Santa Lucia, 8 uur s’avonds. Het is donker, kil en mistig. Kinderhanden kloppen op de vermolmde houten deur. Of we niet met hen willen komen spelen, basketbal of voetbal of iets anders, maakt niet uit wat. Met hun gescheurde kleren en ingevallen gezichtjes zijn ze te meelijwekkend om in de kou te laten staan. Een halfuur lang spelen we samen in de modder, van Tikkertje tot Vlaggenstok. Daarna zoekt elk van hen zijn hout-en-golfplaten hutje op. Ons missie-team – koud, vuil en drijfnat – verzamelt zich rond de tafel voor een avondmaal van lauwe koffie en koekjes. Iedereen is doodmoe. Gelegen op een stuk karton op de betonnen vloer van de kleine kapel, probeer ik dan maar de slaap te vinden. Welkom in de outskirts van Ocotepec, oftewel Mexico’s diepste armoede.
Zaterdag waren we een beetje halsoverkop vertrokken. Ikzelf wist eigenlijk amper waar we heen gingen of wát ik ging uitsteken, op missie met twee zusters en tien jongeren uit verschillende tehuizen in de regio. In flexibiliteit ben ik het afgelopen halfjaar echter een pak gegroeid, zodat ik stap in het onbekende met
volle goesting zette. Ocotepec (zie foto) vormt het eindpunt van een asfaltweg, die zich kilometerslang door de noordelijke Sierra Madre slingert – verderop rest niks anders dan woud, rivieren en vulkanen. Het dorp ligt in een bergkom, ingesloten door de natuur, en is overdag aangenaam fris - s’nachts ijzig koud. Op enkele vrijwilligers na komen er eigenlijk geen westerlingen, wegens totaal gebrek aan toerisme. De regio wordt bewoond door indigenas, Zoque, rechtstreekse afstammelingen van de aloude mayacultuur. In het razendsnel ontwikkelende Mexico van vandaag, blijven die mensen elke dag vechten om te overleven van het weinige dat ze op hun velden oogsten. Hun armoede is schrijnend, hun eenvoud ontroerend.
Na de drie uur durende busreis, restte ons nog een wandeling van 45 min. over een verhard karrenspoor tot in Santa Lucia (zie foto), één van de armste communidades rond Ocotepec. Er is soms geen eten, vaak
geen elektriciteit en nooit stromend water. Onlangs is er een tweede WC gebouwd, voor de hele gemeenschap. Het gehucht ontvangt slechts één radiopost en het zomeruur wordt er nooit aangepast. Onze missionaire ploeg bestond uit Sor Rosalba, mezelf en vier van onze jongens; verder nog een zuster, twee jongens en vier meisjes uit andere tehuizen. Het geheel werd al na enkele dagen een bijzonder hechte groep.
Elke dag rinkelde de wekker om 6u voor de ochtendlijke rozenkrans, die gevolgd werd door een sober ontbijt en enkele klusjes. Tijdens de voormiddagen gaven onze jongeren christelijke thema’s aan de
kinderen uit de gemeenschap, maar dan op dynamische wijze. Niet makkelijk, want het merendeel sprak enkel Zoque, geen Spaans. Míjn hulp kwam heel erg van pas om het thema van spel- en knutselactiviteiten te voorzien – vaak eenvoudig en materiaalarm, zodat de kinderen ook na ons vertrek zouden kunnen bezig blijven. Zo zetten we voor het thema “Samen-Leven” onder meer een heel miniatuurdorp op poten van takjes, bladeren, bloemen en boomschors (zie foto)! Met verbazing en ontroering zag ik hoe snel de kinderen zich aan mij hechtten en ik aan hen.
Net voor het middageten ging ik meestal baden in de rivier, niet ver van het dorp – kwestie van toch ’n beetje proper te blijven. Nadien volgde dan een spelmoment met de kinderen en de dagelijkse
eucharistieviering. Ah ja, over de godsvrucht van een dergelijke belevenis: als niet-religieuze westerling in het uiterst gelovige Mexico mee op katholieke missie, en dat tijdens de Heilige Week vóór Pasen – het werd bij wijlen eventjes teveel :) Maar langs de andere kant loonde het ook wel de moeite om te beleven hoe hun diepe geloof de dorpsbewoners vaak op de been houdt temidden de armoede… .
Met het avondeten, om religieuze en economische redenen vaak al even karig als het ontbijt, was de dag
eigenlijk afgelopen. Soms werd er toch nog even gespeeld met de kinderen (zie boven), maar als dat niet het geval was, werd ik steevast verplicht mijn Weerwolven van Wakkerdam boven te halen (zie foto). Dat ándere spel van 999 bleek in onze groep een al even rake voltreffer als Boonanza enkele weken geleden bij de jongens in de Albergo!
Woensdag brak ik met dat dagschema door er een dag opuit te trekken, richting San José Lo Mas Alto, een andere communidad ,waar de andere helft van ons missie-team zijn geloofsplichten vervulde. Manuel
mocht me vergezellen op de lange wandeltocht. Hij is één van de jongens die doorgaans met groot jolijt de voormiddagstudie terroriseren (zie eerder), maar gedroeg zich voor de verandering opperbest. De tocht was een unieke gelegenheid om de natuurpracht van de Sierra Madre verder te exploreren (zie foto), maar ook de Zoque-cultuur beter te leren kennen. In San José, waar we onder meer Augusto terug tegenkwamen, ging ik ook mee op huisbezoek bij enkele gezinnen. Aangrijpend om van die mensen zelf te horen hoe groot de ellende is waarin ze leven; treffend om vast te stellen hoe groot het optimisme is waarmee ze die ellende het hoofd bieden. De dorpelingen zijn zo arm als de straat, maar toch halen ze nog koekjes en limonade
tevoorschijn om je welkom te heten – al kost dat hen een dagloon. Met al die ervaringen in het achterhoofd en 12 liter melk in de rugzak (bij gebrek aan postdiensten wordt een reiziger al snel als pakketservice beschouwd), vatten we de terugweg aan. Daarbij maakten we nog een ommetje langs de grotere rivier in downtown Ocotepec voor een wasbeurt. De wildwaterbaan van Center Parks, maar dan in het echt (zie foto) ;) Pracht van een dag.
Vanaf donderdag volgde dan de zondvloed, die tot op Pasen zou duren. De ontberingen maakten de
belevenis echter enkel nog memorabeler. Na de Paasmis in Ocotepec-centrum volgde de busrit terug naar Tuxtla, waarbij de warmte stelselmatig opnieuw toenam. In die mate zelfs, dat na twee uren de remmen van het antieke vehikel (zie foto) het begaven onder de brandende zon. Gelukkig op een vlak stuk. Tegen de avond raakten we met alternatief vervoer dan toch nog in de Albergo. Ik ben enorm blij dat ik de kans kreeg om ook díe kant van Mexico te leren kennen.
Terug thuis rest me nog slechts een weekje voor Frank arriveert! Het afscheid van de kinderen naakt; het vertrek naar Yucatan (en later België) wacht. Intussen kan ik wel meegeven dat de kogel door de kerk is wat het sponsorbudget betreft. Maar liefst 50 000 pesos (zo´n 3500 euro) zijn onderweg vanuit België, om bij te dragen aan de herbouw van de keuken. Het hele project moet op termijn ruimte maken voor méér kinderen in de Albergo. En daar hebben veel van jullie, lezers, zelf aan meegeholpen – fantastisch – nogmaals een warm dankjewel aan alle sponsors!

Reacties