Wilfried Martens tekende deze week voor de achtste aflevering van de sobere gesprekkenreeks De Keien Van De Wetstraat op Canvas. Dit voorts praktisch formuleloze programma begint telkens met een korte voorstelling waarin de gast in kwestie zijn allerslechtste eigenschap opbiecht. Wie begeert op deze manier de ware mens achter het mediagenieke masker tegen te komen, komt uiteraard bedrogen uit.
Martens zelf noemt zijn allergrootste tekortkoming zijn koppigheid. Ook Jean-Marie Dedecker bekent dat hij koppig is en bovendien ongeduldig. Ook Kris Peeters geeft toe dat hij, - voor de rest zal hij wel perfect zijn -, ongeduldig is. Tobback vernoemt als zijn allerslechtste trekje, net als de rest, het feit dat hij van geen ophouden weet. Kortom, koppigheid, ongeduld en volharding: onze politici zijn onberispelijk. Daar komt dit op neer. Zelfs hun slechtste eigenschappen zijn wezenlijk deugden.
Miet Smet zegt het ook duidelijk: “Mijn slechtste eigenschap is dat ik mij vaak erger aan bepaalde dingen.”
We beleven gekke tijden. Tegenwoordig is het gemiddelde interview met een politicus meer opzienbarend, meer avant-gardistisch dan de gemiddelde uitspraak van een artiest, die immers bijna niets meer durft te zeggen, als slaaf van zijn subsidies. Pas van zodra je merkt, zoals in dit programma, hoe terughoudend onze bedrijfsleiders zijn (d.w.z. onze politici) eens het over hun mankementen moet gaan, krijgt de consument heimwee naar de oprechtheid van ware, klassieke schrijvers.
De Franse auteur Jean Genet bijvoorbeeld, werd ook eens gevraagd naar zijn slechtste eigenschap. Zijn antwoord: “Vroeger was mijn ergste tekortkoming het feit dat ik een dief, een inbreker ben. Tegenwoordig is mijn slechtste eigenschap mijn syfilis.”
Nog eventjes verder kijken. Bart De Wever noemt zijn “ongezonde levensstijl” zijn voornaamste tekortkoming. Afgaand op zijn gevaarlijke gedrag in de media, getuigt dit misschien van zelfkennis. Spijtig genoeg vermeldt hij in één adem daarmee, als zijn beste eigenschap, zijn gevoel voor humor.
Hoewel, zelfs de komiek Nigel Williams vermeldde Bart De Wever toen hem, in een tijdschrift deze week, gevraagd werd naar zijn favoriete stand-upcomedian.
Neen, er rest ons weinig anders dan de supersterrenstatus van Herman Van Rompuy alsnog mee te onderschragen. De enige die min of meer overtuigde. “Mijn slechtste eigenschap is dat ik de dingen te lang laat liggen. Eigenlijk doe ik alleen maar mijn eigen goesting.” Egoïsme dus. Eindelijk een mens, zou Diogenes hebben uitgeroepen.



Reacties