Mijn postjes mogen dan soms energiek lijken – mijn reële toestand is dat niet echt De batterijen beginnen stilaan leeg te raken. De dagelijkse balans lijkt elke avond iets harder, en mijn hoofdkussen elke ochtend iets zachter. Zowel mijn geduld bij de fratsen van de jongens als mijn sympathie bij hun verdriet, zijn minder groot dan voordien. Ik probéér wel, daar niet van. Maar het vergt veel. Hoe dan ook moet ik het maximum halen uit deze laatste week dat de jongens hier nog compleet zijn. Ja, je leest het goed, de laatste volledige week. Nadien volgt immers de paasvakantie – met desalniettemin nog een hoop avonturen in petto – en twee dagen na afloop daarvan, vertrek ik met spitsbroeder Frank op rondreis door het schiereiland Yucatán! Een postje over die laatste twee weken op Mexicaanse bodem, wordt ongetwijfeld al evenzeer fijne bedlectuur. Vooraleer ik op 3 mei om halfacht s’morgens in Zaventem over de tarmac strompel, staat er dus nog heel wat te gebeuren… .
De voorbije week werd, naast de dagelijkse activiteiten, grotendeels in beslag genomen door de zoektocht naar een bank om Augusto’s rekening te openen. Dat bleek geen sinecure. Na een stuk of vijf mislukte
pogingen restte me met nog slechts één bank met rekeningen waar je vanuit het buitenland op kan storten: de zwaarbeveiligde Banamex. Donderdag had ik al een half uur in de file gestaan, om te zien hoe voor het oog van zeventien wachtenden aan de helft van de loketten het vrouwelijk personeel zichzelf met zichtbaar genoegen te buiten ging aan het lakken van de rechterpinknagel. Vreemd genoeg bleek ik trouwens de enige die zich daar lichtjes tot betrekkelijk hard aan ergerde. Mexican Mood... .
Aangezien ik op het nippertje besloot NIET lastig te doen en zo’n koket vrouwmens met haar eigen nagellak één of andere Mexicaanse krachtterm te bodypainten, mocht ik s’anderdaags nog eens
terugkomen. Dat slechts om te horen dat je voor het openen van een rekening als buitenlandse “voogd” – wat ik voor Augusto (centraal op de foto) dan zou zijn – op zijn minst een visum nodig hebt. Aangezien ik nog steeds illegaal ben, wordt dat soort gespreksonderwerpen vooralsnog best vermeden in het bijzijn van zwaarbewapend overheidspersoneel – en dus hield ik het ook bij Banamex voor bekeken. Op zoek dus naar een alternatieve voogd, die Augusto’s rekening wil en kan openen… .
Het weekend was weer eens wat anders. De jongens waren vanaf vrijdag opnieuw naar families – ditmaal omdat we bezoek kregen van de inspectrice, de vermaarde Sor Tere. Ikzelf kon er vrijdagavond dus nog eens tussenuit. Samen met Veronica koos ik voor een concert in het lokale voetbalstadion. Prettige sfeer, maar betamelijk religieus, aangezien het bleek te gaan om een event van één of andere christelijke sekte Toen ze bijbels begonnen uitdelen, besloten we er wijselijk vanonder te muizen. Weliswaar niet zonder het schitterende vuurwerk mee te pikken, dat het collectief gebed kracht moest bijzetten.
Zaterdagochtend, terug in de Albergo, waren de zusters al met Sor Tere op sightseeing vertrokken. De
kinderen die gebleven waren, vulden mijn dag met veel voetbal, lange babbels en zowaar Boonanza! Mijn supergeestige 666-gezelschapsspelletje bleek helemaal aan te slaan bij de jongens, die dankzij het steeds warmere weer nu een pak rustiger zijn. Bonen verplanten en verhandelen is hier trouwens als thema een pak toepasselijker dan in eigen land... .
s’Anderdaags was Sor Tere terug en kreeg ik de gelegenheid om bij het hoofd van de Salesiaanse Orde in Mexico, mijn beklag te doen over de uitspattingen van Sor Rosita, de overste van de Albergo. Sor Tere deed haar uiterste best om vooral in te gaan op de afzonderlijke akkefietjes die zich voorgedaan hebben, en het algemene probleem – Sor Rosita’s houding – te vermijden. Nadat ik daar met beleefde aandrang toch even op doorging, gaf ze wel toe dat de hoofdzuster hier effectief moeilijkheden heeft op dat vlak. “En daaraan kan en moet gewerkt worden”. Bingo! Dat moesten we horen. Al blijft dit Mexico – en dus gaapt de vergeetput, onbedekt maar zonder gêne, onder elke gedane belofte. Maar soit, wie weet maakt mijn waarschuwing het leven van een volgende vrijwilliger hier wel iets makkelijker… .
Wat de nabije toekomst betreft, nog even meegeven dat ik volgende week missionaris wordt! Aangezien dat woord niet meer in álle West-Europese kringen een even positieve bijklank heeft, toch maar even
verduidelijken. De oudsten van de Albergo gaan tijdens de week voor Pasen op “missie” naar Ocotepec, een arme Indiaanse gemeenschap aan de andere kant van de beboste bergkammen in het Noorden (zie foto). Het leven in Ocotepec, aan de rand van de jungle, schijnt enorm te verschillen van het drukke Tuxtla en heel erg de moeite waard. Dus neem ik de bus mee vanuit de Albergo! En terwijl onze jongens ter plekke op de preekstoel klimmen, trek ik eropuit om Ocotepec aan den lijve te ervaren… . De week daarop zou ik misschien met Veronica richting Stille Oceaan reizen, om ook die eens van dichtbij te zien. Chiapas Discoveries Ltd. plant dus een vervolg op zijn eerdere tours... .

Reacties