Bali, een klein eilandje ergens in de Indonesische archipel. Misschien zo groot als Vlaanderen. Je zou denken dat je er gemakkelijk op een niet al te lange tijd rond kan geraken. Was het niet dat je niet alleen je klok een paar uren vooruit moet zetten, maar ook dat de tijd er gewoon niet zo hard werkt als in jachtiger oorden. En ook al zijn de verkeersregels er een goed bewaard geheim, worden richtingaanwijzers gebruikt als extra licht 's nachts en rijden ze bovendien links, eens weg van de straat is er geen mogelijkheid om sneller te bewegen dan het overal aanwezige ritme dat over het eiland regeert.
Dus, ik heb een week de tijd om Bali te verkennen. En in plaats van het hele menu af te werken, kies ik drie dingen: Kuta Beach, waar ik al ben; Lovina beach, helemaal in het noorden; en Ubud, de kunstenaarsstad in het midden van prachtige rijstvelden. Maar hoe geraak ik er?
Afgezien van het waanzinnige aantal keren dat Balinezen je op straat transport aanbieden - het is letterlijk het ene woord dat de plaatselijke economie aan mekaar praat - zijn er nog verschillende andere manieren om je van hier naar daar te verplaatsen. Als je de claxon beter weet te vinden dan de rem, kan je het overwegen om een auto of scooter te huren.
Maar ik weet niet eens naar welke kant ik moet kijken voor ik de straat oversteek, dus, misschien een andere keer. Dat laat me nog een drietal andere opties.
De eerste is 1 van de vele 'transport' aanbiedingen aannemen. Je gaat achter op een scooter of in een auto - afhankelijk van hoe ver je moet - en je wordt afgezet precies waar je zijn moet. Een taxi dus.
De tweede optie is een shuttle bus. Die boek je vooraf in een reisbureau. Niet moeilijk te vinden en het wordt goedkoper als je met meer bent. Wanneer ze precies rijden is nogal flexibel. Het is te zeggen, ze rijden pas als er 2 of meer reizigers voor dezelfde bestemming zijn.
De laatste manier van verplaatsen - maar waarschijnlijk de meest avontuurlijke - is het openbaar vervoer. Blauwe busjes die over een groot deel van het eiland, via een min of meer vast traject, heen en weer zoeven. Het beste is om naar een busstation te gaan van waar alles verder vanzelf gaat. Je pikt onderweg nog andere mensen op die dezelfde kant op moeten. Meestal Balinezen. Als je geluk hebt zijn het er niet veel, kan je zoals ik - relatief - comfortabel voorin zitten en heb je een chauffeur die je overal waar je wil foto’s laat maken en zijn Engels wil oefenen.
Maar, en dat is het avontuurlijke, het kan ook zijn dat de bus er niet alleen langer over doet dan de werkelijke afstand doet vermoeden, maar ook voller wordt dan ik voor mogelijk zou houden.
Welke manier je precies wanneer kiest hangt af van waar je heen wil en van hoeveel geduld je hebt. Wat je ook doet, een waardevolle tip, maak vrienden met vrienden. Zij zijn de beste garantie voor plaatselijke prijzen en voor een tipje extra van de sluier over het leven op Bali.


have girl have...
Geplaatst door: woudjevanloo.2006 | 13-10-06 om 20:08
Ik woon al sinds het jaar 1983 in Indonesië, maar toen ik in het jaar 1993 huwde met een Indonesisch meisje uit West Java, besloot ik om Indonesië te verlaten en naar Cairns te gaan.
Ik heb van 1994 tot 1996 in Cairns gewoond ( op het adres Toogood Road) met mijn vrouw en ons eerste kind. Ons tweede kind is in Cairns geboren. Twee maanden na de geboorte van ons tweede kind zijn wij teruggekeerd naar Bali, omdat mijn vrouw het maar niks vond in Cairns.
In het jaar 1999 zijn wij uit de echt gescheiden voor de rechtbank van Bali, maar dat belet niet dat mijn ex en ik nog altijd goed bevriend zijn. Onze zoontjes zijn nu respectievelijk 13 en 11 jaar oud, en zij wonen bij mijn ex in mijn buurt, dus wij zien elkaar elke dag.
Wat is dat een lange inleiding om je te vertellen dat ik geniet van je blog !
Ik vind dat je talent hebt om een goede blog te schrijven die bovendien geschreven is in zeer goed Nederlands en tegelijk de lezer boeit.
Wanneer je nog eens in Cairns zou zijn, zou je mijn buurvrouw van destijds moeten bezoeken. Zij is 50 jaar oud en officier van politie en woont aan het uiteinde van Toogood Road, dus je zegt in Cairns tegen de taxichauffeur : “Please go to Toogood Road and please go uphill to the very top of Toogood Road”
Toogood Road eindigt namelijk op een heuvel, waar er een “dead end” is, en daar staat een witte villa met zwembad, die eigendom is van mijn ex-buurvrouw Della.
Della heeft vier zoontjes maar is gescheiden van haar man. Haar jongste zoontje is 16 jaar oud.
Als je dat zou wensen, kan ik van hier in Bali een email naar Della zenden, zodat je geheel gratis bij haar kan logeren en eens te meer genieten van Cairns. Bovendien is Della een policewoman, dus je bent veilig bij haar. Della is ook een scherpschutter ; zij heeft in 2004, 2005 en 2006 de prijs gewonnen van de beste scherpschutter (met revolver) van de police force van Cairns.
In Melbourne kan je gratis logeren bij mijn vriend Kevork Krozian. Hij heeft die rare naam omdat hij een Armeniër is zoals Charles Aznavour. In de jaren 1950 zijn zijn ouders vanuit Libanon naar Oz geëmigreerd. Kevork doceert computer technologie aan de universiteit van Melbourne en hij is 48 jaar oud. Zijn vrouw is een Grieks-Australische en zij hebben 1 dochter. Hij en zijn vrouw zullen je met open armen ontvangen wanneer je mijn naam vernoemt (Dirk Vleugels is mijn naam)
Ik wens je nog vele leuke momenten toe in Oz en New Zealand.
Beste groetjes,
Dirk Vleugels
Bali
Indonesia
Geplaatst door: Dirk | 22-10-06 om 19:49