Wat doe je als je vorige plaat wereldwijd door critici bejubeld werd? Je maakt vier jaar later een nóg straffere plaat. Overmorgen in Vorst Nationaal, vandaag al op uw favoriete metalsite: Robb Flynn van Machine Head over de erfenis van ‘The Blackening’, de nieuwe cd ‘Unto The Locust’, touren en… kinderkoortjes.
Robb Flynn heeft het druk. Hij arriveert in de late namiddag vanuit Amsterdam in Brussel, en moet over vier uur alweer naar Parijs vertrekken. Zijn Brusselse hotelkamer is dus een slechts zeer tijdelijk hoofdkwartier. Desondanks heeft de Machine Head-frontman de kleine ruimte in een waar slagveld herschapen. Tussen de valiezen, etensresten, gitaren, kleren en halflege tassen koffie vinden we nog net een plaatsje waar we kunnen gaan zitten, zodat we Robb snel enkele vragen kunnen stellen, zoals daar zijn…
Hoe moeilijk was het om een nieuwe plaat te maken na het immense succes van ‘The Blackening’?
Robb: “Al wat we te horen kregen voor we de studio indoken, was die vraag: hoe ga je ‘The Blackening’ overtreffen? De druk van buitenaf was dus enorm. Maar we wisten van in het begin dat we niet ‘The Blackening Part Two’ wilden maken. En dat nam al een deel van die druk weg.”
“Toen we het over de nieuwe plaat hadden, hadden we het over bands die laat in hun carrière een fantastisch album hadden gemaakt. En we kwamen op Rush, met ‘Moving Pictures’, hun negende plaat. Dat album was een synthese van alles wat ze in hun carrière hadden gedaan. En dat werd dus ook ons doel.”
Die synthese is er duidelijk, maar toch slaat Machine Head ook nieuwe wegen in: de plaat begint met Latijnse gezangen, en eindigt met ‘Who We Are’, een nummer waarin kinderstemmen een prominente rol spelen.
“Die stemmen zijn van mijn twee zonen van 4 en 7, van de twee dochters van onze engineer, en van Phil Demmels zoon. We hebben hun stemmen dan gedubbeld om een koor-effect te krijgen. Het is een nummer over trots zijn op jezelf, en jezelf durven zijn. Kinderen staan vandaag immers onder een enorme druk om zich aan te passen aan de groep, aan de massa.”
“‘Who We Are’ is ontstaan in mijn living. Ik was aan het nummer aan het werken terwijl de kinderen aan het spelen waren. En plots begonnen ze met me mee te zingen. Ik dacht: dit klinkt cool. Ik heb dan een demoversie opgenomen met mijn oudste zoon. Mijn jongste was toen nog te jong. Ik heb hen die demo dan later laten horen, en ze vonden het fantastisch. Ik bedoel: mijn kinderen houden van harde muziek: System Of A Down, Green Day… Maar mijn muziek vonden ze doorgaans maar niets. Tot dit nummer dus. Eindelijk vinden ze mijn muziek cool, na zeven platen (lacht)!”
‘Unto The Locust’: wat betekent die titel?
“Het is een fragment uit de song ‘The Locust’, de eerste single van het album. Sprinkhanen zijn insecten die zich met de wind laten meedrijven, op een plek landen, daar alles vernielen, en dan voorttrekken. Het is een metafoor voor mensen of organisaties die in je leven komen en je beschadigen: een zogenaamde vriend, een religie, een regering…”
Er staan behoorlijk wat donkere teksten op deze plaat. Ondanks het succes van de afgelopen jaren.
“Tja, dat is nu eenmaal wat er uit mij komt. En wat dat succes betreft, zal ik rapper Biggie Smalls citeren: mo money, mo problems. Een nummer als ‘Darkness Within’, het vijfde nummer op de plaat, gaat over mijn passie voor muziek. En muziek brengt me heel veel vreugde, maar het kost me ook veel. Als ik tour, ben ik maandenlang weg van mijn kinderen en mijn vrouw. En dat is een zware prijs die ik betaal voor mijn passie. Maar ik klaag niet. Je kan niet alles hebben. Dit is een fantastisch leven, en ik ben nog altijd gek op muziek maken.”
‘Unto The Locust’ is uit bij Roadrunner Records. Machine Head staat overmorgen dinsdag met Darkest Hour, DevilDriver en Bring Me The Horizon in Vorst Nationaal. Er zijn nog steeds tickets te koop! Meer info op de site van Vorst Nationaal.
