Een toemaatje. In Tokyo no less. Het moment dat ik besef wat ik aan het doen ben, word ik een tikkeltje zenuwachtig. Vliegen naar een miljoenenstad in de winter met de Aussie zomerblues. Het vliegtuig is veel te laat waardoor het al lang donker is. Ik heb een adres, in Japans Engels. Maar ik heb internet nodig om te weten of de mensen thuis zullen zijn. Daar heb ik cash geld voor nodig. Dat heb ik niet, en ook geen idee wat het waard is. De geldautomaten herkennen mijn kaart niet. Hoe gaan ze hier geld verdienen aan toeristen als de automaten geen buitenlandse kaarten herkennen? Na vijf keer de luchthaven op en neer te dragen met gelukkig maar drie halfzware zakken heb ik het zo warm dat ik buiten kan in mijn t-shirt. Geweldig, de zomer blijft nog even bij me vanavond.
