Noem mij de laatste der Mohikanen, maar ik geloof dus nog in Kerstmis. Vooral vanwege de viering van de Geboorte van onze Verlosser. Maar ook het gezond kitscherige familiefeest is aan mij besteed. Goed, sommige commerciële kerstitems zijn gemaakt om je allergieën uit te testen. Gedenken wij in het bijzonder die potsierlijke kerstmutsen met fonkelende lampjes - een slag in het gezicht van de echte Kerstman! Desondanks: weg met al die figuren die zich nu geroepen voelen, tegen die man en zijn beminnelijke rendierenparade op eigen houtje een sperperiode in te roepen. Een halfjaar geleden reeds zijn onze politici begonnen met hun verkiezingscampagne van 2009. Klaagzangen omtrent het verlaagde aantal bezoekers op de Boekenbeurs begonnen ook al vanaf dag twee.
En onze Kerstman, die zou dan in het vriesvak moeten? Wil Ferdy schreef het reeds in zijn vele, tragische autobiografieën: “Eenzaamheid is pijnlijk, maar eenzaamheid op kerstavond is dubbel zo pijnlijk.” In die zeventien jaren die ik als een verstokt vrijgezel doorbracht, kregen mijn vriendinnen steevast reeds rond de vijftiende september ten allerlaatste, die licht panische vraag van mij op hun antwoordapparaat: “Wat doet gij met kerstavond??” Belangrijke dingen moet je goed en zeer lang op voorhand voorbereiden. Mogen wij even? Vroeger was het fijn om een rondreizend humorist te zijn. De ontdekking van het lullige genre “stand-upcomedy” door de televisie, heeft de vriendschappen tussen komieken onderling verziekt. Collegialiteit is opzij gedrumd door concurrentie.
En niemand spreekt sindsdien nog van gezellige “avant-premières”, - nochtans: welk een juweel van een woord! Eerste voorstellingen heten tegenwoordig “try-outs”. Hoe cynisch, hoe laf! Verveelt iemand zich tijdens zo’n “tryout”, dan heeft hij toch niet het recht om te klagen. Maar lacht er iemand in de zaal, ook dan betreft dit geen waarachtig, smakelijk lachen. Dat lachen tijdens een “try-out” is voor zo’n komiek een investering, niet minder. “Even proberen of ik grappig ben? Oef, mijn bankrekening heeft dus nog toekomst!”
Dit alles maar om uit te leggen waarom ik in vrees het moment afwacht, waarop diezelfde, blasfemische sujetten binnenkort ook voor onze Kerstman zo’n soort try-outs zullen installeren. Vanaf de vijfde december mag hij de zak van de Sint al eens helpen dragen, maar alleen als hij daarmee door de federale besluitvormingen geraakt, mag hij tien dagen daarna misschien ook een héél klein beetje solo. Die arme Laplander krijgt het hard te verduren, uitgerekend in een tijdperk dat dweept met “verdraagzaamheid”.



Reacties