De rust is teruggekeerd, zo na de feestdagen. De stilte na de storm, zoals weeens wordt gezegd. Iedereen leeft opnieuw het gewone leventje en ik leef zo goed als mogelijk het mijne. Ik kom net terug van de rechtbank. Elke tweede donderdag van de maand ontmoet ik er alle 'medebeschuldigden'. Je zit dan in een zaaltje met vijf houten bankjes, een prehistorische schrijfmachine en een schoolbankje dat wat hoger staat en waar de Cubaanse vlag naast hangt. De rechter zit achter dat bankje. Eén voor één roept hij iedereen naar voor. Als ik de zaal binnenga, word ik door iedereen aangestaard. 'Wat doet die buitenlandse hier', hoor ik ze denken.
Lees meer "Geen nieuws van de ambassade" »
Mijn ogen zijn al heel wat beter. Ik draag normaal lenzen, maar die mag ik van de dokter niet meer indoen zolang ik een kuur volg van zalf en druppeltjes. Enkele dagen geleden moest ik nog eens bij haar op controle. Na een uurtje in de rij wachten, was het mijn beurt. Ondertussen praat je wat met de mensen die eveneens aan het wachten zijn. Boekjes liggen er in de wachtzaal niet. Je doodt de tijd met koetjes en kalfjes.
Lees meer "Driekoningen in Cuba" »
Het jaar is voorbij en ik heb nog altijd last van mijn oogjes. Ik probeerde het zonder dokters op te lossen, maar het wordt maar niet beter. Ik moet naar een oogarts. Zo lang rondlopen met ontstoken ogen kan niet goed zijn. Ik vraag rond of iemand een oogarts kent die me kan helpen. Een vriendin wilde de volgende dag met me naar een polikliniek gaan, maar zover komt het niet. 's Avonds beginnen mijn ogen enorm te pikken en te tranen. Ik moet dringend naar het ziekenhuis.
Lees meer "Vrienden van vrienden" »