en Olen
komt bijzonder hard aan. De gevolgen
van de laatste herstructurering in 2007
waren nog niet helemaal verwerkt. Toen
moesten ook al 461 werknemers opstappen.
Nu vallen er 599 ontslagen. De verwarring
en de ontgoocheling zijn groot. Janssen Pharmaceutica
was een van de gevestigde industriële
waarden in de Kempen. Maar de voorbije
weken en maanden hebben ook bij Daf
Trucks, Philips en Nokia-Siemens Networks
honderden mensen hun C4 gekregen.
De gedwongen herstructurering van het
Vlaamse geneesmiddelenbedrijf is gedeeltelijk
ingegeven door de problemen in de farma-
industrie. De druk op de geneesmiddelensector
is ongemeen groot. Ook de Belgische
overheid wil de uitgavenexplosie in de
sociale zekerheid onder controle krijgen. Die
bekommernis om het evenwicht in de ziekteverzekering
is terecht.
Het is evenwel niet de geneesmiddelensector
die de miljoenentekorten veroorzaakt. De
farmabedrijven hebben altijd correct hun bijdragen
betaald en zelfs aanvullende stortingen
gedaan. De regering heeft ondertussen
jarenlang in de kassa van de geneesmiddelenbedrijven gegraaid. In plaats van het medicamentenverbruik
op een verstandige manier
af te remmen, heeft ze telkens opnieuw
voorwendsels bedacht om topbedrijven als
Janssen Pharmaceutica zwaarder te belasten.
Voor de producenten van generieke geneesmiddelen
- geneesmiddelen die dezelfde
stoffen bevatten als hun tegenhangers met
een merknaam, maar goedkoper zijn - werd
dan weer de rode loper uitgerold.
De inbreng van goedkope generieke producten
heeft zeker voor meer evenwicht
gezorgd op de Belgische geneesmiddelenmarkt.
De patiënten konden erdoor besparen
op hun uitgaven en de budgetten van de
ziekteverzekering bleven beter onder controle.
Janssen Pharmaceutica heeft voor een stuk
die rekening betaald. Het bedrijf heeft hard
gewerkt om zijn pijplijn van nieuwe geneesmiddelen
uit te breiden. De patenten op vele
bekende medicamenten van Janssen Pharmaceutica
kwamen immers te vervallen.
In de verscherpte marktomgeving kregen
de onderzoekers evenwel de tijd niet meer
om de vruchten van hun onderzoekswerk
te plukken. Die ontwikkelingen leggen een
ernstige hypotheek op de overlevingskansen
van een hele sector.
Door Marc Balduyck
In Leuven zetten de cipiers hun staking
voort tot donderdagochtend. Ze wachten
het overleg met de gevangenisdirectie
en de onderhandelingen met Justitie
en de Regie der Gebouwen af voor ze over
werkhervatting beslissen. De cipiers willen
ditmaal sluitende afspraken over veiligheidsmaatregelen.
Wat hen beloofd wordt, moet
ook worden uitgevoerd binnen een strikt
vastgelegde termijn. Intussen heeft de Leuvense
politie bij een zoekactie in de cellen
tientallen scherpe voorwerpen ontdekt die
kunnen worden gebruikt als wapen. Ook in
Itter staken de cipiers voort om hun eisen
voor meer veiligheid kracht bij te zetten.
Leuven-Centraal en Itter staan niet bekend
als instellingen met grote overbevolking.
In Leuven is zelfs een systeem met
open cellen van toepassing, wat een gedragscode
en zelfdiscipline van de gevangenen
zelf veronderstelt.
De cipiers permanent bewapenen zou indruisen
tegen het systeem van de conflictbeheersing.
We zijn hier niet in de VS, waar ordehandhavers
gemakkelijk naar het kanon grijpen om op een mug te schieten. Gevangenen
kunnen zich bij onlusten meester maken
van pepperspray en wapenstok en dan zouden
de conflicten kunnen escaleren. Vuur-
wapens zijn al helemaal uitgesloten.
Camera’s bijplaatsen zoals minister van
Justitie Stefaan De Clerck suggereerde? Het
kan een hulpmiddel zijn, maar de meeste gevangenen
zitten te wachten tot hun termijn
erop zit. Ze houden zich rustig en vinden het
wijzer om af te wachten tot de strafuitvoeringsrechtbank
hen vrijlaat.
Die redenering ging duidelijk niet op voor
de twee zware jongens die vorige donderdag
bij de gijzelingsactie in Leuven waren betrokken.
Het is de vraag of gedetineerden die niet
in staat zijn behoorlijk om te gaan met een
opendeursysteem, wel thuishoren in een
instelling als Leuven. De Iraniër die een cipier
levensgevaarlijk verwondde, had zware
psychische problemen. Dergelijke individuen
die het normaal vinden om elk geschil
op te lossen met bruut geweld, zijn zwaar zieke
mensen en worden eigenlijk best geïnterneerd.
Maar waar? Klinieken voor geïnterneerden
zijn er niet in Vlaanderen, want ook
op dit vlak is het alweer bij plannen, beloften
en goede voornemens gebleven.
Justitie belooft, maar ingrijpende maatregelen
blijven uit. Letterlijk alles loopt mank,
niemand is nog tevreden. Wanneer wordt het
de regering duidelijk dat het zo absoluut niet
verder meer kan?
door Dirk CASTREL
Het opsporen van hormonen is voor
de politie geen prioriteit meer. De
hormonencel bij de federale
gerechtelijke politie zit met de vingers
te draaien. Experts trekken aan de
alarmbel. Temeer omdat er steeds meer aanwijzingen
zijn dat het hormonengebruik in
de veeteelt weer stijgt.
Het inspuiten van grote hoeveelheden hormonen
bij het vee, zoals dat in de jaren negentig
gebeurde, is vervangen door het toedienen
van cocktails die zo goed als onopspoorbaar
zijn. Het is een beetje zoals in het
wielrennen. Daar worden ook steeds nieuwe
dopingproducten uitgevonden. Vanaf
het moment dat de labo’s in staat zijn om een
nieuw middel op te sporen, zijn de leveranciers
al weer een stap verder en doen zij de
renners overschakelen op een nog nieuwer
preparaat, waardoor de strijd moet herbeginnen.
In de sport wordt dat gevecht niet opgegeven.
De controleurs blijven zoeken en drijven
de inspecties op. In de veeteelt niet. De vetmesters
krijgen van langsom meer vrij spel.
Het lijkt erop dat de controleurs de handdoek
in de ring hebben gegooid.
We zijn nog niet zover dat we terug in de
tijd van de vermoorde veearts Karel Van Noppen zitten. Toen werd haast openlijk gespoten.
Elke kweker deed het, en werd men toch
eens gepakt, dan wogen de straffen en boetes
niet op tegen de winst. Vandaag hebben we
een strengere wetgeving. Wie tegen de lamp
loopt, ondervindt zware gevolgen. Maar het
gebeurt te weinig. Bovendien spreiden de
grote boeren het risico door het inzetten van
kleine loonkwekers.
De voornaamste reden voor de falende
controles is de versnipperde bevoegdheidsverdeling.
Je hebt langs de ene kant het
FAVV, het Federaal Agentschap voor de Veiligheid
van de Voedselketen, en langs de andere
kant het gerecht en de politie. De douane
en de accijnzen fietsen daar af en toe ook
nog eens tussendoor. Elk heeft zijn eigen opdrachten,
maar niemand heeft voldoende
wapens om die naar behoren uit te voeren.
Zo blijft de handel via het internet haast onontgonnen
terrein. Dat leidt, begrijpelijkerwijze,
tot ontmoediging.
De overheid moet de jacht op de hormonenboeren
dringend een nieuwe impuls geven.
Opsporen en controleren moet weer een
prioritaire opdracht worden voor alle bevoegde
diensten. Zoniet wordt de klok binnen
de kortste keren enkele decennia teruggedraaid.
door Paul GEUDENS
Onderwijs is een beleidsdomein
waarin niets gerealiseerd wordt
als het zich in woelig water
bevindt... De woorden uit de
beleidsnota van Vlaams onderwijsminister
Pascal Smet (sp.a) waren nog niet koud of de
eerste tsunami diende zich aan.
Het katholiek onderwijs verzet zich met
klem tegen de invoering van taaltoetsen Nederlands
bij het begin van het lager en secundair
onderwijs. “Een toets die door de overheid
wordt opgelegd, staat haaks op de vrijheid
die wij opeisen”, zegt directeur-generaal
Mieke Van Hecke.
De krachtdadige toon van het katholieke
verzet is op zijn minst verrassend. Temeer
daar Mieke Van Hecke altijd de eerste is geweest
om te hameren op het belang van de
kennis van het Nederlands als hét paardenmiddel
om de leerachterstand in het onderwijs
tegen te gaan. Bovendien staat in de
ministeriële nota alleen nog maar “dat zal
worden nagegaan of het wenselijk is om op
cruciale momenten in de schoolloopbaan
taaltoetsen te gebruiken”.
Tenzij er achter de
schermen met andere wapens wordt gevochten,
kunnen wij uit deze woorden - nota bene van
een minister die bekend staat om zijn ongeduld
- niet meer dan een uiterst voorzichtige
aanzet tot debat afleiden.
Bij de andere onderwijspartners blijft het
voorlopig windstil. Of is het stilte voor de
storm? Hoe zullen de onderwijsvakbonden
reageren op de wens van minister Smet om
ervaren leraren langer aan het werk te houden?
En gaan ze zich blijven verzetten tegen
een oplossing voor de anciënniteitskwestie
van de zij-instromers, de mensen die vanuit
de privé naar het onderwijs willen overstappen?
De beleidnota bevat ook een aantal stevige
knipogen naar ouders toe. “Scholen zijn
geen markt waar men de cursus of de opvoeding
koopt die men wil. Scholen mogen eisen
stellen aan leerlingen en engagement vragen
van ouders.”
Minister Smet heeft het moeilijk met de juridisering
van de school. En terecht. Het aantal
ouders dat naar de rechtbank trekt omdat
ze niet akkoord gaan met een beslissing
van klassenraad of schoolbestuur, neemt elk
jaar toe. Maar of je dit probleem oplost met
duidelijk tegen de ouders te zeggen dat de
school het beste voor heeft met hun kind,
betwijfelen we. Ouders verwachten steeds
meer onderwijs ’op maat’.
De beleidsnota is klaar. De toon is gezet. En
nu hopen dat het water niet te woelig wordt.
door Sabine DEMAN
Sorry lezer dat we het in deze rubriek
wéér eens over Didier Reynders hebben.
Ik weet het, mijn verhaal wordt
eentonig, maar het kan niet anders.
Aanleiding is deze keer het mislopen van
btw-ontvangsten. Een ambtenaar in Brussel
heeft tussen 1990 en 2005 een boel verschuldigde
bedragen bewust niet geïnd. Hij
deed dat in ruil voor etentjes en vliegtuigtickets
van een aantal bedrijven. Uit vertrouwelijke
briefwisseling tussen de administratie
van Financiën en het Rekenhof blijkt dat de
invorderaar gedurende 15 jaar door ‘ernstige
tekortkomingen’ en ‘zware fouten’ de schatkist
een pak geld heeft gekost. Het zou om
110 miljoen euro gaan.
Eerst dit. Dat een ambtenaar in de fout gaat
is noch de politieke noch de persoonlijke verantwoordelijkheid
van Didier Reynders. Moest elke minister opstappen voor een lid
van zijn administratie dat de bal misslaat, de
regeringsbanken zouden leeg blijven.
Maar daar gaat het hier niet over. Het punt
is dat mijnheer Reynders nalaat om actie te
ondernemen tegen de inmiddels veroordeelde
ambtenaar. Hij doet niet de minste moeite
om de betrokkene ter verantwoording te roepen
en de gemiste bedragen terug te vorderen.
Het Rekenhof is klaar om de btw-invorderaar aan te pakken, maar het kan pas optreden
na een klacht van de minister van Financiën.
En die doet dat dus niet. Volgend
jaar verjaart de zaak, en is er geen mogelijkheid
meer om - een deel van - het geld te recupereren.
Reynders ontkent. Natuurlijk. Hij doet
weer een ’Reynderske’: er is geen probleem.
Wie beweert van wél, heeft er niets van begrepen.
We zullen zien.
Het is al vaak geschreven, en het wordt spijtig
genoeg vandaag nog maar eens bevestigd:
Reynders doet zijn job niet naar behoren.
Ons belastinggeld is bij hem niet in goede
handen.
Minstens één keer per maand komt hij op
een negatieve manier in het nieuws. Slechte
controles, geen personeelsbeleid, politieke
benoemingen, rekenfouten, mank lopende
apparatuur... Noem iets wat verkeerd kan lopen,
en het is reeds gebeurd. Maar het deert
hem niet. Het glijdt op hem af als waterdruppels
op een oliejekker.
Hoogst verwonderlijk daarbij is wel dat zijn
coalitiepartners dat blijven dulden. CD&V
bestempelde hem ooit als de slechtste minister
van Financiën ooit. Wanneer toont ze vijf
minuten politieke moed om hem de wacht
aan te zeggen?
door Paul GEUDENS
Bij de Franstalige liberalen is de muiterij
voorbij. De twee strijdende kampen
hebben wapenstilstand gesloten.
Didier Reynders is daar relatief
ongeschonden uitgekomen. Hij heeft zeker
niet de meeste toegevingen moeten doen.
De opstandelingen, laat ze ons voor de gemakkelijkheid
de clan-Michel noemen, hadden
het vooral gemunt op de dubbele functie
van Reynders. Hij is én partijvoorzitter én vicepremier
in de federale regering. Dat kan zo
niet blijven duren, vonden de Michels. Reynders
moest kiezen. En als hij dat niet wou,
dan moest er een volksraadpleging komen
onder de MR-leden. Dat was hun eis. Voor
minder deden ze het niet.
Noch het ene, noch het andere is uitgekomen.
De achterban mag zich niet uitspreken
over de kwestie, terwijl Reynders toch zijn
twee petjes verder mag blijven dragen. Tot
na de federale verkiezingen van 2011. Als tegenprestatie
duldt hij een extra ondervoorzitter
naast zich. Ook de oud-partijvoorzitters
krijgen wat meer inspraak.
Reynders wordt niet voor niets Mister Teflon
genoemd. Glad als een paling in een emmer
snot is hij ongrijpbaar gebleven voor de
graaiende handen van de rebellen. Want laat
dat duidelijk zijn: de kruistocht van vader en zoon Michel was niet gespeend van eigenbelang. Zoon Charles hoopte ofwel op een promotie
tot vicepremier, ofwel op het partijvoorzitterschap.
Het is niets geworden.
Reynders heeft het zo slim gespeeld dat de
cumulatie van een ministerportefeuille met
het voorzitterschap pas wordt verboden vanaf
zijn opvolger. En de vierde ondervoorzitter,
Willy Borsus, die zich mag bezighouden
met regionale zaken, kan hem weinig maken
nu de MR toch uit de regionale regeringen is
geweerd.
Wat Didier Reynders wél moet doen, is
langzamerhand aan zijn pensioen gaan denken.
Ik vrees dat zijn rol na 2011 definitief
is uitgespeeld. Tenzij hij over twee jaar een
eclatante verkiezingsoverwinning behaalt.
Maar dat zit er, volgens de huidige stand van
de sterren, niet in. Integendeel. Zonder nieuwe
schandalen kruipt de PS uit het dal, en de
concurrentie van Ecolo en cdH wordt almaar
sterker.
Wie zich op termijn ook zorgen moet maken,
is Olivier Maingain. Zonder de almachtige
Didier aan het hoofd van de MR zal de
invloed van het FDF verschrompelen. Dat is
dan misschien weer goed nieuws voor premier
Van Rompuy. Hij moet immers binnenkort
aan B-H-V beginnen.
door Paul GEUDENS