Eigenlijk kan je het leven hier nog het best omschrijven als een onontwarbare stroom van verweven verhaallijnen, die voortdurend op en neer golft maar nergens heen vloeit. In die mate dat ik er soms zeeziek van wordt. Het is de voortdurende verandering, het gebrek aan enige vaste grond onder de voeten, dat me bij wijlen écht begint te ergeren. Eigenlijk is het een ongelooflijke luxe dat wij in België zelden rekening hoeven houden met omstandigheden. Hier is dat wél het geval – en die omstandigheden veranderen voortdurend. Spreek af met een kennis en er komt niemand opdagen; plan een LO-les en ze gooien het uurschema om; sleep je slaperige botten tot in de schoolbus voor de ochtendrit en stel nog maar eens vast dat de motor het begeven heeft. Je kan nergens op rekenen. Realiseer zo maar eens iets. En voor mij is dat vervelend, maar voor de kinderen is dat een wezenlijk deel van hun bestaan. De jongens wisselen veel van school en binnen de school van klasgroep; ze komen en gaan in de Albergo; nooit kennen ze langer dan enkele maanden na elkaar dezelfde leerkracht, psycholoog of zelfs zuster. Om van vrijwilligers nog maar te zwijgen. *Zucht*
In dat opzicht begrijp ik steeds meer van de beruchte Mexicaanse mañana-mentaliteit – “we zien morgen wel weer”. Dat is geen onschuldig fait-divers, zoals de vermeende gierigheid van Nederlanders
of onnozelheid van blonde vrouwen uit de respectievelijke moppen. Het is het enige wapen tegen de beenharde realiteit van de Derde Wereld. Denk vooral niet te ver vooruit, want de kans dat je je plannen kan waarmaken is klein en van frustraties word je ongelukkig. En dus blijf je vandaag bezig en zie je morgen wel weer verder. Misschien heeft dat wel veel te maken met mijn heel hechte band met Benito (zie foto): zijn knuffel is echt, puur, 100% eerlijk en oprecht. Het is een zekerheid in de eindeloze deining.
Zo veranderden ook mijn plannen voor de voorbije vrijdag nogal drastisch op het laatste moment. Ik had, als beste vriend en bovendien hoofdsponsor, gedacht Armando’s operatie tenminste vanuit de wachtzaal te kunnen volgen. Dat was dan buiten Sor Rosita gerekend die zich nog maar eens van haar beste kant liet zien door te melden dat ik niet onmiddellijk welkom was in het hospitaal. Ik moest er donderdagavond nog zelf naar vragen ook. De goesting om me druk te maken over de grillen van de kleinzielige hoofdzuster is echter allang weggeëbd.
Het belangrijkste was dat de operatie goed afliep. Met de nodige vertraging – de operatie duurde vier in plaats van één uur – hebben de chirurgen het verwrongen polsgewricht feilloos weten te herstellen. Zijn
arm is nog ingezwachteld maar doet geen pijn meer en hij kan z’n vingers al bewegen. Ik breng nu hele dagen door bij Armando (zie foto) op zijn aparte kamertje in de Albergo, waar hij echt wel gelukkig mee is. Zijn moeder komt zelden langs en de zusters hebben het te druk met andere zaken, waardoor Armando vaak eenzaam achterblijft op de rand van zijn bed. We babbelen veel en spelen uren achter elkaar kaart Zo kom ik ook nog eens aan kaarten toe – de wekelijkse kaartspelletjes met mijn Tante Maria van de voorbije tien jaren, blijf ik toch wel aardig missen… . “Doe Tante Maria en alle andere Belgen heel veel groetjes van mij”, lachte Armando, toen ik hem erover vertelde.
De rest van de jongens in de Albergo is heden ten dage bezeten van het voetbaltornooi. Vier ploegen strijden om de kampioenstitel, en elk van hen draagt de naam van één van Mexico’s topclubs: Chivas,
America, Pumas of Cruz Azul. Mijn ouders hebben de jongens ook shirts cadeau gedaan die in België bedrukt waren met de namen en nummers van de Mexicaanse spelers in kwestie… . Veel meer is er niet nodig om bij de dribbelwondertjes hier de knoppen te doen doorslaan! Pumas UNAM staat voorlopig op kop: Felix, Nereo en Victor Hugo zijn de trefzekere schutters van dienst.
Nog meer infotainment: ik ben tegenwoordig illegaal in het land! Na in december de zenuwinzinking al nabij te zijn geweest, trekt de administratieve mallemolen nu opnieuw op gang. Blijkbaar gold mijn toeristenvisum (verstrekt na binnenkomst uit Belize) slechts voor 30 in plaats van 90 dagen, wat mij deze week op pijnlijke wijze duidelijk werd tussen het verorberen van twee bananen door. Daardoor was ik ineens niets meer met mijn oorspronkelijke plan – zelf mijn toeristenvisum te verlengen in Tuxtla en ze in de hoofdstad te laten stikken in hun eigen bureaucratische chaos. Er zit dus niks anders op dan toe te geven aan de smeekbeden van Sor Alejandra en mijn dierbare paspoort nog maar eens doorsturen naar Mexico Stad – in de hoop daar eindelijk een echt visum los te peuteren. En hopen dat ik ondertussen nergens last krijg met de politie. Zonder identiteitsbewijs noch verblijfsvergunning zou dat wel eens een heet standje kunnen worden.
Verder rest me enkel nog te melden dat ik onlangs dan toch een dagje ziek ben geweest – het moest er ooit van komen; dat Benito vorige week woensdag om 12u10 s’middags voor het eerst in zijn leven
de “R” heeft uitgesproken, zodat ik voortaan als “Guanter” in plaats van “Guante” door het leven ga; dat Maria eindelijk ook genoeg begint te krijgen van Gladden Tonnie, de hemeltergende radiomens (zie eerder); dat Miguel Angel zich tegenwoordig zó voorbeeldig gedraagt dat hij zijn vijfde spaarkaart gevuld heeft met groene punten; dat het mangoseizoen van start is gegaan en ik het overrijpe fruit maar van mijn dakterras te rapen heb; en last but not least dat een vriendin van Veronica uit het IDH, mij onbekend, met alle geweld een kind van mij wil. Tenminste, van haar wéét ik het omdat Veronica het me vertelde – je kan er donder op zeggen dat ze niet alleen is. De oestrogenen beginnen daar in het rehabilitatiecentrum stilaan alle zin voor proporties te verliezen.

Chapeau man ,doe zo verder .At least daar waar je bent,daar heb je nog wat animo in tegenstelling tot hier in Belgie.
En wat veronica betreft awww que chica caliente,misschien is zij diegene die met de slang moet afgekoeld worden :)
Succes!
Geplaatst door: Observer | 5-3-07 om 22:36