Wel het zijn me een paar weken geweest zeg. Waar zal ik beginnen, wel ik woonde dus bij die Cubaanse familie. Een vriend vroeg me of ik zin had om mee te gaan naar Havana om mee te gaan met de één mei-stoet. De dag ervoor zouden we al vertrekken om zeker op tijd te zijn aan de Plaza de la Revolucion. Zeker omdat iedereen aan het speculeren was dat Fidel Castro er zou zijn. Dus de dag ervoor sta ik klaar om te vertrekken en ik vertel tegen de mensen in het huis waar ik woonde dat ik naar Havana zou gaan en dat ik een spandoek zou meenemen waar op zou staan in het spaans "leve Fidel, leve Raul, vrijheid voor Nikki".
Dit was als grap bedoeld want ik weet ook wel dat ik dit niet kan doen, ik zou daarmee in de gevangenis kunnen belanden. Ik vertrek naar Havana en nog geen uur na mijn vertrek is de Staat op zoek naar mij, ze zoeken mijn Cubaanse vrienden op en vragen waar ik ben en of het waar is dat ik ga demonstreren.
Niemand wist dat ik naar Havana ging. Enkel die familie. Ik had tegen niemand niks gezegd over die spandoek, enkel bij die Cubaanse familie. Het werd me dus al snel duidelijk dat deze familie mij in huis hield om mijn doen en laten te kunnen doorspelen aan de Cubaanse Staat.
Dan denk je dat de mensen je willen helpen, maar eigenlijk is het allemaal voor eigenbelang, weet je het ergste hier in Cuba is dat je nooit echt weet wie je vrienden zijn, want je beste vriend kan je grootste vijand zijn. Je kan niemand vertrouwen, je moet altijd opletten wat je zegt, met wie je praat, enz.



